PlusUit het archief

80 jaar Het Parool: dit is het verhaal van de verzetskrant tijdens de oorlog

Het eerste nummer van Het Parool verscheen op 10 februari 1941, precies 80 jaar geleden. De medewerkers, veelal jonge mensen, maakten angstaanjagende situaties mee: arrestaties, verhoren, deportatie naar een kamp of de doodstraf. ‘Wees voorzichtig met dit blad.’

Nummer 99 van zondag 6 mei 1945, mét adres: Nieuwezijds Voorburgwal 225, was gekopt: ‘De capitulatie is thans een feit.’ Beeld Het Parool
Nummer 99 van zondag 6 mei 1945, mét adres: Nieuwezijds Voorburgwal 225, was gekopt: ‘De capitulatie is thans een feit.’Beeld Het Parool

Het is vier uur in de nacht van 16 op 17 januari 1942. Het strand van Scheveningen is pikkedonker. Het vriest en het zand is bedekt met een laag ijs. Frans Goedhart, een van de oprichters van Het Parool, ligt in het holst van de nacht, samen met zijn redactielid en politicus Stuuf Wiardi Beckman, te wachten op de boot die hen naar Engeland moet brengen. De mannen zijn op pad om de Nederlandse regering in ballingschap in Londen van informatie te voorzien. Goedhart heeft een volledige jaargang van het illegale Parool en militaire informatie op zak.

Maar daar klinken ineens stampende laarzen, gevolgd door geschreeuw: “Heraus! Heraus! Sofort! Es wird geschossen!” Moffen met geweren, handgranaten en lantaarns arresteren hen. De gevangenschap, zo schrijft Madelon de Keizer in haar vuistdikke boek Het Parool 1940-45, viel journalist Goedhart zwaar. Hij kreeg eenzame opsluiting. De doodstraf hing hem boven het hoofd. De jonge vader, die zelf in weeshuizen was opgegroeid, dacht aan zijn zoon Otto van vijf.

Goedhart was op 25 juli 1940 begonnen met de Nieuwsbrief van Pieter ’t Hoen, voorloper van het illegale Parool. De eerste twee nummers van de Nieuwsbrief had hij bij zijn vriend Henk Beishuizen thuis gestencild. Omdat er nogal wat inkt op de vloer terechtkwam, was de moeder des huizes daar niet zo blij mee. Ze moesten eruit. Goedhart kon via een kennis in een pand aan de Keizersgracht terecht. De Wehrmacht, die het Flugblatt onder ogen kreeg, maakte jacht op de schrijver en zijn latere kompanen.

Begin 1941 richtte Goedhart met anderen Het Parool op. De zeskoppige redactie bestond naast Goedhart uit Koos Vorrink, voormalig voorzitter van de SDAP, journalist Lex Althoff van Het Volk, Hans Warendorf, advocaat en uitgever, Maurits Kann, voormalig redacteur van De Groene Amsterdammer, en ANP-journalist Jaap Nunes Vaz.

‘Wij willen dit niet!’

Kann bedacht de titel: Het Parool. Goedhart kwam op het idee van de ‘wapenspreuk’ Vrij, Onverveerd, een strofe uit het Wilhelmus, die tot op de dag van vandaag de voorpagina siert. Het eerste nummer van 10 februari 1941 kopte: ‘Wij willen dit niet! N.S.B. wil den burgeroorlog: Zij zullen hem hebben!’

De eerste editie van Het Parool, 10 februari 1941. Beeld Het Parool
De eerste editie van Het Parool, 10 februari 1941.Beeld Het Parool

De krant, eerst gestencild en vanaf augustus 1941 gedrukt, verscheen aanvankelijk eens per twee, drie weken en was meestal acht pagina’s dik. De eerste drukker was Wim Eikelenboom aan de Nieuwe Teertuinen 24 in Amsterdam. Koeriers verspreidden de krant door het gehele land. Eén krant werd door vele mensen gelezen. Onder aan de laatste pagina stond: ‘Wees voorzichtig met dit blad, maar zorgt, dat het in tientallen handen komt.’

Toen Eikelenboom − uit onervarenheid, onhandigheid − de misdrukken van de illegale krant gebruikte als pakpapier van de folders die hij overdag voor andere klanten drukte, schrok Goedhart zich een hoedje en vertrok hij halsoverkop. Twee weken later deed de Duitse politie een inval in de drukkerij en werd Eikelenboom opgepakt.

De redactie breidde zich dat jaar al uit. Eind 1941 kreeg de groep versterking van de destijds 24-jarige Wim van Norden en Jan Meijer (27), die de Nieuwsbrief verspreidden, en van Kees de Groot (28), voormalig directiesecretaris van de KLM.

De Paroolgroep deed in de oorlog meer: ze hielp onderduikers en zette een internationale vluchtroute voor Joden naar het neutrale Zwitserland op. Journalist Max Nord, die ook bij de krant kwam, werd op een dag gecharterd door Van Norden om te helpen bij een vrachtje naar een van hun ‘kantoren’. Nord dacht dat er kolen of papier in de bakfiets lag. Bij een brug over de Prinsengracht kregen ze de bakfiets niet over de bult. Twee Duitsers schoten te hulp. Nadat de vracht was afgeleverd op het Singel, hoorde Nord wat ze eigenlijk hadden vervoerd: wapens.

Spullen in de kelder

De Duitsers zochten intensief naar de redacteuren. Eind 1942 had de Sicherheitsdienst (SD) bijna de gehele redactie opgepakt, onder wie Meijer en Van Norden, die in het ‘Oranjehotel’ in Scheveningen vastzaten. Tijdens de lange verhoren hield Van Norden vol van niets te weten, angstig dat ze achter zijn werk voor Het Parool zouden komen. In zijn huis lagen het cliché van de kop van Het Parool en een revolver. De huiszoeking had niets opgeleverd, want zijn zus had de spullen in de kelder verstopt.

Kees de Groot, vader van twee jonge kinderen, leidde in Amsterdam in zijn eentje de krant. Simon Carmiggelt, net vader geworden, deed dit in Den Haag.

Tegen Goedhart was de doodstraf geëist. In afwachting van de uitslag van zijn gratieverzoek zat hij in kamp Vught. In augustus van 1943 werd hij, begeleid door twee Nederlandse agenten, naar het politiebureau aldaar gebracht. Hij vermoedde dat zijn vonnis zou worden voltrokken en besloot een van de agenten, van wie de oogopslag er niet ongunstig uitzag, in vertrouwen te nemen. Hij vertelde hem dat hij van Het Parool was. De agent smeedde terstond een plan om de achterdeur van het politiebureau open te zetten. In een onbewaakt ogenblik liep Goedhart koeltjes het politiebureau uit.

Via een inwoner van Vught kwam hij terecht op het onderduikadres van redactielid Gerrit Jan van Heuven Goedhart. De Paroolgroep was tijdens zijn twintig maanden durende gevangenschap in de loop van 1943 uitgegroeid tot een ware organisatie. De vervaardiging en verspreiding van de krant ging professioneler, de oplage was flink gestegen en het gezag van de krant was toegenomen. Hij hoorde ook van de recente arrestatiegolf van de redacteuren Van Norden en Meijer en over de dood van journalisten Sieg Vaz Dias en Lex Althoff, die eind 1942 gepakt waren. Goedhart sloot zich onmiddellijk weer aan bij de krant. Diezelfde maand, augustus 1943, werden Van Norden en Meijer vrijgelaten.

Concentratiekampen

Het Parool meldde in november 1943 als eerste illegale krant het bestaan van de concentratiekampen. Het artikel van Goedharts hand leverde aanvankelijk een heftige discussie binnen de redactie op. Het zou de Joden te zeer aangrijpen, dacht een deel van de redactie. Een ander deel twijfelde aan het waarheidsgehalte.

Eind 1943 viel de Paroolorganisatie uit elkaar, na een brand in een pakhuis in de Peperstraat 11-13, dat Het Parool als opslagruimte voor tienduizenden kranten gebruikte. Een van de opgepakte verspreiders gaf aan de Sicherheitspolizei adressen vrij van andere verspreiders, drukkers, zetters en van de redacteuren Goedhart, Van Heuven Goedhart en De Groot. Er volgde een grote razzia; vele medewerkers en drukkers werden gearresteerd.

De Paroolorganisatie moest weer vanaf de grond worden opgebouwd. De redactieleden, die inmiddels op verschillende onderduikadressen zaten, kwamen vaak buiten de stad bijeen. In september 1944, voor Dolle Dinsdag, ging Goedhart terug naar Amsterdam, naar de Eerste Weteringdwarsstraat, waar hij zijn artikelen schreef. De oplage van de krant was inmiddels tot 60.000 gestegen.

Simon Carmiggelt, die destijds de contacten met de drukkers onderhield en vanaf april 1944 in de redactie was gekomen, legde eind dat jaar contact met drukker Johannes Jesse, aan de Nieuwezijds Voorburgwal, die het drukken van de krant voor zijn rekening nam. Kranten drukken was vanwege het tijdrovende handwerk een groot gevaar: een drukkerij was nooit geheel ‘schoon’. Er lag altijd wel bewijsmateriaal.

In memoriam

In maart 1945 liep Kees de Groot bij toeval in de armen van de Sicherheitsdienst, die net bezig was met een huiszoeking. Hij werd met tientallen anderen als represaille voor de aanslag op SS-leider Hanns Rauter gefusilleerd. De Duitsers wisten niet welke belangrijke Paroolman ze in handen hadden.

In Het Parool van 27 maart 1945 verscheen een aangrijpend in memoriam. ‘Kees bleef alleen over. Hij redigeerde berichten, schreef artikelen, voerde besprekingen met den drukker en met verspreiders, reed met kar en paard om papier aan te voeren, corrigeerde drukproeven, verpakte in z’n eentje vele duizenden kranten en reed ze daarna zelf per bakfiets dwars door een onzer groote steden naar de punten vanwaar de verdere expeditie door anderen verzorgd kon worden. (...) Met de wetenschap, dat een aantal speciale beambten van den SD met zijn foto in hun zak liepen.’

Vlak na de executie werd Simon Carmiggelt bij een razzia opgepakt. Hij was net met kopij op weg naar de drukker, liep een winkel binnen en ontdeed zich op het toilet van het belastende materiaal. Hij werd echter gegrepen en naar het Huis van Bewaring op de Weteringschans gebracht omdat in zijn aktetas een recent nummer van Vrij Nederland werd aangetroffen. Hij deed zich voor als een ongevaarlijke, onnozele hals, waarna de Duitsers hem na een tijdje weer lieten gaan.

Goedhart vertrok na de fusillade van De Groot naar een onderduikadres. Verschillende redacteuren, onder wie Nord en Carmiggelt en hun gezinnen, gingen op schuiladressen rond en op het hoofdkwartier aan de Reguliersgracht 109-111 wonen. Op nummer 111 hing het bordje ‘Drs. J. van Wijk, Economisch Adviesbureau’ als verklaring voor de drukke aanloop.

Journalist Max Nord, een vriend van Meijer en Van Norden, die de financiën beheerde, was bijna gepakt met een bom geld op zak. Hij kon nog net op tijd bij een prostituee in het centrum naar binnen duiken.

Mitrailleurgeratel

Het illegale Parool bleef tot het einde van de oorlog verschijnen. Nummer 99 van zondag 6 mei 1945, mét adres: Nieuwezijds Voorburgwal 225, was gekopt: ‘De capitulatie is thans een feit.’ Het gebouw van De Telegraaf was geconfisqueerd voor Het Parool, een goed bewapend commando zorgde ervoor dat de persen ongeschonden in handen kwamen van de redactie.

7 mei werd het bevrijdingsnummer gedrukt met het nieuws dat de eerste Britse tanks Amsterdam binnenreden en er een einde kwam aan een onzekere toestand. Om de hoek, op de Dam, echter was het mitrailleurgeratel te horen van Duitsers die vanuit de Groote Club op juichende mensen vuurden. Er vielen vele gewonden en doden.

Omstreeks vijftig mensen hadden hun leven voor de krant gegeven, onder wie ook Jaap Nunes Vaz, een van de zes van het eerste uur.

Carmiggelt bleef na de oorlog contact houden met drukker Joh. Jesse. Die hoorde pas later dat Carmiggelt de schrijver was van het stuk Honger in januari 1945. Jesse, die het artikel zo mooi had gevonden, was stomverbaasd; hij kende Carmiggelt als een boekhoudkundig man – saai en degelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden