PlusAchtergrond

2800 bordjes bij elkaar: de gevolgen van de Holocaust in de Oosterparkbuurt

Kunstenares Ida van der Lee ontwierp het stratenmonument Namen en Nummers om de gevolgen van de Holocaust in de Oosterparkbuurt zichtbaar te maken. Het dit jaar voltooide kunstwerk werd woensdag op Pampus voor één dag gepresenteerd.

Beeld Jakob Van Vliet

Tientallen kisten met bordjes met de namen van vermoorde Joden uit de Oosterparkbuurt staan opgestapeld in een hoek van de boot die naar het eiland Pampus vaart. Even na negen uur meert de boot met kunstenares Ida van der Lee en twaalf vrijwilligers aan op de steiger van het eiland. Van der Lee houdt nauwlettend in de gaten dat het opbouwen van het stratenmonument met respect geschiedt.

De kunstenares, die in de Vrolikstraat woont, begon in 2012 met haar stratenmonument. Zij zocht uit waar de Joden in de Oosterparkbuurt woonden. Honderden Amsterdammers, onder wie Job Cohen, Gerdi Verbeet, Ronald Plasterk en Hanneke Groenteman, maakten vervolgens naambordjes voor hen, versierd met gekleurde stiften, lapjes stof of een oude krant. Elk jaar werden de gemaakte naambordjes op 4 mei neergelegd op het Kastanjeplein en elk jaar werd het kunstwerk groter.

Dit jaar zijn de laatste tweehonderd naambordjes gemaakt, zodat het project nu voltooid is. “Met deze plattegrond wordt inzichtelijk hoeveel Joden er zijn weggehaald: 2800 in totaal,” aldus Van der Lee.

Heel de wereld voor pampus

Omdat Van der Lee haar project wegens de coronacrisis dit jaar niet kan neerleggen op het Kastanjeplein, is het forteiland Pampus als tijdelijke locatie bedacht. De tegenstelling tussen het project en het fort, dat in 1892 werd gebouwd om de Amsterdamse haven te ver­dedigen, kan niet groter zijn. Pampusbeheerder Martin Verweij vertelt dat er in de Tweede Wereldoorlog in het fort Duitse soldaten rondliepen die er het staal roofden.

Van der Lee vindt het een symbolische plek: “Dit fort is gemaakt om oorlog te voorkomen,” zegt ze. “Bovendien ligt nu de hele wereld voor pampus.”

Twaalf vrijwilligers legden de naambordjes in het straten­patroon van de buurt neer. Beeld Jakob Van Vliet

Op een gemaaide grasvlakte aan de noordkant worden de naambordjes van de weggevoerde Joodse bewoners uit de Eerste, Tweede en Derde Oosterparkstraat en Vrolikstraat plus alle tussenliggende pleinen en straten uitgestald.

Mieke Vergeer (68) is een van de vrijwilligers. Zij neemt een deel van de Derde Oosterparkstraat voor haar rekening, waar ze 21 jaar heeft gewoond. Bordjes met achternamen Gobitz, Cohen en Aardewerk liggen aan het begin van de straat.

‘Vanuit het donker’

“Het is toch onvoorstelbaar. Dit komt heel dichtbij. Nu pas zie je om hoeveel mensen het ging. Ieder naambordje is een mens,” zegt Vergeer terwijl ze het bordje van Eva Moscoviter-Vischschoonmaker in de handen houdt. “Ze moest eens weten dat ik een bordje voor haar neerleg met haar naam erop.”

Ze heeft een bordje gemaakt voor Abraham van Rooijen uit de Vrolikstraat 66 eenhoog en dit beschilderd met duiven. “Deze man is gedood in de oorlog, ik heb het geluk in vrede te leven,” zegt Vergeer.

Van der Lee heeft een ritueel bedacht als een bordje voor de eerste keer wordt neergelegd. Vergeer klingelt met een bel en legt het bordje neer terwijl ze de zin uitspreekt: “Abraham van Rooijen, ik breng je terug naar huis.”

Van der Lee: “Zo brengen we de mensen vanuit het donker terug naar huis.”

Beeld Wiebe de Jager / Dronewatch

Ze heeft zelf bordjes gemaakt van Eliazer Bas en zijn vrouw Naatje Bas-Peperwortel, een echtpaar van in de tachtig dat vanuit haar eigen woning aan de Vrolikstraat is weggehaald. Op joodsmonument.nl vond ze de inboedellijst van het gezin, met onder meer een vitrage, bloementafel, wandkast, ijzeren tweepersoonsbed, spiegel met sieraden et cetera. “Je kunt zo het huis inrichten.”

De in 1926 geboren moeder van vrijwilliger Alex Kemp (64) woonde tijdens de oorlog in de Vrolikstraat. Zij maakte mee hoe de buren in haar straat werden weggevoerd. “Ze zag met eigen ogen hoe haar vriendinnetje uit huis werd gehaald. Ze sprak er weinig over.”

Judith Ensel (56) en haar man Olaf Ernst (46) bouwen de Vrolikstraat na, de straat waar in deze buurt de meeste Joden zijn weggehaald. Ze leggen nu de bordjes neer van de familie Vogel op nummer 50 tweehoog.

Vervolg in andere buurten

Judith Ensel heeft ook naambordjes gemaakt voor haar grootouders Rafael en Judith Ensel-de Hond en hun dochter Selina Polak uit de Blasiusstraat. De straat valt eigenlijk net buiten het project. “Mijn vader en zijn zusje waren toevallig tijdens een razzia bij hun grootouders aan de overkant van de straat en konden later in veiligheid worden gebracht. Hun grootouders werden later ook opgepakt.”

Volgend jaar wordt het stratenmonument nog één keer uitgelegd.

Van der Lee: “Het zou mooi zijn als dit project een vervolg krijgt in andere buurten. Vanuit het Merwedeplein was er al belangstelling voor.”

Vanwege corona lagen de bordjes dit jaar niet op het Kastanjeplein, maar op Pampus.Beeld Wiebe de Jager / Dronewatch
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden