Kinderverhaal

744 jaar Amsterdam: de reis van Christina

Amsterdam viert zijn 744ste verjaardag. De OBA geeft daarom alle Amsterdamse kinderen een verhaal cadeau. Het gaat over Christina, een Indisch meisje van tien jaar dat van Batavia naar Amsterdam werd meegenomen. 

Beeld Mylo Freeman

Er was eens … lang geleden, zo’n 254 jaar om precies te zijn. In een land hier niet zo ver vandaan, nou ja helemaal niet zo ver, eigenlijk heel dichtbij, het was namelijk gewoon in Amsterdam. In Amsterdam in 1765 woonde een meisje aan de Amstel in een groot huis. Zij heette Christina. En Christina was niet blij. Zij was boos. Zo boos dat ze besloot van huis weg te lopen. Omdat de dingen gingen zoals ze altijd gingen en dat maakte haar woedend.

Misschien is het goed, om te begrijpen hoe de dingen gelopen zijn, nog een paar stappen terug te doen. Nog verder terug te gaan naar vroeger. Dus weet je, we beginnen gewoon opnieuw:

Er was eens, lang geleden, 264 jaar geleden om precies te zijn (dat is dus tien jaar eerder dan zojuist), in een land hier ver vandaan, een land dat ze toen Indië noemden, een stad. Die stad heette Batavia. En hoewel Batavia aan de andere kant van de wereld lag (meer dan 11.000 kilometer van Amsterdam), werd het gezien als een stukje Holland. Tenminste door de Hollanders. Er werd Nederlands gesproken, er werden Hollandse feesten gevierd en Hollandse bestuurders bepaalden wat er gebeurde.

Sari

Sari woonde in Batavia. Zij was de liefste en leukste vrouw die je je kunt voorstellen. Sari werkte bij de Hollandse Adrianus en zijn vrouw Christa in huis. Ze waste, kookte en maakte daar schoon voor hen. Sari verhuisde van het dorp waar ze woonde, de kampong, naar een klein ­kamertje in huis bij Christa en Adrianus. Zij zorgde dat het huis mooi en gezellig was. Adrianus vond dat fijn, maar Christa moest niets van haar hebben. En hoe aardiger Adrianus tegen Sari deed, hoe meer Christa tegen haar snauwde.

Toen Sari beviel van een mooie dochter, kreeg Adrianus een idee. Als ze haar dochter naar Christa zou vernoemen, zou ze vast aardiger doen tegen Sari. Daar had Sari natuurlijk helemaal geen zin in, maar ze had niet het gevoel dat ze een keuze had. Dus officieel noemde ze haar dochter Christina, maar als ze samen waren noemde Sari haar dochter Sayang. Dat betekent ‘lieverd’. Hoewel Christina de liefste baby ter wereld was en bijna nooit huilde, werd Christa nog chagrijniger dan ze al was. Ze snauwde nog gemener tegen Sari en van Christina moest ze helemaal niets hebben, ook al was ze naar haar vernoemd. Maar daar trok Sari zich helemaal niets van aan. Zij was gelukkig met haar dochter. Ze knuffelden elke dag en toen Christina wat ouder werd, zongen ze liedjes wanneer ze samen bij het vuur zaten te koken.

Tot die ene ochtend. Met tranen in haar ogen kleedde Sari Christina aan. Christina had geen idee waarom haar moeder moest huilen. Ze had toch niets fout gedaan? Toen Christina aan haar moeder vroeg wat er aan de hand was, droogde Sari snel haar tranen met een zakdoek en zei dat er niets aan de hand was. Ze zongen samen en Christina kreeg een mooie jurk aan. Christina voelde hoe de stijve stof kriebelde op haar huid. Ze werd in de koets getild en op de bank naast Adrianus en Christa gezet. De zakdoek van Sari had ze nog in haar hand.

Schommelend kwam de koets in beweging, op weg naar de haven. Christina vond het spannend. Lange masten met grote zeilen van de gigantische schepen klapperden in de wind. Aan boord leek het wel een kampong. Overal waren mensen met een eigen taak en een eigen plek. Zelfs toen het schip begon te varen, had ze geen idee dat ze voor altijd uit Batavia zou weggaan. Dat het kleine streepje groen aan de horizon het laatste was dat ze van haar geboortestad zou zien.

Nieuw begin

Het was koud in Amsterdam, veel kouder dan in Batavia. En niet alleen wanneer je buiten was. Christina miste de warmte van haar moeder die haar in Batavia elke avond zachtjes heen en weer wiegde en liedjes met haar zong. Vanaf het moment dat ze naar het drukke Amsterdam was verhuisd, moest Christina paps en ma tegen Adrianus en Christa zeggen.

Hoe ouder ze werd, hoe meer ze moest doen in huis. Uiteindelijk deed Christina in Amsterdam alles wat haar moeder Sari in Batavia deed. Als het haar te veel werd en ze haar moeder miste, droogde ze haar tranen met dezelfde zakdoek waarmee Sari haar tranen droogde in Batavia. Die zakdoek had ze al die jaren onder haar kussen bewaard.

Het begon op een vrijdagavond. Christina was naar boven gestuurd, want paps en ma verwachtten gasten. Op haar slaapkamer ontdekte ze dat de zakdoek van haar moeder niet meer onder haar kussen lag. En ook niet onder haar bed en ook niet ergens anders in haar slaap­kamer. Ze stormde naar beneden en vroeg aan ma waar de zakdoek was. “Dat vieze lapje?” zei Christa terwijl ze met een koude blik naar Christina keek. “Dat heb ik weggegooid. En nu naar boven, de gasten komen eraan.”

De tranen stroomden over de wangen van Christina. Nu had ze zelfs de zakdoek van haar moeder niet meer om haar tranen op te vangen.

Beeld Mylo Freeman

Op dat moment is het idee ontstaan. Het idee dat eerder onvoorstelbaar leek. Soms wordt een idee dat zo onmogelijk lijkt, dat veel te moeilijk uit te voeren is, plotseling de enige oplossing om uit een bepaalde situatie te komen. Dat gebeurde op dat moment bij Christina. Ze kon niet geloven dat het enige wat ze nog van haar moeder had nu kwijt was. Dat Christa het zakdoekje had weggegooid, maakte Christina enorm boos. Woedend zelfs. En die woede maakte haar sterk. Zo sterk dat ze nergens meer bang voor was. Christina liep naar boven, keek haar kamer rond en realiseerde zich dat ze niets meer nodig had.

Toen ze naar buiten liep en de deur van het grote huis aan de Amstel achter zich dichttrok, voelde ze zich vrij. Haar besluit stond vast. Ma en paps zouden haar niet meer terugzien. Waar zou ze naartoe gaan? Geen idee, de wijde wereld in. Ergens, overal. Alles was beter dan hier, toch?

Maar wacht even, hoe kan een tienjarig kind alleen de wijde wereld in trekken? Dat kon ook niet, maar ze deed het wel. Ze liep langs de sta­tige huizen aan de Amstel, rechtstreeks naar de drukte op de Dam. Toen ze bij de Dam aankwam, gunde ze zich even tijd om op adem te komen. Voor de waag stond ze stil en ze keek naar de koopmannen die hun boter en kaas kwamen wegen. Mannen met tulbanden droegen tonnen met kruiden en bewogen zich tussen de karren. De geur van de kruiden deed Christina denken aan toen ze klein was. Aan de avonden bij het vuur toen ze met haar moeder eten kookte. Ze voelde de tranen in haar ogen prikken. Nee! Niet aan denken, ze wilde nu niet aan haar moeder denken. Ze moest door. Christina liep verder naar de vismarkt. De geur van verse vis prikkelde in haar neus.

Op dat moment meerde een schip af aan de kade. Vier Afrikaanse vrouwen tilden grote manden met vis naar de kant. Christina hoorde dat ze Portugees spraken. Paps had haar uitgelegd dat die visverkoopsters uit Angola kwamen. En, vertelde hij, je komt langs Angola als je op weg gaat naar Batavia. Batavia, waar Christina’s moeder woont. Batavia! Ze moet naar Batavia, naar haar moeder! Ho, ho, ho, een meisje alleen naar Batavia? Ik hoor het je al denken. Hoezo, dat is onmogelijk! En dat is ook onmogelijk. Maar soms krijg je in een onmogelijke situatie, het onmogelijke voor elkaar. Vooral als het toeval je een handje helpt.

Het schip

“Waar kijk jij nou naar?” Een jongensstem haalde Christina uit haar dagdroom. Ze was van de Dam doorgelopen naar de haven en keek naar een gigantisch schip. Ze herinnerde zich hoe ze als klein meisje met precies zo’n schip naar Amsterdam werd gebracht. “Nou, hoe zit dat? Waarom sta je hier al de hele tijd te staren?” Twee blauwe ogen keken Christina onderzoekend aan. “Ik ben Leendert, hoe heet jij?” Christina stelde zich voor en vertelde dat ze met zo’n schip van Batavia naar Amsterdam was gekomen. “Echt? Vandaag begint mijn eerste reis, op dit schip. Ik vind het spannend, joh. We gaan naar Batavia.” Hij glunderde van trots toen hij dat vertelde.

Leendert woonde in het weeshuis aan de Kalverstraat omdat zijn ouders waren overleden. Hij was in de leer om scheepstimmerman te worden en vandaag zou zijn eerste grote reis beginnen. Hij vertelde dat hij in het weeshuis had gehoord van arme sloebers die schathemeltjerijk uit Batavia terugkwamen. Nou, dat wilde hij ook wel! “Ik ga met je mee,” zei Christina plotseling terwijl ze Leendert strak aankeek. Hij begon eerst hard te lachen maar stopte met grinniken toen ze serieus bleef kijken.

“Jij weet toch hoe het is om niemand te hebben?” zei Christina tegen hem. “Geen vader, geen moeder, niemand om voor je te zorgen. Jouw ouders zijn er niet meer, maar mijn moeder leeft nog, in Batavia.” Leendert wist precies hoe het voelde om alleen te zijn, om geen familie te hebben. Hij had zich vaak eenzaam gevoeld en bedacht hoe fijn het zou zijn als zijn ouders ergens op hem zouden wachten. Hij begreep hoe Christina zich voelde. En hij wilde haar heus wel helpen haar moeder weer te vinden, maar hij kon toch ook geen vreemd meisje aan boord smokkelen?

Leendert had geen idee wat hij moest zeggen. Hij hoorde de meeuwen boven zijn hoofd krijsen, op zoek naar iets eetbaars dat de zeelieden op de kant zouden gooien. Hij hoorde de tonnen met eten over de kade rollen die voor de grote reis in het ruim werden geladen. Het ruim! Het zou waarschijnlijk onmogelijk zijn, maar dit was een kans, een mogelijkheid om haar te helpen. Een minimogelijkheid. Maar wie weet…

De reis

Christina moest giechelen van spanning toen het anker werd gehesen en het schip aan de grote reis begon. Ze wist nog steeds niet hoe ze het voor elkaar had gekregen, maar Leendert had haar het schip in gesmokkeld en nu zat ze, naast de tonnen met eten en drinkwater, verstopt in het ruim. Ze hoorde zachtjes het klapperen van de zeilen en voelde het wiegen van het schip over de golven. Ze herinnerde zich hoe ze, toen ze klein was, in haar moeders armen werd gewiegd en viel in slaap.

“Hé, kijk hier nou!” riep iemand. “Wat is dat nou?” zei een andere stem. “Een verstekeling!” schreeuwde iemand. “Een hele kleine verstekeling!” Voor ze het wist, werd Christina door grote mannenhanden opgetild en meegenomen naar het dek van het schip. De hele bemanning was naar boven gekomen om te zien waar het rumoer vandaan kwam. Tussen al die gezichten zag ze een bekend gezicht. “Leendert! Leendert, help!” riep Christina. Christina had verwacht dat kapitein Houtepen woedend zou zijn toen hij erachter kwam dat Leendert haar had geholpen zich te verstoppen. Zijn ogen schoten namelijk vuur toen ze door de bemanning bij hem werd gebracht. Maar zijn blik werd langzaam vriendelijker toen hij haar verhaal hoorde.

Hij was heel lang stil, maar zei uiteindelijk: “Ik snap het.” Christina slaakte een zucht van verlichting. Hij begreep waarom het zo belangrijk voor haar was om naar Batavia te gaan! “Maar het gaat niet Christina.” De grond leek onder haar voeten te verdwijnen. “De reis is te gevaarlijk voor een meisje als jij. We zijn maanden onderweg, er kunnen stormen opsteken, ziektes aan boord uitbreken. Ik zou het mezelf nooit vergeven als jou iets zou overkomen tijdens een reis waarvoor ik verantwoordelijk ben.”

Christina kon het snikken niet tegenhouden en de kapitein gaf haar zijn grote zakdoek om haar tranen mee te drogen.

In de haven van Middelburg meerde het schip aan om de laatste goederen voor de grote reis in te laden en de kapitein nam Christina mee aan wal.

Hij tilde haar in een koets die haar terug zou brengen naar Amsterdam. “Christina, ik weet dat deze reis niet is gegaan zoals je had gehoopt en dat spijt me. Het enige wat ik kan zeggen is: vertrouw altijd op je eigen koers en je zal op jouw plaats van bestemming komen.”

Het leek alsof ook in de ogen van kapitein Houtepen tranen glinsterden, maar Christina zag het niet. De koets zette zich in beweging en reed naar Amsterdam. In haar handen had Christina stevig de zakdoek van kapitein Houte­pen geklemd. Ze dacht na over de woorden van de kapitein. Vertrouwen op haar eigen koers? Dat was precies wat ze zou gaan doen. Ze zou teruggaan naar Amsterdam. Terug naar de handelaren op de Dam, de vissersvrouwen op de Amstel en de handelaren bij de beurs. Maar dit keer zou het anders zijn. Dit keer zou ze de stad overwinnen. 

Voor alle kinderen

In 2025 bestaat Amsterdam 750 jaar. In aanloop daarnaartoe organiseert de OBA samen met de gemeente Amsterdam, Het Amsterdam Museum, Stichting 750 jaar Amsterdam en amsterdam&partners diverse activiteiten, waaronder de publicatie van dit verhaal.

De reis van Christina is geschreven door Jörgen Tjon A Fong en de illustraties zijn gemaakt door Mylo Freeman. Het verhaal is gebaseerd op Christina, een van de historische figuren die is geportretteerd in de expositie Hollandse Meesters Her-Zien, die Tjon A Fong samenstelde voor de Amsterdam Museumvleugel van de Hermitage Amsterdam.

In alle 26 OBA-vestigingen ligt het verhaal voor Amsterdamse kinderen, om mee te nemen of te lezen. Behalve in Het Parool wordt het verhaal ook op de websites van de samenwerkende partijen gepubliceerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden