Plus

Abdelkader Benali in de verdediging: ‘Uitspraken over Joden in dronken bui’

Er is grote onrust ontstaan over het houden van de voordracht door schrijver Abdelkader Benali (45) op 4 mei tijdens de herdenkingsbijeenkomst in De Nieuwe Kerk. De onrust is het gevolg van eerdere, omstreden uitspraken over Joden die Benali vijftien jaar geleden heeft gedaan.

null Beeld Sanne Zurné
Beeld Sanne Zurné

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei en Joodse organisaties als het Cidi hebben donderdag tientallen boze en verontwaardigde telefoontjes en e-mails ontvangen over het besluit Benali te vragen voor een voordracht op 4 mei.

“De mensen vinden dat Benali de lezing op 4 mei niet mag houden vanwege eerdere uitspraken. Toen ik zelf die uitspraken las, schrok ik. Het zijn onaangename, kwetsende teksten die onmiddellijk veroordeeld moeten worden,” zegt Hanna Luden, directeur van het Cidi.

Beiroet

Luden doelt op uitspraken van Benali vijftien jaar geleden tegen een oorlogsverslaggever in Beiroet, Libanon, tijdens de eerste dagen van de oorlog tussen Israël en Hezbollah. Benali sprak daar met verslaggever Harald Doornbos, tijdens een borrel.

Pas vier jaar na die ontmoeting tekende Doornbos in een column in HP/De Tijd op wat Benali toen over Amsterdam-Zuid had gezegd: ‘Jemig, daar blijkt het vol te zitten met Joden. En het vervelendste is: het zijn zo veel Joden. Amsterdamse Joden. Je voelt je als Marokkaan nauwelijks op je gemak. Het lijkt Israël wel. Heel irritant allemaal. Zoveel Joden, dat voelt gewoon gek aan.’

Aanleiding om dit pas vier jaar later op te schrijven, was een artikel van de hand van Benali in de Britse krant The Guardian dat jaar (‘I migrated to Europe with hope. Now I feel nothing but dread’) over opkomend racisme in Europa. “Ik vond de toon van het stuk nogal in tegenspraak met ons gesprekje,” zegt Doornbos desgevraagd.

Jodenhater

De column uit 2010 achtervolgt Benali sindsdien. Hij wordt er bij publieke debatten, bijvoorbeeld over Israël en Palestina, fijntjes op gewezen dat hij een ‘antisemiet’ en ‘Jodenhater’ is.

In 2012 vroeg Benali aan Doornbos of de column van het internet verwijderd kan worden. Doornbos stemde toe: “Niet omdat het niet klopt, maar omdat ik het vervelend vind wanneer één ontmoeting je zo achtervolgt.”

Benali wil graag een weerwoord geven nu de uitspraken hem opnieuw worden aangerekend. “Die uitspraken heb ik gedaan. Maar je moet het in de sfeer zien waarin we zaten. Er was oorlog, er waren bombardementen en we lagen op de grond, ik dronk een wijntje. We bliezen stoom af tijdens die borrel. Ik zei het in een dronken bui. Het was zwarte humor, ironie en meligheid, achteraf gezien misplaatst.”

Te letterlijk

Hij vindt dat de uitspraken ‘te letterlijk’ worden genomen. “Ik begrijp dat Joden zich storen aan die uitspraken als je de omstandigheden niet kent. Maar ik meen het niet. Ik neem er afstand van, het is niet letterlijk bedoeld. Ik heb ook Joodse vrienden en ik interview Joodse schrijvers.”

Luden neemt geen genoegen met zijn verklaring. “Zeggen dat het in een dronken bui of tijdens een slappe lach is gezegd, kan niet. Benali moet expliciet vertellen dat dit soort uitspraken verkeerd zijn en uitleggen waarom: tegen iedereen, overal, ook op sociale media.”

Benali nam onlangs de uitnodiging van het Nationaal Comité 4 en 5 mei aan om de voordracht op 4 mei te houden. “Het is een grote eer de lezing te geven.”

Toen het Nationaal Comité 4 en 5 mei hem vroeg een voordracht te houden, speelde de oude kwestie meteen in zijn achterhoofd, zegt hij. “Ik dacht: zou het…? Gaan ze straks weer zeggen dat ik antisemiet ben. Daarbij komt ook mijn veiligheid in het geding.”

Ver houden van ironie

Voorlopig trekt hij zich niet terug. “Als mensen met een Joodse achtergrond vinden dat het niet zou kunnen dat ik de lezing houd, dan misschien wel. Ik heb wel geleerd dat je je met mijn Marokkaanse achtergrond ver moet houden van ironie. Ik heb niet de vrijheid van sarcasme en ironie.”

Benali’s lezing op 4 mei zal een persoonlijk verhaal worden en over de zoektocht naar zijn voorouders gaan. “Mijn verhaal gaat over een achteroom die als soldaat was geronseld door Franco. Ik schrok daarvan. Ik dacht meteen: ‘Wáááát? Wat deed mijn achteroom bij die fascisten?’ Maar mijn achteroom was een puber en onwetend.”

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei wil vooralsnog niet inhoudelijk op de zaak reageren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden