PlusReportage

80 van de 180 werknemers weg bij Waldorf Astoria: ‘Ik had hier de mooiste tijd van mijn leven’

In 2020 stond het hotel drie maanden lang helemaal ‘op pauze’. Beeld Ernst Coppejans
In 2020 stond het hotel drie maanden lang helemaal ‘op pauze’.Beeld Ernst Coppejans

Vanaf de Herengracht gezien lijkt het chique hotel Waldorf Astoria onaangedaan. Toch trekt de pandemie ook hier diepe sporen. Bijna de helft van de medewerkers verloor zijn baan.

Zelfs Frank Sinatra klinkt wat hol, nu zijn stem de enige is die door de witmarmeren lobby schalt. Normaal wemelt het in de ontvangstruimte van het Waldorf Astoria van de arriverende en vertrekkende internationale hotelgasten. Hun exclusieve parfums mengen zich moeiteloos met de geurkaarsen van Cire Trudon.

In gewone tijden worden de 93 kamers van de zes geschakelde panden aan de Herengracht bewoond door zo niet beroemde, dan zeker toch bemiddelde Amerikanen, Canadezen, Britten, Saoedi’s, Russen en Chinezen. En ja, van tijd tot tijd ook een verdwaalde Nederlander. Gemiddeld betalen de gasten zo’n 800 euro per nacht per kamer. Maar sinds de pandemie blijven ze bijna allemaal weg.

Aan een tafeltje zit een grijzende man in een perfect pak. Ook hij is geen gast. Het is general manager Roberto Payer (70); sinds de opening zes jaar geleden hoort hij bij de inboedel. 

In 2020 stond het hotel drie maanden lang helemaal ‘op pauze’. Met hr-manager Marit Brommer (50) moest hij 80 van de 180 werknemers ‘laten gaan’, zoals hij het noemt. Brommer: “Horecawerk kun je niet vanuit huis doen. Het werk is hier, in het hotel, of het is er niet.” Het grootste deel van de medewerkers hoefde ze niet officieel te ontslaan. “We verlengden hun contract niet. Maar voor die mensen kwam het op hetzelfde neer: ze hadden geen baan meer.”

Zwaar vindt ze het, zegt ze. “Ook omdat ik wil dat we in dit opzicht het beste hotel van het land zijn. Ik wil het goed doen, netjes.” Er vloeiden tranen. “Iedereen heeft een verhaal.”

Metershoog peperkoekhuis

Ook voor patissier Monika Georgieva (24) is het veel te stil in het hotel. Zo jammer dat afgelopen december maar zo weinig gasten het metershoge peperkoekhuis hebben kunnen bewonderen dat in de lobby stond. Met gebrandschilderde ramen van gesmolten suiker, kerstbomen van marsepein en poedersuikersneeuw. “Volgende kerst beter,” besluit ze. Op haar telefoon tovert ze de Instagrampagina van het Waldorf tevoorschijn. “Kijk!” Op het schermpje staan kleurige foto’s van prachtige koekjes, verleidelijke snoepjes en ravissante hapjes. Vanonder haar donkergrijze koksmuts, achter de brillenglazen, glimmen haar ogen.

Trots scrolt ze door haar werk. Een ministroopwafeltje. Een pinguïn van marsepein met een rood-witte candy cane. Een zilverkleurige bonbon in de vorm van een Zeeuws knopje. Een vrolijke koe van witte chocolade met donkere vlekken. Minutieus, precies, perfect – dat zijn woorden die je te binnen schieten. Zij bedacht ze, ontwierp ze en maakte ze. Maar al tijden is er niemand meer om ervan te genieten.

Voor het interview is ook voormalig werk­nemer Sunday Akintola (44) gekomen. Een jaar en vier maanden bracht Akintola hier zijn dagen door. Zijn baan in de housekeeping hield op toen de gasten wegbleven. Hij heeft gehuild om zijn ontslag, zegt Akintola. “Ik had hier de mooiste tijd van mijn leven. Een baan in een vijf­sterrenhotel is al speciaal, maar als je mensen vertelt dat je in het Waldorf werkt, zeggen ze ‘wow’! Alles is hier mooi. Het gebouw, de uniformen, de tuin, de kamers, het eten. Alles.”

Hij is goed met mensen, zegt hij. “Ik maak het mensen graag naar de zin. Bij mij in Zuidoost, waar ik woon, veeg ik in de winter de sneeuw van de stoep en in de zomer maai ik ook het gras van de buurman. Ik vind het gezellig om een praatje te maken, een grapje.”

Een oud-collega serveert koffie. “Hé Sunday! Wat leuk je weer te zien!” Kijk, zegt hij, ook daarom is het erg dat hij hier niet meer werkt: het team van het Waldorf is als familie. Voor hem was dat extra belangrijk, want zijn moeder en broer wonen in Nigeria.

Het team is als familie

Als Payer Akintola even later weer naar de buitendeur ziet lopen, wrijft hij over zijn voorhoofd en zucht hij hoorbaar. “Ik weet dat Sunday voor zijn moeder in Nigeria zorgt en dat hij dat nu amper meer kan. Veel hotels en restaurants in de stad werken met studenten. Die hebben ouders of familie in Nederland bij wie ze terechtkunnen. Wij hebben een internationale staf, dus als het hier net als in de rest van de wereld ophoudt, is dat schrijnend. Ik zie mensen in de problemen komen met wie ik dit hotel de afgelopen jaren heb opgebouwd. Verschrikkelijk.”

Dat komt ook, zegt Brommer, omdat Roberto Payer zijn team ziet als familie. “Dat is zijn stijl. Roberto zegt altijd: een kamer kun je overal boeken, het zijn de mensen in de bediening die het verschil maken. Dat zien we ook terug in de reviews op TripAdvisor; alle lof gaat over het personeel. De keerzijde is dat het pijn doet als je mensen noodgedwongen moet wegsturen.”

Acht koffers

Ondanks de stilte houdt portier André Verweij (54) dag in dag uit de wacht bij de entree. Toe­gegeven, de laatste maanden zijn niet best. Er gaan dagen voorbij dat er geen enkele gast binnenkomt. Dat bedoelt hij letterlijk: niet een. Natuurlijk gaan de uren dan traag. Maar dat hij blijft staan, is voor hem vanzelfsprekend. Stel dat je een walk in hebt – iemand die zonder reservering komt binnenlopen. Of iemand die een afspraak heeft met zijn baas, meneer Payer. En er is niemand om diegene te verwelkomen? Hij moet grinniken om zo’n bespottelijk idee.

Voorheen was het ook niet altijd hosanna; natuurlijk waren er ook gasten die hem geen blik waardig gunden. “Moeten ze zelf weten. Niet iedereen heeft manieren.” Maar na maanden van lockdown zou hij zelfs voor zulke types bijkans een moord doen. Of voor een Amerikaans stel dat acht koffers bij zich heeft voor een verblijf van amper twee dagen.

In normale tijden staan ze met z’n drieën. Hij, een valet die de auto’s van de gasten parkeert en iemand die de koffers naar de kamers brengt. Nu doet hij alles in zijn eentje. “Ik heb ook een crosstraining gedaan. Dat betekent dat ik iets extra’s heb geleerd. Food and beverage. Ik mag nu dus ook koffie serveren, en boeken terug­zetten in de kast, kaarsen aansteken, tafels ­dekken.”

Rumoer van de stad

Dat het hotel zo goed als leeg staat, heeft een klein voordeel: bij wijze van cadeau mag het personeel er nu zelf af en toe een nachtje logeren. Het lijkt Verweij ‘best vreemd’ om bediend te worden door zijn collega’s, maar zijn vrouw kijkt ernaar uit. Dat begrijpt hij wel. Hij schept zo vaak op over zijn werk. ‘Bij ons in het hotel doen we het zus. Bij ons in het hotel doen we dat zo.’ En ‘zus en zo’ is altijd beter dan ergens anders. Dat wil ze nu weleens met eigen ogen zien.

Zal ze opmerken dat de verse tulpen in de Delfts blauwe vaas de hoge, ruime hotelkamer, wat je noemt, het helemaal af maken? Zal ze oog hebben voor het fruit, voor de fijne fles en de twee meesterlijke koekjes op het bureau? Zal ze zien dat het badschuim, de shampoo en de ­crèmetjes van het exclusieve Guerlain zijn? Dat de vloerbedekking fijn voelt aan je voeten? Dat het bed is opgemaakt met hemels geweven linnengoed? Dat het rumoer van de stad verdwijnt achter dubbel glas en het betere hang- en sluitwerk, zodat de gracht alleen nog maar een prachtig decor vormt?

Al die ogenschijnlijk kleine dingen bij elkaar is wat general manager Roberto Payer bedoelt met understated luxury. Luxe zit ’m volgens hem niet in uiterlijk vertoon. Het zit in de juiste toon van het personeel, in mooie stoffen, in een perfecte mix van klassiek en hedendaags design. “Niet in poenerige champagneflessen in glimmende ijskoelers.”

Jurken van Jan Taminiau

Op een paar vakanties en zakenreizen na is Payer de afgelopen zes jaar elke dag te vinden geweest in ‘zijn’ hotel. De geboren Italiaan bemoeit zich met elk detail. Van de kleur van de bloem in het vaasje op tafel en de manier waarop de kussens op de banken zijn geschikt, tot wat voor jurken de dames bij de receptie dragen (‘Vrouwelijke jurken wilde ik, geen uniformen. Ik heb ze laten maken door Jan Taminiau, die ook ontwerpt voor koningin Máxima.’) en met welke woorden de portier een gast begroet.

De pandemie heeft het Waldorf Astoria, het luxemerk van de wereldwijde Hilton Group, inmiddels al miljoenen gekost. Daar helpt geen lieve moedertje aan, dus ook de pracht van de historische panden, de grote binnentuin, de exclusieve spa en sterrenrestaurant Spectrum niet.

Hij wilt niet snobby doen, zegt Roberto Payer, “Maar 10.000 euro per dag verdienen is niets voor mij. En de huur loopt gewoon door.” Korting geven op de kamerprijs wil hij niet. “Dat zou betekenen dat ik de gasten voorheen heb be­lazerd.” Het is lijdzaam wachten op betere tijden. “We denken dat de boel pas tegen het einde van dit jaar weer een beetje normaal wordt. Echt herstel voorzien we pas voor 2024 of 2025.”

Tot die tijd is het roeien met de riemen die hij heeft. Tweesterrenrestaurant Spectrum, onder leiding van chef-kok Sidney Schutte, heeft hij zo lang mogelijk opengehouden. “Daar werken twintig mensen en ik kan er per avond maximaal 8000 euro verdienen, maar we deden het toch.”

De boel draaiende houden

Ondertussen proberen hij en zijn staf nieuwe producten te bedenken om de boel zo goed en zo slecht als het gaat draaiende te houden. Afhaalmenu’s met kerst, bijvoorbeeld, begeleid door een kookvideo van de sterrenchef. Een chocolade-whiskeyarrangement in een fraaie doos. Een andere nieuwigheid: een van de zes grachtenpanden is nu apart af te huren, onder de naam The Mayor’s Residence. Dat kost 25.000 euro per nacht voor negen kamers en private dining. “Wie dat doen? Dan moet je denken aan koninklijke families uit Saoedi-Arabië. Wij denken dat zij in kleinere gezelschappen komen zo gauw de grenzen weer opengaan.”

Roberto Payer weet dat de horeca in de stad het moeilijk heeft. Hij leeft mee met al die grote en kleine ondernemers. “Als Waldorf Astoria zijn wij onderdeel van een wereldwijde organisatie die veel vertrouwen geniet. Dus nee, wij zullen niet zo snel omvallen. Maar het idee dat zich hier geen drama’s voltrekken, is een verkeerde voorstelling van zaken. Onze gasten behoren dan wel tot de rich and famous, maar wij hebben veel mensen in dienst die aan de onderkant van de maatschappelijke ladder verkeren. En juist voor hen kunnen we nu heel weinig doen. U mag gerust weten: daar lig ik ’s nachts wakker van.

‘Terugkomen? Ik bid er elke dag voor’

Sunday Akintola (44), ­oud-medewerker housekeeping

Sunday Akintola  Beeld Ernst Coppejans
Sunday AkintolaBeeld Ernst Coppejans

Sunday Akintola streelt met zijn hand over het blauwe fluweel waarop hij zit. Bijna 1,5 jaar werkte hij voor het Waldorf, maar op deze bank zat hij nooit. Die is voor de gasten. In de kale bomen buiten hangen nog de lichtjes. “Vorig jaar hing ik die op.” Het was een van zijn taken. Verder zorgde hij ervoor dat het linnengoed naar de wasserij ging en regelde hij dat de voorraad lakens, slopen en handdoeken voor de kamermeisjes op orde was.

Vijf jaar geleden verhuisde hij naar Nederland. Het platteland van Nigeria, waar hij vandaan komt, is grotendeels in handen van terreurorganisatie Boko ­Haram. Het land leidt al jaren onder geweld en armoede. “Je moet daar echt weg als je een toekomst wilt voor je kinderen.”

Als jongen kon Sunday Akintola goed leren. Maar toen zijn vader overleed, kwam zijn moeder in financiële problemen en verliet hij zijn school. De ingenieur in opleiding moest het doen met een baan als automonteur. Hij besloot zijn geluk elders te beproeven. In Nederland deed hij allerlei klussen. Totdat een vriend die bij het Waldorf werkte zijn baas vroeg of Sunday ook mocht komen. Dat mocht.

Van de 1600 euro die hij per maand in het hotel verdiende, stuurde hij bijna de helft naar zijn moeder en broer in Nigeria. Voor de huur, boodschappen, doktersrekeningen.

Nu is dat met passen en meten nog maar 300 euro, want hij moet het zelf met 800 euro doen. Ook zijn bijverdiensten als dj zijn gereduceerd tot nul. De Ibiza Latin Club op het Leidseplein is dicht, net zoals club DNA in Zuidoost, El Punto Latino in de Lange Leidsedwarsstraat – als er niet valt te dansen, valt er niets te draaien.

Een paar dagen geleden kreeg hij ruzie met zijn moeder. Over die 300 euro. Ze komt er niet van rond, zei ze aan de telefoon. Hij kon niet begrijpen dat zij geld had gegeven aan een vriendin wier echtgenoot was overleden. Uit respect voor de traditie, had ze geantwoord. Tradities zijn mooi als je je die kunt veroorloven, had hij gezegd. “Ik weet niet wat me bezielde.” Zijn moeder had gehuild, zegt hij.

Gisteravond stuurde iemand hem een appje voor een baan in de logistiek. Hij zal het uitzendbureau bellen. Natuurlijk, wat denk je? Hij heeft drie opgroeiende kinderen. Maar diep in zijn hart hoopt hij dat hij op een dag mag terugkomen naar ‘zijn’ hotel. “Daar bid ik elke dag voor.”

‘Kom maar weer in dienst, zei de chef-kok tegen me’

Monika Georgieva (24), ­patissier

Monika Georgieva Beeld Ernst Coppejans
Monika GeorgievaBeeld Ernst Coppejans

Een jaar geleden werd de Bulgaarse patissier samen met haar vriend, een kok, gevraagd om bij het Waldorf te komen werken. Jong en ambitieus als ze zijn, zeiden ze ja. Ze huurden een huis in Zuidoost – geluksvogels noemden ze zichzelf.

Bulgarije is op dit moment een economisch rampgebied, zegt Georgieva. Veel Bulgaarse jongeren wonen elders omdat ze in eigen land geen toekomst zien. “Daar helpt de regering je niet als het moeilijk wordt. Wij verdienen hier vier keer zoveel als thuis, wij zorgen financieel voor de moeder van mijn vriend.”

Afgelopen zomer – donderdag 16 juli, het was bewolkt, ze weet het nog precies – kwam hun ontslag. Al na drie dagen kon haar vriend weer aan de slag in de zaak van een vriend van chef-kok van Waldorf­restaurant Spectrum Sidney Schutte. “Gelukkig was onze huisbaas zo aardig om tijdelijk onze huur te halveren.”

En zij? Het Waldorf bedacht al snel een luxe doos met mooie, lekkere dingetjes die mensen kunnen afhalen of thuis laten bezorgen. Die maakt zij nu. Kom maar weer in dienst, zei Sidney Schutte. “Daar ben ik ontzettend blij om. Als dat niet was gebeurd, had ik terug gemoeten naar Bulgarije.”

‘Die mensen van Santana waren ongelofelijk chill’

André Verweij (54), portier

André Verweij Beeld Ernst Coppejans
André VerweijBeeld Ernst Coppejans

Vanaf de gracht zie je hem al staan, boven op het bordes. André Verweij (54) is een geboren Amsterdammer. Vijf dagen per week aardig, vijf dagen per week goedlachs. Belangrijke eigenschappen voor een portier, zegt hij, want voor gasten is hij de eerste kennismaking met het hotel. Je kunt nog zulke prachtige grachtenpanden hebben, als de binnenkomst niet prettig is, sta je al met 1-0 achter.

Wat hij het leukst vindt? Drukte, reuring. Saoedische royals die met hun hele gevolg komen binnen zetten, wereldberoemde bands met een rij roadies en 200 stuks bagage. ­Santana, kent u die band nog? “Misschien is het meer iets uit mijn tijd,” zegt hij. Dat was echt een hoogtepunt. Heus niet alleen omdat hij een diehardfan is. “Die mensen waren zo ongelofelijk chill.”

Voor deze branche is hij op leeftijd, zegt hij. “Meneer Payer heeft mij uit een ouderenprogramma van het UWV gehaald.” Veel van zijn jonge collega’s komen uit het buitenland, en de Nederlandse willen dolgraag internationale ervaring opdoen.

Voor André Verweij zelf hoeft dat allemaal niet. “Als het per se zou moeten, ben ik bereid te verhuizen naar Badhoevedorp. Verder ga ik niet.”

‘Je moet iets, want het is volgende maand niet over’

Marit Brommer (50), hr-manager

Marit Brommer Beeld Ernst Coppejans
Marit BrommerBeeld Ernst Coppejans

Tot afgelopen maart was Marit Brommers voornaamste – en lastigste – taak: goed personeel vinden. Mensen die de kwaliteit kunnen leveren die in een vijfsterrenhotel wordt vereist, die genoeg persoonlijkheid hebben om niet als een knipmes voor de gasten te buigen maar wel de aangeboren drive om het anderen naar de zin te maken.

“Wij leiden ze op. Wij zijn een duur hotel, dus we moeten elke cent waard zijn.” Maar sinds de pandemie helpt ze collega’s een andere baan te vinden. “We hebben een aantal mensen aan werk kunnen helpen bij collega-hotels. Andersom hadden wij een ontbijtkok nodig en Hilton Schiphol kon haar contract niet verlengen. Nu werkt zij bij ons.”

Een portier die zich enorm verveelde, bezorgt nu maaltijden; een andere deed een training waardoor hij zich ook op andere plekken in het hotel nuttig kan maken. De monumentale houten trap werd in de boenwas gezet, er werden plafonds gewit en pannenkoeken gebakken voor Amsterdamse verzorgingshuizen. “Je moet je ergens aan vasthouden,” zegt ze. “Want het is volgende week nog niet over. En volgende maand ook niet.”

Buitenlandse gasten blijven weg

Amsterdam telt 25 luxe vier- en ­vijfsterrenhotels die zijn aangesloten bij de vereniging Luxury Hotels of ­Amsterdam. Op die hotels komen voornamelijk Amerikanen, Britten, Canadezen, Russen en Chinezen af. Tot een jaar geleden waren bij die ­hotels in totaal zo’n 4200 mensen werkzaam. Daar is amper nog de helft van over.

Volgens Remco Groenhuijzen (57), ­general manager van het Mövenpick Hotel en voorzitter van het overleg­orgaan, is de hotelsector extra hard geraakt door de reisbeperkingen. “Gasten konden ons eenvoudigweg niet meer bereiken.”

Daarnaast hebben de dure hotels in de stad niet de opleving gekend die hotels elders in het land afgelopen zomer wel hebben gehad. “Neder­landers die in eigen land bleven, ­verblijven liever op de Wadden of de Veluwe dan in Amsterdam. Of ze doen ‘een dagje Amsterdam’ en rijden ’s avonds weer naar huis.”

Een tweede reden waarom de ­luxehotels niet meeprofiteerden: slechts weinig Nederlanders zijn ­bereid flink de portemonnee te trekken voor een hotelnacht. De 800 euro die het Waldorf Astoria per nacht vraagt, is veel landgenoten een brug te ver.

De huidige lockdown, waarbij hotels geen maaltijden meer op de kamers mogen serveren, maar gasten hun eten zelf moeten ophalen, heeft een aantal hotels doen besluiten de deuren helemaal te sluiten. “Zeker in luxehotels verwachten gasten ­terecht een bepaald serviceniveau. Eigenlijk kunnen we dat nu niet bieden. Het is in alle opzichten armoe op het moment.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden