De eerste zittingsdag van het proces tegen de ' Groep B.', die jarenlang met veel geweld negentig prostituees uitbuitte in vooral Amsterdam, sukkelde voort. Tot de advocaten van hoofdverdachte Saban B. de rechtbank wraakten vanwege partijdigheid.

De openingsdag van een megazaak biedt zelden spektakel. In Almelo, waarnaar de rechtbank is uitgeweken in de omvangrijke strafzaak tegen de Turks-Duitse broers Hasan (43) en Saban B. (37) en hun medeverdachten, kabbelden de juridische twisten gisteren voort.

Justitie scherpte de aanklachten tegen de hoofdverdachten aan. Met de meer uitgebreide aangifte van één van de zeker negentig vrouwen die de ' criminele organisatie' van de broers met veel geweld in de prostitutie zou hebben gedwongen, met name op de Amsterdamse Wallen maar ook in, een greep, Utrecht, Alkmaar en Den Haag.

De imposante Saban B., die uit het dossier naar voren komt als een sadistische onderdrukker, hoorde het hoofdschuddend aan. Zijn broer Hasan - wat minder breed, iets minder wreed volgens de stukken, vaak meer een regelaar - verroerde zich nauwelijks. Uiterst rechts in de verdachtenbanken zat de Belgische Turk Moiz C. (32) erbij te kijken alsof het hem allemaal niet aanging.

Het was half vijf toen de eerste reuring aanbrak. Saban B. en zijn advocaten Gerard Spong en Jan-Hein van Dijk wonden zich op over twee beslissingen van de rechtbank. Die wees hun verzoek af om een beweerd slachtoffer van Saban B. opnieuw te mogen verhoren, omdat justitie ineens stelde dat zij slachtoffer is van vrouwenhandel, terwijl B. eerder slechts een poging tot vrouwenhandel was verweten.

Pas na een laatste verhoor jongstleden vrijdag, waarin de vrouw haar beschuldigingen aan vooral Sabans adres verder had ingevuld, had justitie de aanklacht verzwaard. Dat de rechtbank het de advocaten niet toestond het slachtoffer met die wetenschap nogmaals te verhoren, bewees volgens Spong haar vooringenomenheid.

Ook gaf de rechtbank de advocaten slechts anderhalf uur de tijd om een reeks verzwaringen van de aanklacht met Saban B. te bespreken. ''Dit is een zogeheten megazaak met tachtig ordners aan stukken en een zeer uitvoerige tenlastelegging over mensenhandel, verkrachting en tal van daarmee samenhangende feiten. We hebben al tientallen getuigen in een zeer hoog tempo moeten verhoren bij de onderzoeksrechter, '' betoogde Spong. ''De verdediging is van het begin af aan bijzonder opgejaagd in deze zaak. Wij ervaren de weigering ons voldoende tijd te geven als een poging van de rechtbank de verdediging in de wielen te rijden. ''

De rechtbank zag ' geen zwaarwegende aanwijzingen' dat ze vooringenomen is. Officier van justitie I. Schepers vond dat Spong en Van Dijk sterk overdreven. Zij stelde dat de advocaten al maanden geleden hadden kunnen zien aankomen dat de aanklacht nog zou worden verzwaard. Justitie had dat op enkele inleidende zittingen zelfs met zoveel woorden aangekondigd. Schepers: ''Ook wij zijn pas vrijdag in het getuigenverhoor geconfronteerd met een vrouw die ineens veel uitgebreider vertelde hoe de vork in de steel zit, maar de zaak zelf was al bekend eind 2007, waarna de dossiers begin 2008 zijn verstrekt. ''

Vanochtend besloot de wrakingskamer van de rechtbank dat zowel de zaken tegen Hasan B. en Moiz C. als de zaak tegen Saban B. door kunnen gaan. De bezwaren van Spong en Van Dijk zijn terzijde geschoven. (PAUL VUGTS)