Geschiedenisblog

1969: De eerste vrouw geslaagd voor het examen vakbekwaamheid herenkappersvak

Nu geschiedenis, maar destijds het laatste nieuws in Amsterdam. Van Mozart tot de eerste stempelautomaat: wat gebeurde er vroeger in de stad?

1969: De eerste vrouwelijke herenkapper

Tonny Nietvelt schenkt maandag 13 oktober 1969 in zijn kapperszaak aan de Leidsegracht sherry aan zijn klanten. Reden is dat zijn dochter Jessica (19) als eerste vrouw in Nederland is geslaagd voor het examen vakbekwaamheid herenkappersvak. De cijferlijst die trots getoond wordt aan de klanten bevat louter zevens en een acht voor warenkennis. Wat brengt een meisje ertoe herenkapper te worden, wilde Het Parool weten. “Ach, dat is me eigenlijk met de pap­lepel ingegoten. Ik had als scholier al een zaterdagbaantje in een dameskapsalon, maar dat trok met toch niet,” antwoordt Jessica. Het is wel even wennen voor de klanten van haar vader, geeft ze toe. “Vooral voor de oudere heren hoeft het niet. Maar de jongeren denken er anders over.” 

Jessica Nietvelt in de herenkapperszaak van haar vader. Beeld Verhoeff Bert / Anefo/Nationaal Archief

1755: Dominee van kansel geschoten

Grote consternatie tijdens de ochtenddienst van zondag 12 oktober 1755 in de Waalse Kerk aan de Oudezijds Achterburgwal. Als ‘pasteur’ Jean Henri François tijdens het gebed van de preekstoel wordt geschoten. De dominee overleeft de aanslag, buiten wordt de 25-jarige bakkersknecht Jean Langel aangehouden. De dader, geboren in het Franse Metz, legt ‘niet wel by sinnen’ een verwarrende verklaring af over zijn daad. De dominee zou een tovenaar zijn, die hem aan de duivel had geketend. Schout en schepenen laten ­Langel overbrengen naar het Rasphuis. Maar in 1764 komen ze tot het inzicht dat hij gezien zijn psychotische waandenkbeelden thuishoort in het Dolhuis. Daar overlijdt Langel in 1777, vlakbij de kerk waar hij bijna 27 jaar eerder de mislukte aanslag pleegde.

Detail van een prent van de hand van Fokke Simons over de aanslag. Beeld Stadsarchief, Simon Fokke

1984: Opening Sea Palace

Enneüs Heerma, wethouder Economische Zaken, opent op 2 oktober 1984 Sea Palace. De offi­ciële opening van het eerste drijvende Chinese restaurant buiten Hongkong gaat gepaard met vuurwerk, een drakenoptocht en een negengangenmenu voor de genodigden. Het restaurant aan de Oosterdokskade, gebouwd in de stijl van een oud Chinees paleis, biedt plaats aan liefst 900 gasten. Voor de kenmerkende oosterse sfeer zijn veertien containers met authentieke Chinese bouwmaterialen, versieringen en kunstwerken aangevoerd. Ook de drie chef-koks zijn in Hongkong gerekruteerd. Eigenaar is de Amsterdamse Chinees Cheung Sing Wong, die denkt de bouwkosten van 6 miljoen gulden (ruim 2,7 miljoen euro) er binnen twee jaar uit te hebben.

Eigenaar Dave Wong (r) en zijn assistent. Beeld Wubbo de Jong / Het Parool

1976: Henk Spaan is het Kronkeligst

Onder het pseudoniem Kronkel publiceerde ­Simon Carmiggelt bijna veertig jaar vrijwel dagelijks een cursiefje in Het Parool. In 1976 schreef Het Parool een Kronkel­wedstrijd uit, gecoördineerd door de jonge Henk van Gelder. De eerste week van de wedstrijd publiceerde de krant elke dag een anonieme bijdrage, geschreven door jonge aanstormende columnisten én de meester zelf. De door de ­lezers uitverkoren kronkeligste Kronkel bleek van de hand van Henk Spaan. Simon ­Carmiggelt eindigde pas op de vierde plaats, nog achter ­Renate Rubinstein en Kees van Kooten. De tweede ­wedstrijdweek werd ­gevuld met de ­beste ­ingestuurde Kronkels. Overigens had volgens Henk van Gelder een groot deel van die inzenders de ­opdracht niet goed begrepen.

Henk Spaan in 1976. Beeld anp

1926: De eerste watertaxi

Rederij Bergmann intro­duceerde in 1926 de watertaxi, waarmee afgelegen bedrijven en rederijen in de havens bereikbaar werden. Drie jaar later nam Bergmann tussen Damrak en Tolhuis een watertram in de vaart, met plaats voor vijftig passagiers. Eind 19de eeuw had Amsterdam al zijn eigen waterbus, maar de Tweede Wereldoorlog maakte daar een einde aan. In de ochtendspits van 26 september 1963 vertrok weer een busboot vol forensen van de Stadionkade naar de Torensluis in het Singel. Een groep textielhandelaren hoopte dat de busboot de druk van het spitsverkeer op de binnenstad zou halen. In 2011 introduceerde rederij Lovers nog de amfibische bus Floating Dutchman, die passagiers vervoerde tussen Schiphol en Amsterdam.

Proefvaart van Bergmanns watertaxi op het Singel. Beeld Stadsarchief

1761: Jan Willem Boreel wil seks

Jan Willem Boreel stapt dinsdagmorgen 29 september 1761 in ‘seer beschonken’ staat een dranklokaal op de Spiegelgracht, hoek Lijnbaansgracht, binnen. Daar bespringt de notabele zowel dienstmeisje Johanna Ketelaar als haar hoogzwangere werkgeefster Maria ­Tonbrink: “Ik heb een ding zo groot als een arm en ik heb in plaatse van twee wel drie klooten.”

Destillateur Jan Dirck Bosch gooit de tierende aanrander op straat. De volgende dag wordt namens de ‘grote heer Boreel’ die ook ‘bevriend’ is met de hoofd­officier, 260 gulden aangeboden als genoegdoening. Het geld wordt geaccepteerd na het tekenen van een verklaring dat Boreel alles slechts gekscherend had bedoeld. Hoofd­officier Willem Huygens brengt de zaak alsnog voor het gerecht, dat zijn ‘vriend’ veroordeelt tot 1000 gulden boete.

Jan Willem Boreel, sche­pen en raad van Amsterdam, 1772. Beeld Rijksmuseum

24 september: Eerste soos voor jonge homo’s

Op zondag 24 september 1967 gaan aan de Keizersgracht 717 de deuren open van Zoos, de eerste sociëteit voor ‘mannen die zó zijn’: minderjarige homofielen. De alcoholvrije Zoos is elke zondagavond geopend voor jongeren vanaf 16 jaar. Met toestemming van de ­zedenpolitie is de maximumleeftijd vastgesteld op 23 jaar, een stap in de richting van afschaffing van artikel 248-bis, waarin ‘ontucht met een minderjarige van hetzelfde geslacht’ strafbaar is. Hierdoor weigeren homocafés en zelfs ­belangenorganisatie COC jonge ­homo’s, die hun vertier moeten zoeken in parken en urinoirs. De Zoos­bezoekers komen dan ook niet alleen uit Amsterdam, maar uit het hele land. In maart 1970 wordt Zoos gesloten: het zaaltje kan de toeloop niet meer aan.

Keizersgracht 717, hier in 1941. Beeld Stadsarchief Amsterdam

1957: Tom Manders is imitators zat 

Tom Manders eist in een kort geding dat sigarenhandelaar Fred Menger zijn Dorus-imitatie op het Jordaan­ festival staakt. De imitator haalt twee maal per avond capriolen uit met behulp van een geluidsband, met flarden van liedjes en ­andere geluiden uit de televisieshow van ­Dorus. Manders hoopt dat de gang naar de rechter een les is voor alle andere imitatoren. Volgens hem telt ons land ‘een stuk of wat Dorus-­typen’, die op feestavonden van allerlei verenigingen geld verdienen aan de populariteit van zijn Dorus: “Ik ben zuinig op mijn creatie.” Het stoort hem ook dat Dorus zonder zijn toestemming in allerlei ­reclamecampagnes wordt gebruikt. “Er is zelfs een firma die ­sierkussens verkoopt met een Doruskop. Ik wil geen reclame­komiek zijn!”

Tom Manders als Dorus. Beeld ANP Kippa
De Munttoren in het midden van de jaren tachtig. Beeld Bureau Monumentenzorg

12 september 1987: Open Monumentendag

De Open Monumentendag is geen Amsterdamse vinding, het was vanaf de eerste editie in 1987 direct een landelijk fenomeen. Het oorspronkelijke idee kwam uit Frankrijk, via een oud-voorlichter van het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur die daar was gaan wonen. Daar werd sinds 1984 de Journée des Portes Ouvertes gehouden.

Vanuit het Amsterdamse Pintohuis zette de stichting Open Monumentendag de eerste editie in de steigers. Elke stad moest zijn eigen dag organiseren rond een centraal bedacht thema. Die eerste keer op zaterdag 12 september 1987 was dat: kerktorens.

Voor Amsterdam gaf de dag extra glans aan haar status als Culturele Hoofdstad van Europa. Bezoekers konden de toren van de Oude Kerk en de Wester-, Zuider- en Munttoren beklimmen. Op de opengestelde torens wapperde toen al de kenmerkende gele Open Monumentendagvlag met sleutel als beeldmerk.

1964: Jaap Oudkerk wereldkampioen 

‘Ik had geen kracht meer, maar ik moest doorgaan,” aldus Jaap Oudkerk na zijn zege op het wereldkampioenschap baanwielrennen in ­Parijs. “En niet alleen voor mezelf.”

Op enkele seconden na ligt de amateurstayer uit Amsterdam-Noord met gangmaker Bertus de Graaf de hele wedstrijd onbedreigd op kop. De ­regenboogtrui is een beloning voor zijn keuze om zijn rennersdroom niet op te geven, voor zijn overstap van de weg naar de baan.

“Ik ontdekte dat mijn kans op de baan lag.” Hij werd achtervolger, maar er verschenen jonge, snellere renners op de baan. “Ik kon nog met de sterksten meekomen, maar ik was niet meer de sterkste.” Gang­maker Bertus de Graaf zette hem toen op het spoor van het stayeren achter de grote motoren. Ook dat bleek een juiste stap.

Jaap Oudkerk, hier als Nederlands kampioen in 1965. Beeld ANP/ Ruud Hoff

3 september 1914: De Bijenkorf opent op de Dam

Op 3 september 1914 opende De Bijenkorf zijn nieuwe winkelpaleis op de Dam. Uit de textielzaak van weleer op de Nieuwendijk was een enorm en veelzijdig warenhuis voortgekomen. Meer dan 15.000 vierkante meters, verdeeld over vier verdiepingen in een spiksplinternieuw monumentaal pand. Een koperskasteel in het historische hart van de stad. Zoiets was nog nooit in Nederland vertoond. Het was een ook buitengewoon gewaagd. Niet in de laatste plaats omdat de doem van de Eerste Wereldoorlog over de opening hing. ‘De nieuwe Bijenkorf is geopend,’ meldde dagblad De Tijd dezelfde avond. ‘Deze opening staat echter in het teken van de treurige tijdsomstandigheden. Welk een tegenslag voor dien reusachtigen onderneming: alleen de parterre is in gebruik genomen, min of meer primitief, maar zeker getuigend van wat het in normale omstandigheden had geworden.’

Beeld van rond 1913: warenhuis De Bijenkorf in aanbouw, gezien vanaf de Dam naar de Koopmansbeurs aan het Damrak. Beeld Stadsarchief

10 september 1979: Brand in de verslaafdenopvang
Op 10 september 1979, om kwart voor twee ‘s nachts, is het nog druk in de opvangruimte voor Surinaamse heroïneverslaafden aan de Lijnbaansgracht, als er vijf molotovcocktails worden gegooid. De vijfde vliegt door het dakraam naar binnen, al snel slaan de vlammen uit het dak. Vijf bezoekers raken gewond, van wie één ernstig. Buurtbewoners hebben vooral begrip voor de daad: “Nu is het een echt bruin café.” In 1994 ontlokt misdaadjournalist Bas van Hout met een verborgen camera een bekentenis aan Yge Graman, raadslid voor de Centrumdemocraten. Eenmaal aangehouden bekent Graman ook zijn betrokkenheid bij een soortgelijk, inmiddels verjaard, delict aan de Vijzelstraat in 1977. Graman wordt veroordeeld tot zes jaar cel, na een hoger beroep blijft daar twee jaar van over.

Yge Graman van de Centrum Democraten. Beeld ANP
Prinses Wilhelmina op vijfjarige leeftijd, 1895. Beeld Benelux Press/ANP

31 augustus 1885: De eerste Prinsessedag

Op 31 augustus 1885 werd in Amsterdam ter gelegenheid van de vijfde ­verjaardag van prinses Wilhelmina de eerste Prinsessedag gevierd, de voorloper van de latere Koninginnedag en onze huidige Konings­dag.

Werden de verjaardagen van de drie Willems sober gevierd, met een ­receptie of een militair defilé, de ­geboorte van kroonprinses Wilhel­mina werd door de liberalen aan­gegrepen voor de roep om een ­nationale feestdag, als symbool ­tegen de toenemende verzuiling van Nederland.

‘Waar is het nationaal feest, dat wij allen in eensgezindheid kunnen vieren, waar de vaderlandsliefde ­hoger staat dan de strijd der ­partijen?’ schreef hoofdredacteur J.W.R. Gerlach van het liberale Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad op 26 juli 1885.

De Amsterdamse Vereeniging tot Veredeling van het Volksvermaak haakte daarop in met het organiseren van kinderfeesten op 31 augustus 1885. Al snel waren er op die datum elk jaar activiteiten voor alle Amsterdammers, van ­gondeltochten tot wieler­wedstrijden.

Ton Harmsen/Ton Harmsen Beeld ANP

31 augustus 1978: Ajaxvoorzitter Ton Harmsen

‘Jaap van Praag was nu eenmaal Ajax en Ajax was Jaap van Praag. Nee, wij zullen het anders gaan doen, al zeg ik niet dat het ook beter wordt,” aldus Ton Harmsen op 31 augustus 1978, na zijn ­verkiezing door de ­ledenraad van Ajax tot nieuwe voorzitter van de club.

Harmsen, rijk geworden in de verwarmingsindustrie, hielp de club aan ­nieuwe sponsors en introduceerde in stadion De Meer de ­eerste skyboxen rondom de Nederlandse velden. Onder zijn voorzitter­schap behaalde Ajax vijf landstitels, vier KNVB-­bekers en, in 1987, de ­Europa Cup II.

De club versleet in die ­periode ­echter ook acht trainers bij het eerste elftal. 

In 1988 stapte Harmsen op, na ­ernstige bedreigingen aan zijn adres.

“Ik wijk voor ­terreur,” zei hij bij zijn vertrek. “Kogels houd je nu eenmaal niet ­tegen.” Drie maanden later kwam een omvangrijke zwartgeld­affaire bij Ajax aan het licht.

De Noorse parkeerboot. Beeld ANP

1993: Parkeerboot

Bij de Oosterse Y-markt aan de Westerdoksdijk meerde augustus 1993 een parkeerboot aan. De olietanker was op een Noorse werf omgebouwd tot een parkeergarage voor 730 auto’s. De vier enorme parkeerdekken werden door Amsterdamse kunstschilders opgevrolijkt. Voor deze primeur van een drijvende parkeergarage betaalde Amsterdam 6 miljoen gulden. Het leek de ideale oplossing voor de voorspelde parkeerproblemen bij de Y-markt, een gemeentelijk werkgelegenheidsproject voor startende allochtone ondernemers. Maar de Y-markt wilde geen succes worden, omdat het publiek de ongezellige markthal niet wist te vinden. Juli 1993 trok de gemeente de stekker uit de Y-markt. De parkeerboot werd verkocht, tegen schrootwaarde.

Theo Thijssen Beeld archief het Parool

1914: Theo Thijssen gemobiliseerd

Onderwijzer en schrijver Theo Thijssen (1879-1943) werd in augustus 1914 gemobiliseerd, bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Als korporaal belandde hij in fort Uithoorn, onderdeel van de Stelling van Amsterdam. Hij verbleef er tot juni 1915. Hoe het hem daar verging, beschreef hij in brieven aan uitgever Cornelis van Dishoeck: ‘De stemming onder de mensen is uitstekend: eerst waren we werkelijk vrijwel neutraal, maar na de invasie van de Duitsers in België zijn we allemaal wel anti-mof.’ Het leven op het fort als verlof­regelaar en waarnemende administrateur nam veel tijd in beslag. ‘Mijn hele leven is fort en weer fort. Maar ik heb me wel meester gemaakt van een analfabeet, ene kerel van 34 jaar die lezen noch schrijven kan, en ’t stilgehouden had!’ 

Spuitgasten met bluswagen (handkar), 1874. Beeld Stadsarchief Amsterdam

1874: Beroepsbrandweer

Midden 19de eeuw verkeerde de Amsterdamse brandweer in chaos. Bij gebrek aan vrijwilligers werden mannen korte tijd door het lot aangewezen. Een verbeterd premie­stelsel in 1863 leverde meer spuit­gasten op, maar geen betere discipline. Verblind door een lucratieve premie gingen brandweerploegen voor het blussen eerst met elkaar op de vuist. “Bij iederen brand is de onwil zigtbaarder, het geroep om genever luidruchtiger, de wanorde grooter,” aldus directeur J.A. Heyse van het Brandwezen.

Dieptepunt vormde de brand op 6 augustus 1870 in een tabaks­zaak op de Kippenhoek (nu Rembrandtplein). Alleen al het uitrollen van brand­slangen naar de Herengracht duurde drie uur. De brandweerlui waren vooral druk met het ‘veiligstellen’ van de drankvoorraad uit de naastgelegen tapperijen. Er barstte een storm van kritiek los. Op 15 augustus 1874 kreeg Amsterdam als eerste stad een professioneel brandweerkorps.

Hoofdcommissaris Eric Nordholt in 1994. Beeld ANP Kippa

1994: Een bonus voor Eric Nordholt

De Amsterdamse hoofdcommissaris van politie Eric Nordholt vindt het maar overdreven, alle heisa in ­augustus 1994 over de extra toelage van 60.000 gulden die hij jaarlijks naast zijn salaris van 180.000 gulden ontvangt. De afspraak blijkt zeven jaar eerder te zijn gemaakt, om hem uit Groningen naar Amsterdam te lokken. Nordholt: “Ik heb gezegd: ‘Ik doe het, maar ik ga niet in­leveren op mijn inkomen.’ Ik zat met studerende kinderen.” De ­bonus lijkt naar de kranten te zijn gelekt door kritische agenten van het regiokorps Amsterdam-Amstelland, die teleurgesteld zijn over nieuwe functieprofielen en het ­uitblijven van de bij­behorende salaris­verhogingen. Burgemeester Ed van Thijn: “Ik kan me de verbazing voorstellen, maar begrijp de verontwaardiging niet.”

Spaarndammerplantsoen, gemeentegiro bus, helmtype, ontwerp A. Kurvers (1926) Beeld Han van Gool / Stadsarchief Amsterdam

1966: Supersnel betalen per telefoon

 ‘In de nabije toekomst zal het mogelijk zijn om zonder tussenkomst van bankpersoneel geld over te maken per telefoon,” voorspelt directeur A. Smies van de Gemeentegiro op 15 augustus 1966 bij de installatie van een van IBM gehuurde nieuwe, krachtige supercomputer. “Klanten kunnen straks bedragen overboeken door het achtereenvolgens draaien van het telefoon­nummer van het girokantoor, het nummer van de computer, het gironummer van de klant, het te storten bedrag en het gironummer van de begun­stigde.”

Door ingebruikname van een andere nieuwe computer kunnen ook de giroboekjes sneller worden gemaakt. De Gemeentegiro is het eerste girale betalingssysteem van Nederland. De blauwe bussen hangen her en der in de stad en aan trams; daarin kan men de overschrijvingen deponeren. Volgens Smies hoeft het personeel, dat tot dan toe nog alle bankopdrachten zelf telefonisch verwerkt, niet te vrezen voor de automatiseringsslag. Ontslagen zijn niet aan de orde. De Gemeentegiro verwelkomt later die week de 200.000ste klant.

Ben Bril in 1964. Beeld ANP

1928: Olympisch debuut Ben Bril

De 16-jarige bokser Ben Bril uit de Amsterdamse ­Valkenburgerstraat maakte op 8 augustus 1928 in de krachtsportzaal bij het Olympisch Stadion zijn olympisch debuut. Voor de Olympische Spelen in Amsterdam werd het hoofdstedelijke boksverbod uit 1921 voor twee weken opgeschort. Bril won zijn gevecht in de eerste ronde tegen de Ier Myles McDonagh. Hij verloor echter de volgende dag op punten tegen de Zuid-Afrikaan Buddy Lebanon. Maar zijn tijd zou nog wel komen, hoopte hij. Het liep anders. In 1932 had de Nederlandse Boksbond geen geld om hem naar de Spelen van Los Angeles te sturen. Volgens Bril, een jood, was er antisemitisme in het spel. Vier jaar later bedankte hij voor de Spelen in nazi-Duitsland. Hij zette zich vergeefs in voor een algemene boycot.

IJssalon Gamba, aan de Reguliers-breestraat. Beeld Arsath Ro'is, J.M.

1936: Italiaanse ijssalon

Het is niet helemaal duidelijk welke Italiaanse nieuwkomer als eerste Italiaans ijs ging venten in Nederland. Maar vaststaat dat deze uit de provincie Belluno afkomstig moet zijn geweest, uit een dal ­beroemd om het vruchtenijs.

De eerste lichting Italiaanse ijs­bereiders bestond uit arme boerenzonen die uit de Dolomieten wegtrokken om hun geluk elders te beproeven. Emilio Gamba was een van hen en opende in 1934 in Den Haag de allereerste Italiaanse ijs­salon in Nederland.

Twee jaar later volgde een Amsterdamse vestiging, in de Reguliersbreestraat tegenover bioscoop Tuschins­ki. IJssalon Gamba werd een begrip in de stad, door de elegante tafels, het glanzende koper en de enorme glazen ijscoupes. En ze schonken er geen koffie maar espresso. Of belachelijke ‘Haagse bakkies’ volgens de kritische Amsterdammers destijds. Emilio Gamba emigreerde na de oorlog met zijn gezin naar Zuid-Afrika. In 1955 keerde hij terug naar Amsterdam. Rond de eeuwwisseling werd de zaak verkocht. 

Henk van Os. Beeld ANP Kippa

1936: Henk van Os: publiek uitgeput

‘De mensen raken langzamerhand aan het einde van hun krachten door een kunstmatig hooggehouden overdaad aan bijzondere publiekstrekkers,” aldus Henk van Os in een interview met Het Parool op 4 augustus 1993. Kaskrakers als de Rembrandttentoonstelling De Meester en zijn werkplaats uit 1992, die hoeven van de Rijksmuseumbaas niet meer zo. Grote exposities trekken wel veel publiek naar de ‘nationale schatkamer’, maar brengen te weinig culturele verdieping om mensen uit alle sociale geledingen te interesseren. “Het is nu een uitputtingsslag aan het worden.” Het zou volgens Van Os beter zijn ‘als mensen vanzelf naar binnen drentelen’, ­toeristen en Amsterdammers. Het Rijks­museum moet meer de stad opzoeken, te beginnen op het Museumplein.

De roltrap is een ‘bewonderenswaardige uitvinding’, blijkt ook uit deze foto uit New York, circa 1935. Beeld Getty Images

1 augustus 1936: de eerste roltrap in de Hema

Det Noord/Zuidlijn heeft liefst 92 roltrappen en die op station Vijzelgracht is met 47 meter ook nog de langste van Nederland. In 1926 introduceerde De Bijenkorf de ‘escalier roulant’ in Nederland, bij de opening van het Haagse filiaal. Pas op 1 augustus 1936 konden de Amsterdammers kennismaken met de roltrap, in de nieuwe Hema op de Nieuwendijk. De 80-jarige mevrouw A. Levert-Van Eldik mocht als eerste vanaf de straat direct naar boven de winkel gaan. Het Algemeen Dagblad was erbij: ‘De krasse oude dame stapte onverschrokken op de bewegende treden. Toen zij boven was verklaarde zij geestdriftig dat de roltrap een bewonderenswaardige uitvinding is. Traploopen valt haar niet gemakkelijk meer en de lift is ook niet altijd prettig.’ In 1937 kreeg ook de Amsterdamse Bijenkorf roltrappen. 

Johnny Jordaan in 1968. Beeld ANP Kippa

25 juli 1968: Johnny Jordaan kan naar huis

“U moet eens weten hoe heerlijk ik het vind. Ik ben zo blij, o zó blij,” jubelt Johnny Jordaan vanachter de toog van zijn Antwerpse café op 25 juli 1968 tegen de verslaggever van Het Parool. Na de overname van zijn laatste 7000 gulden belastingschuld door platenmaatschappij Bovema staat niets een terugkeer van de koning van het levenslied naar Amsterdam in de weg. “Wij hebben het lang in gedachte gehad,” aldus platenbaas Ger Oord. “Zijn laatste langspeelplaat loopt geweldig en, och, we hebben altijd veel aan hem verdiend.” Johnny’s grote wens, een eigen café in Amsterdam, zit er voorlopig niet in: “Ik moet zo gauw mogelijk weer een nieuwe langspeelplaat maken, met allemaal liedjes van Harry de Groot, en dan verder tournees, hè, tournees.” 

Circa 1900: de meet op een houten wielerbaan. Beeld Stadsarchief Amsterdam

17 juli 1887: De eerste wielerbaan

Achter het Rijksmuseum wordt op 17 juli 1887 de eerste Amsterdamse wielerbaan geopend. De baan, gemaakt van gewalst steengruis en cement, heeft een lengte van 400 meter. De rijders van de Vélocipèdeclub moeten de baan in de wintermaanden wel afstaan aan de schaatsers van de Amsterdamsche IJsclub. De beide clubs betalen zich blauw aan huur aan de Amsterdamsche Sportclub, die de grond weliswaar gratis van de gemeente in gebruik had gekregen, maar wel verhuurt aan de schaatsers en fietsers. Voor het herstel van de wielerbaan in 1890 en 1891 moet de fietsclub zelfs respectievelijk 2100 en 2500 gulden betalen, destijds een kapitaal. In 1895 verrijst op het terrein de eerste houten wielerbaan van Nederland.

Ivo Samkalden, burgemeester tussen 1967 en 1977.

Zomer 1969: Een brief voor Ivo Samkalden

In de zomer van 1969 begint het ‘normloze gedrag’ van jongeren rondom het Nationaal Monument op de Dam ‘ontstellende vormen’ aan te nemen. ­Althans volgens de ­Nederlandse Vereniging van Ex-Politieke Gevangenen uit de ­Bezettingstijd, het ­Veteranenlegioen ­Nederland en de Nationale Federatieve Raad van het Voormalig Verzet. Die eisen harde maatregelen tegen de rondhangende jeugd, die ‘de waarden die aan onze samenleving ten grondslag liggen en de verworvenheden, die in een lange vrijheidsstrijd tot stand zijn gekomen’ te grabbel gooien. Ook Prins Bernhard roert zich. Hij stuurt aan burgemeester Ivo Samkalden een brief door van een oud-stafofficier, die verplaatsing eist van het Nationaal ­Monument naar een stad die ‘de waardigheid’ wel kan garanderen.

Tussen 1772 en 1777: een groep slaven arriveert in Suriname. Beeld Getty Images

Zomer 1855: Brief tegen slavernij

De Nederlandse vertaling van De negerhut van oom Tom veroorzaakte in 1853 voor een opleving van de voornamelijk door christelijke predikanten ingezette strijd tegen slavernij. De Maatschappij ter Bevordering van de Afschaffing van de Slavernij kwam weer tot leven en begon met handwerkverlotingen geld in te zamelen voor het vrijkopen van slaven in Suriname.

Maar niet alleen de gegoede burgerij kwam in actie.

In de zomer van 1855 vroegen 733 Amsterdamse volksvrouwen aan koning Willem III een eind te maken aan de slavernij. De vrouwen, gemobiliseerd door de Vereeniging van de Verspreiders van de Waarheid, schreven de koning dat ze zich voor ‘God en hun geweten verplicht’ voelden te spreken ‘voor vrouwen wier huwelijk niet erkend, wier ­ liefde tot hare mannen tot een misdaad wordt gerekend voor de maagden met wier eergevoel gespot wordt, en voor vrouwen wier liefde tot hare kinderen zoo duur soms wordt geboet’.

Ernst Heldring Beeld Stadsarchief

11 juli 1933: De onderkoning moppert

Vanwege zijn opstapeling van functies werd Ernst Heldring (1871-1954) ook wel de onderkoning van Amsterdam genoemd. Zo was hij de hoogste baas van de Kamer van Koophandel, rederij KNSM en de Nederlandsche Handel-Maatschappij. Verder was hij rechts-liberaal Kamerlid en in zijn vrije tijd voorzitter van de Vereniging Rembrandt. Voor die functie ontving hij op 11 juli 1933 in het Rijksmuseum, bij de onthulling van de door de vereniging twee nieuwe verworven Rembrandts, de Gouden Medaille van Amsterdam. Daarover schreef hij in zijn dagboek: ‘De medaille van Amsterdam is in werkelijkheid verguld zilver. Een vergissing of gebrek aan waardigheidsgevoel?’ Dezelfde dag noteert hij, een stuk opgewekter: ‘In Amsterdam zijn eindelijk de loonsverlagingen erdoor, met de stemmen der socialisten tegen.’ 

In 1954 ging Touretappe van Amsterdam naar Brasschaat. Beeld AFP

8 juli 1954: Buitenlandse Tourstart

De Tour de France is afgelopen weekend van start gegaan in Brussel. Amsterdam had op 8 juli 1954 de wereldprimeur voor een Tourstart buiten Frankrijk. “Het was één groot opwindend feest,” herinnerde de Amsterdamse wielrenner Henk Faanhof vijftig jaar na dato in Ons Amsterdam. “Maar het was vreemd om aan de Tour te starten vanuit je eigen stad.” 

Op de uitverkochte gala-avond in het Olympisch Stadion werden de deelnemende landenploegen gepresenteerd. Na het gala verkeerde de stad in een nachtelijke feestroes, winkels sloten pas om twee uur ’s nachts en cafés helemaal niet. ‘Alles in Amsterdam is Tour wat de klok slaat,’ schreef Le Figaro, ‘de kranten, de etalages, de aanplakbiljetten, de taarten zo groot als autobanden.’

In 1954 ging Touretappe van Amsterdam naar Brasschaat. Beeld AFP

7 juli 1977: Grootveld gelooft in piepschuim

Robert Jasper Grootveld verneemt op 7 juli 1977 van de gemeente dat hij ‘op grond van artikel 147 van de APV’ zijn kunstmatige piepschuimeiland uit het water van de Wittenburgergracht moet verwijderen. De voormalig provo en rookmagiër is niet onder de indruk: “De gemeente zijn we allemaal. Dus waarom zou ik me druk maken?” Grootveld heeft zeven jaar onderzoek en twaalf maanden werk zitten in zijn eiland, opgebouwd uit piepschuim, autobanden, bouwafval en klei. De vlottenbouwer is niet van plan zijn levenswerk te staken. “Voor het eerst in de wereldgeschiedenis is het mogelijk om iets te bouwen dat de tand des tijds kan doorstaan. Mijn eilanden zijn onverslijtbaar. Ik laat me dat niet zo maar afnemen. Ze zullen me eraf moeten schieten.”

Robert Jasper Grootveld Beeld Bert Sprenkeling

25 juni 1862: ‘Japannezen’ op bezoek

Japan leefde eeuwen van de buitenwereld afgesloten. Alleen Nederlandse handelaren mochten op een eilandje voor de kust van Nagasaki handel drijven. Maar in 1862 reisden Japanse gezanten naar Amerika en Europa voor herziening van bestaande verdragen. 

Op 25 juni arriveerden vijftien van hen op het Amsterdamse Willemspoortstation. Onder grote publieke belangstelling kregen ‘de bruinachtige bewoners van het Verre Oosten, klein van postuur’, een rijtoer door de stad. De Nederlandsche Handelmaatschappij pakte uit met een groots tuinfeest in Japanse stijl. In de dagen daarop bezochten de ­‘Japannezen’ bezienswaardigheden als het Rijksmuseum, Artis en de ­Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen. 

Chinees bevrijdingsfeest, versiering Binnen Bantammerstraat. Beeld Collectie Stadsarchief Amsterdam

27 juni 1966: De doop van Gerard Reve

Het regent dat het giet op maandag 27 juni 1966, maar voor de verzamelde journalisten voor het klooster van de Congregatie Dochters van ­Maria en ­Joseph in de Rustenburgerstraat blijft de deur gesloten. De pers is niet welkom bij de doop van schrijver ­Gerard Kornelis van het ­Reve. De massale media­belangstelling is begrijpelijk, ­tegen de schrijver loopt een proces wegens godslastering. 

Slechts twaalf genodigden zijn getuige van de doop door pater Lambert Simon, de man die de schrijver heeft begeleid bij zijn overgang naar de rooms-katholieke kerk. Als doopnaam kiest hij die van zijn favoriete heilige, Franciscus van Assisi, maar daar krijgt hij spijt van: “Ik wilde die van Maria kiezen, maar ik durfde niet, om niet door het gepeupel ­Marietje genoemd te worden.”

De bekeerde volksschrijver Gerard Reve, hier in 1974. Beeld ANP Kippa

1846: De Amsterdamsche Zwemclub

In Amsterdam werd in 1846 het eerste zwembad voor burgers geopend. Dat wil zeggen: voor mannen. Vrouwen en kinderen beneden de 12 jaar waren niet welkom. De op 25 juni 1870 opgerichte Amsterdamsche Zwemclub, de oudste zwemvereniging van Europa, schreef in 1882 het eerste vrouwelijke lid in. De Amsterdamsche Zwemclub speelde een grote rol in het bevorderen van de zwemsport en was ook de initiatiefnemer van het schoolzwemmen. De eerste zwemlessen werden gegeven in het water van de Buitensingel, de huidige Singelgracht. De clubbestuurders Th. van Heemstede Obelt, W.E. Bredius en Nicolaas ­Kroese waren ook betrokken bij de totstandkoming van het Obeltbad aan de De Ruijterkade en de bouw van het zwembad aan de Heiligeweg.

Het Obeltbad in 1926, gelegen aan de Badhuisweg. Beeld Collectie Stadsarchief Amsterdam

21 juni 1982: Roel van Duijn is boer af

Roel van Duijn keerde op maandag 21 juni 1982 met zijn vrouw en twee kinderen terug naar Amsterdam. In hun Bijlmerflat ­herinnerden alleen de kruiden op het balkon en de melkfiets in het berghok aan de ruim vijf jaar die de ex-provo en wethouder voor de PPR als boer in het Noord-Groningse Veele had door­gebracht. “Ik heb maandag ­huilend afscheid genomen,” zei Van Duijn, “maar ik wil me met de mensenmaatschappij bezighouden, daarvoor moet je onder de mensen zijn. Ik kon me niet meer voorstellen dat er straten bestaan, met daarachter weer straten. Als ik uit de boerderij naar buiten keek en ik zag al dat moois, dan kreeg ik het benauwd. Dan snakte ik naar het geluid van een drilboor, dan wilde ik weer eens een opgebroken straat zien.”

Roel van Duijn in 1989, 7 jaar na zijn terugkeer in Amsterdam. Beeld ANP

15 juni 1812: Guillotine op Nieuwmarkt

Op maandag 15 juni 1812 stroomt de Nieuwmarkt vol voor de executie van drie ter dood veroordeelden: de 37-jarige Hester Rebekka Nepping, haar 22-jarige minnaar Gerrit Verkerk en de 25-jarige dienstmeid Adriana van Rijswijk. Ze zijn schuldig bevonden in een vergiftigingszaak. Executies werden altijd voltrokken op de Dam, maar zijn nu verplaatst naar de Nieuwmarkt op last van koning Lodewijk Napoleon, die in het paleis is gaan wonen. Terechtstellingen zijn een welkome afwisseling van het saaie, dagelijkse bestaan. De hoofden van de drie terdoodveroordeelden worden van hun romp gescheiden door de guillotine, een primeur. Een ooggetuige in zijn dagboek: ‘Eén slag en een mensen­leven is geëindigd.’

De Franse valbijl staat klaar voor de Waag. Beeld Stadsarchief

11 juni 1965: Religie en satire gaan niet samen

‘Krenking van godsdienstige gevoelens door smalende gods-lastering,” oordeelt mr. W. Tonckens, officier van justitie van de Amsterdamse rechtbank, op 11 juni 1965 in zijn eis tegen de 23-­jarige student Abram de Swaan voor het schrijven van een artikel in het satirische studentenblad Propria Cures. Zijn interview met een 33-jarige timmermanszoon, volksmenner en voedseldeskundige uit Nazareth zorgt pas voor ophef als een verdwaald nummer van het grachtengordelblad opduikt in het Zeeuwse Tholen. “Het proces was vergeleken met de huidige discussie over religie en satire een ­beschaafde manier om tot een oplossing te komen,” aldus de ­tegenwoordige emeritus hoogleraar sociologie. De Swaan wordt veroordeeld tot honderd gulden boete, die zijn oom betaalt. 

Abram de Swaan in 1983 Beeld ANP

Zomer 1904: De eerste rondvaarten

Jaarlijks maken nu circa 5,5 miljoen passagiers een rondvaart. De allereerste rondvaartboot, die in de zomer van 1904 door de Amsterdamse grachten voer, bood slechts plaats aan vijftien mensen. Dat was een dekschuit, die in de winter kolen vervoerde en voor de zomermaanden werd schoongeboend en voorzien van bankjes. Rond 1913, na de ingebruikname van het sierlijk ingerichte motorjacht Hollandia, schoten de bezoekersaantallen de lucht in. Twee keer per dag nam de Hollandia vanaf de Oude Turfmarkt 80 personen mee op een rondvaart over de Amstel, Herengracht, Brouwersgracht, het IJ en via het Oosterdok en de Oudeschans weer terug. In 1925 richtte de firma Verschure & Co een van de eerste rondvaartbedrijven op, dat later opging in Rederij Kooij. 

1947: Drukte bij Rederij Kooij bij de Oude Turfmarkt. Beeld Stadsarchief

5 en 6 juni 1964: Op stap met The Beatles

Het chique Amstel Hotel had ze geweigerd, ook het Hilton had nee verkocht. Paul McCartney, John Lennon, George Harrison en invaldrummer Jimmy Nicol zijn tijdens hun bezoek aan Amsterdam op 5 en 6 juni 1964 wel welkom in het Doelenhotel. Eigenaar Maup Caransa escorteert de Fab Four op hun verzoek naar de Wallen: “Zegt zo’n tippelaarster tegen een collega: ‘Wat een viezeriken! ’t Lijken wel de Bietels!’ Dus wij maar naar nachtclub Femina op het Rembrandtplein.” Daar spelen ze braaf een paar Beatlesnummers mee met huisorkest Los Trovadores Tropicales, maar John Lennon koesterde andere herinneringen: “Als wij uitgingen, dan gingen we goed uit! Er zijn foto’s waarop ik op mijn knieën Amsterdamse bordelen uitkruip.” Die ­foto’s zijn nooit opgedoken. 

Hoteleigenaar Maup Caransa, hier in 1974. Beeld ANP

1796: de eerste straatnaamborden en huisnummers

Het Amsterdamse gemeentebestuur voerde in 1796 zowel straatnaamborden als huisnummers in. ­Eerder was men bij het vinden van een adres aangewezen op hulpmiddelen als huisnamen, gevelstenen en uithangborden. 

In de vroege stad maakte men slechts een enkele keer gebruik van huisnummers, zoals bij een blok huizen dat tussen 1603 en 1611 aan de Kloveniersburgwal werd gebouwd. Dat was zo bijzonder dat het blok meteen de bijnaam ‘de nummerhuizen’ kreeg. Bij de invoering van huisnummers in 1796 werd per straat genummerd, maar niet met even en oneven zijden. Aanvankelijk begon men in een straat met huisnummer 1, nummerde door tot aan het einde en ging aan de overzijde ­terug naar het beginpunt.

Verschillende straatnaamborden voor tuinstad Slotermeer, 19 september 1952 Beeld Anefo / Stadsarchief

28 mei 1943: Filmaker Henry Robinski (13) ontkomt bij inval

Bouwvakkers stuiten mei 1983 bij verbouwingswerkzaamheden boven de Heeren van Amstel aan het Thorbeckeplein op de verstopte dagboeken en persoonlijke aantekeningen van een 13-jarige joodse jongen, Henry Robinski. Die tijdens de bezetting met veertien lotgenoten ondergedoken zat boven nachtclub Alcazar. Op 28 mei 1943 vallen de Duitsers het pand binnen en worden op vier na alle onderduikers gevonden en opgepakt. Henry, door zijn moeder achter een opklapbed verstopt, weet te ontkomen. Onder zijn gevonden aantekeningen zit ook een scenario voor een film: Duikjoodbasis. Op de eerste bladzijden staat de rolverdeling voor de film, met de echte namen van de onderduikers. En opmerkelijk, Duikjoodbasis blijkt ‘uit verveling’ ook echt gemaakt. De door een verzetsman op 16-mm geschoten film wordt later aangetroffen in een pand in de Kerkstraat.

Henry Robinski, die in werkelijkheid Henry Levij bleek te heten en zich vanaf 1963 officieel Henry Lemij laat noemen. Beeld -

27 mei 1852: Standbeeld voor Rembrandt

Nederland liep met standbeelden en monumenten bepaald niet voorop. Rond 1800 hadden alleen Rotterdam en Haarlem standbeelden van beroemde stadsgenoten, respectievelijk Erasmus en Laurens Janszoon Coster. Pas rond 1841 ontstond, op initiatief van kunstenaarssociëteit Arti et Amicitiae, het plan voor een bronzen beeld in Amsterdam. Van Rembrandt, een verwijzing naar onze Gouden Eeuw. De onthulling zou elf jaar op zich laten wachten, maar op 27 mei 1852 stond de Botermarkt (vanaf 1876 Rembrandtplein) vol.

Uit ramen en op daken probeerden bewoners een glimp op te vangen van koning Willem III, die hoopte dat ‘het gedenkteken getuige moge blijven waarop de Nederlandsche harten voor het vaderland kloppen’. 

Rembrandt, hier nog op de Botermarkt. Beeld Gebroeders Douwes (uitgever)

23 mei 1981: de eerste glasbak

Op het Buikslotermeerplein neemt D66-wethouder Gerrit Jan Wolffensperger op 23 mei 1981 de eerste glasbak van de stad in gebruik. Amsterdam is geen voorloper; drie jaar eerder is in Den Bosch de allereerste knalgele glasbak verschenen. De echte eer verdienen de dames Riemens en Kuiper in Zeist, die in 1972 de eerste glasinzameling opzetten. De 300 Amsterdamse glasbakken worden wekelijks geleegd door container­bedrijf Icova. Ter promotie verschijnt de Glasbakkenkrant, in een oplage van 300.000 exemplaren. Het kwarteeuwfeest van de glasbak is in 2018 groots gevierd, onder meer met muziek van De Jeugd van Tegenwoordig. Willy Wartaal: “Als kind wilde ik de binnenkant van de glasbak zien, ­omdat er zulk tof geluid uitkwam.”

Glasbak Beeld -

21 mei 1963: stiekem achter Aznavour aan

Chansonnier Charles Aznavour (39) haalt op 21 mei 1963 de kranten. Met zijn optreden in het Concertgebouw, maar vooral met het aan boord van zijn vliegtuig smokkelen van de twintig jaar jongere Amsterdamse studente Cox Habbema. De marechaussee haalt de latere actrice, theater­regisseur en schouwburg­directeur op verzoek van haar ­ouders van boord. “Ik was vrij op­gevoed, ik deed wat ik wilde. Dat gaf wel een hoop heisa,” herinnerde ze zich vijftig jaar na dato in Ons Amsterdam. Na te zijn thuis­gebracht, misleidt ze de wachtende journalisten en haar ouders en reist ze per trein alsnog naar Parijs. Aznavour, die ze toevallig had ontmoet op het Leidseplein, maakte indruk. “Maar zijn bandleden waren knapper. En groter. Charles paste onder mijn oksel.”

Cox Habbema Beeld anp/kippa

20 mei 1967: Worteltjesthee met Picasso

‘Ik was verbaasd dat hij er zo jeugdig uitzag,” vertelt Edy de Wilde op 20 mei 1967, bij zijn terugkeer in het Stedelijk Museum na een bezoek aan de 86-jarige Pablo ­Picasso in Zuid-Frankrijk. De museumdirecteur heeft 90 van de kunstenaar geleende werken persoonlijk ­teruggebracht. Als dank schenkt hij de kunstenaar een aantal Hollandse kazen. Dat bracht bij Picasso direct herinneringen boven van zijn verblijf in Noord-Holland in 1905, van de Hollandse luchten en de forse meisjes. “Dat ­onze meisjes hem als een pop behandelden, heeft de donjuan in hem wel een knauw gegeven,” zegt De Wilde lachend. “Maar ik heb een sterke indruk van een geweldige zachtmoedigheid van hem gekregen. Niet dat duivelachtige, wat je zou verwachten. Hij dronk thee gezet van worteltjes.”

13 mei 1673: fraudeur onthoofd op de Dam

De door het stadsbestuur in 1609 opgerichte Amsterdamsche Wisselbank speelde een cruciale rol in de ontwikkeling van Amsterdam als handelsmetropool. Kooplieden konden bij de bank vreemde valuta en klompjes goud en zilver verzilveren voor waardevaste guldens, rekeningen openen en geld aan elkaar overmaken. Als in het rampjaar 1672 te veel klanten tegelijk hun geld willen opnemen, komt er een grote fraude aan het licht. Boekhouder Rutger Vlieck bekent in april 1673 dat hij jarenlang voor meer dan 300.000 gulden aan ‘malitieuse affschrijvingen’ heeft gepleegd. Op 13 mei wordt hij op de Dam met een zwaard onthoofd. Zijn bezittingen worden geconfisqueerd, broer Wolfert verhuist naar vrijplaats Wijk bij Duurstede en de rest van de familie neemt een andere naam aan.

Gravure bij een Beklagh-Liedt over de onthoofding. Beeld Stadsarchief

1480: openbaar toilet

Als vanouds werd er op Koningsdag in Amsterdam weer ongegeneerd geürineerd op straat, in stegen en in de grachten. Op zo’n dag waan je je weer even in de middeleeuwen. Echter, al in 1480 plaatste het Amsterdamse stadsbestuur onder enkele bruggen de eerste openbare toiletten, de zogenaamde secreten. Rond 1530 maakten de secreten plaats voor privaten, over de grachten uitgebouwde houten toilethuisjes. Drie eeuwen ­later werden op initiatief van arts ­Samuel Sarphati nieuwe secreten in de stad geplaatst, waarvan het onderhoud werd betaald met de verkoop van de verzamelde stadsmest aan boeren. De openbare toiletvoorziening was in eerste instantie bedoeld voor de man die zijn werk op straat had. Het project flopte. 

3 mei 1969: de eerste busrit in de nacht

"De nachtbussen zijn bij het Amsterdamse publiek aangeslagen," rea­geert een blije GVB-directeur ir. J.M. Ossewaarde in Het Parool na de eerste busritten in de nacht van 3 op 4 mei 1969. "We zijn daar heel blij mee, temeer daar we er nu acht renderende buslijnen bij hebben gekregen."

Populairst was lijn 73, tussen het CS en Osdorp. Ossewaarde, die tot half drie op de bussen meereed, zette op sommige lijnen volgbussen in voor verwerking van de drommen passagiers op de haltes. Hij gelooft niet dat de taxi last krijgt van de nachtbus als concurrent. "Ik heb het gevoel dat onze passagiers toch geen taxi zouden nemen: jongelui, mensen die bij familie een kaartje hebben gelegd en continu-arbeiders."

De bus van het Centraal Station naar Osdorp Beeld Rob Taconis/anp

8 mei 1989: Lodewijk Brunt wordt belaagd

Nog voordat hij zijn inaugurale rede 'De Magie van de stad' kan afsteken in de aula van de Universiteit van Amsterdam, wordt Lodewijk Brunt, geheel tegen de academische etiquette in, getrakteerd op een klaterend applaus.

De aanwezigen belonen de kersverse hoog­leraar omdat hij zich staande weet te houden tegen een aanval van vijftien wraakgodinnen van de actiegroep Positief ­Ingreep Kollektief (PIK). Ze zijn boos omdat de universiteit de vrouwelijke tegenkandidaat Alison Woodward heeft gepasseerd. Ze rollen spandoeken uit, scanderen slogans en belagen
Brunt met potaarde en bloemen, waarna hij meer lijkt op een stadsparkje dan een professor.

Als de PIK-leden de UvA-aula verlaten, begint Lodewijk Brunt alsnog aan zijn rede: 'Is de stad ten dode opgeschreven?'

Lodewijk Brunt, antropoloog en vertaler Beeld -

1 mei 1987: Het Gulden Vlies opent

Amsterdam was in de jaren tachtig van de vorige eeuw in de greep van aids. Het ongeneeslijke virus dat het natuurlijke afweersysteem van het lichaam aantast, maakte veel slachtoffers. Veilig vrijen werd het motto. Condooms waren verkrijgbaar bij apotheek, drogist, seksshops en via automaten. Veel keus en goede informatie waren er echter niet. Marijke Vilijn, Ricky Janssen en Theodoor van Boven besloten daarom Condomerie Het Gulden Vlies te beginnen.

Op 1 mei 1987 opende de zaak in de Warmoesstraat. Om het beeld dat aids louter onder homoseksuele mannen voorkwam, te doorbreken, traden alleen de twee vrouwen in de publiciteit. Op die manier wilden de uitbaters duidelijk maken dat ook vrouwen aan preventie moeten doen.

Interieur van condomerie Het Gulden Vlies. Beeld Stadsarchief Amsterdam

23 april 1991: André Kuipers droomt van ruimtereis

"Dit willen de mensen zeker zien?" Gedwee poseert André Kuipers op 23 april 1991 bij de Europese ruimtevaartorganisatie ESA in Noordwijk voor de fotografen in een astronautenpak.

De 32-jarige Amsterdammer is een van de vijf Nederlanders die nog kans maken op een astronautenopleiding. Al sinds zijn studie geneeskunde aan de UvA is hij geïntrigeerd door de ruimte. Kuipers schreef er ook zijn scriptie over. Met de selectie is hij weer een stap dichterbij zijn droom: de ruimte in als wetenschapper aan boord van spaceshuttle Columbus.

Over de aard van het wetenschappelijk onderzoek maakt hij zich weinig illusies: "Je voert gewoon experimenten uit van anderen die jaren zijn voorbereid." Maar Kuipers droomt stiekem van kleine eigen experimenten. "Ik ben benieuwd naar bepaalde hoofdbewegingen in de ruimte."

Kuipers in 1998 Beeld anp
2004: de eerste ruimtemissie van Kuipers is een feit Beeld anp

19 april 1995: Ajax naar de finale van de Champions League

Voor het eerst in 22 jaar bereikte Ajax deze week de halve finales van de Champions League. Volgende stop: de finale? 

Voor wat inspiratie kunnen de Amsterdammers de legendarische halve finale Ajax - Bayern München terugkijken, die vandaag 24 jaar geleden, op 19 april 1995, werd gespeeld. Het was de dag waarop een oppermachtig Ajax met 5-2 won van de Duitsers, en zo de finale van de Champions League bereikte. 

Het Parool schreef de volgende dag: 'Het werd een opwindend avondje in Amsterdam, waarop Ajax met snel, beweeglijk en avontuurlijk voetbal de verzwakte Duitse kampioen stormrijp maakte en vervolgens in zes minuten onder de voet liep. Het machtsvertoon, dat in 27 landen rechtstreeks op de televisie werd uitgezonden, moet alom een grootse indruk hebben achtergelaten. Wie er nog niet van overtuigd was, weet na gisteravond dat Ajax terug is als een sieraad van het internationale voetbal.'

Bekijk de samenvatting van de wedstrijd: 

Brand Paleis voor Volksvlijt sloeg een gat in hart van de stad

Precies negentig jaar geleden brandde het Paleis voor Volksvlijt tot de grond toe af en werd een gat geslagen in het culturele hart van Amsterdam, vergelijkbaar met de Notre-Dame in Parijs. Na lang soebatten kreeg het plein weer een bestemming, maar niet alle Amsterdammers waren daar blij mee.

Lees het verhaal: Brand Paleis voor Volksvlijt sloeg een gat in hart van de stad

April 1929, het Paleis voor Volksvlijt nasmeulend van de verwoestende brand. Beeld Stadsarchief Amsterdam

April 1965: Ro Corper wijst kamparts aan

Als 14-jarige werd de Amsterdamse Ro Corper op transport naar Auschwitz gezet. Samen met stadgenote Lien van der Hoek is ze in april 1965, twintig jaar na de bevrijding, getuige bij het proces in Frankfurt tegen ­enkele kampbeulen.

Corper, in Auschwitz tewerk­gesteld bij de kleding­sortering voor de gaskamers, wijst met gestrekte arm kamparts Franz Bernhard Lucas aan. "Hoe weet u dat de mensen die hij uitzocht, werden vergast?" wil de rechter weten. "Een half uur later ­zagen we de lijken," is haar antwoord.

Lucas wordt voor de gemeenschappelijke moord op minstens duizend mensen veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar en drie maanden. In maart 1968 wordt hij voortijdig vrijgelaten en bij een nieuw proces in 1970 vrijgesproken.

Lucas overlijdt in 1994, Corper een jaar later.

Ro Corper in 1965, tweede van rechts op deze foto Beeld anp

1483: Broodwegers tegen gesjoemel

Om een einde te maken aan het gesjoemel met het ­Amsterdamse brood, dat per gewicht werd verkocht, stelden de Amsterdamse burgemeesters vanaf 1483 jaarlijks twee broodwegers aan: een voor het roggebrood en een voor het wittebrood.

Wekelijks kwamen zij bijeen op het stadhuis voor het vaststellen van de broodprijs. Als voorlopers van de latere Keuringsdienst van Waren gingen ze ook bij bakkers langs voor het keuren en nawegen van de broden. Het stadsbestuur verordonneerde dat niemand de broodwegers 'in 't waarnemen van hun ambt' mocht hinderen.

Amsterdammers die de bakkers waarschuwden als de broodwegers hun huis verlieten, riskeerden een boete van 300 gulden of drie maanden tuchthuis. Sjoemelende bakkers konden ook rekenen op een forse boete of een handels­verbod.

Bij de oprichting van het Sint Hubertus­gilde voor bakkers, in 1530, werd de positie van de broodwegers versterkt.

Bakker met mand met broden, Marie Lambertine Coclers, 1776 - 1815 Beeld .

15 april 1911 - de eerste toeristenbus

De eerste toeristenbus, die op 15 april 1911 opdook op de Dam, oogstte vooral verbazing. Deze 'helrode automobiel van buitengewone afmetingen' bood plaats aan veertien personen. De eerste rit, aangeboden door reisbureau Lissone, voerde naar de bollenvelden.

De kranten waren enthousiast over het nieuwe vervoer­middel, gemaakt door de Amsterdamse autofabrikant Spijker. Een jaar later kreeg de firma een vergunning voor het 'stationeren van harer groote toeristenauto's' op de Dam 'ter bevordering van het vreemdelingenverkeer'. Tweemaal per dag werden sightseeingtours aangeboden.

Nog dezelfde zomer kreeg Lissone concurrentie van reisbureau Thomas Cook, dat een door paarden getrokken open rijtuig inzette.

Toeristenbus van Lissone-Lindeman Sight Seeing op de Dam voor het Koninklijk Paleis. Op de achtergrond de Nieuwe Kerk Beeld Stadsarchief Amsterdam

Amsterdam in de middeleeuwen

Over middeleeuws Amsterdam is relatief weinig bekend. Stichting Middeleeuwse Archieven Amsterdam wil dat veranderen. Probleem is dat de oudste archieven van de stad op één hoop zijn gegooid.

Lees verder: 'Amsterdam is nooit echt middeleeuws geweest'

De stad in 1342 Beeld Stadsarchief Amsterdam

13 april 1942 - Anne Frank doet aangifte

'Ik wou dat ik niet naar school moest, m'n fiets is in de paasvakantie gestolen,' schrijft Anne Frank op 24 juni 1942 in haar dagboek. Twee ­weken later, op 6 juli, duikt de familie Frank onder in het achterhuis aan de Prinsengracht. Daar worden ze op 4 augustus 1944 na verraad ontdekt en opgepakt.

De aangifte van diefstal van haar fiets deed Anne Frank op 13 april op het politiebureau aan de Pieter Aertszstraat. Deze aangifte is terug te vinden in het archief van de Amsterdamse politie, dat wordt ­bewaard in het Stads­archief: 'Anne Frank, 12 jaar, scholier, woont Mer­wedeplein 37-III alhier, doet aangifte van diefstal van haar rijwiel, gepleegd op 13-4-42 tusschen 12 en 14 uur van voor haar woning. Waarde 45 gulden. Geen vermoeden.'

Anne Frank Beeld Fotocollectie Anne Frank Stichting

3 april 1778: Johan van Gogh onthoofd

'Maar wyl mijn zotte min trad buiten 't spoor der reden, moet morgen 't zotte hoofd van 't lichaam zijn gesneden,' dichtte broodschrijver Johannes Bartholomeus ­Ferdinandus van Gogh op 3 april 1778, de dag voor zijn openbare executie op de Dam. 

Van Gogh, schuldig bevonden aan doodslag van zijn geliefde, de prostituee Anna Smitshuizen, beklaagde zich in zijn afscheidsgedicht dat hij 'gehoor had gegeven aan hoerenlist'.

Het proces tegen de voormalige acteur en scheepschirurgijn trok veel aandacht, net als zijn onthoofding op 4 april. Iedereen probeerde aan de zaak te verdienen, er verscheen een stortvloed aan publicaties. De prent die uitgever Dirk Schuurman voor tien stuivers op de markt bracht, inclusief een beschouwing van de strafvoltrekking, werd een bestseller.

De terechtstelling van Johan van Gogh te Amsterdam, 1778 Beeld Rijksmuseum

3 april 1987 - eerste Hasjmuseum gesloten

Het eerste Hasjmuseum ter wereld wordt op 3 april 1987 op last van het Openbaar Ministerie gesloten, 24 uur na de officiële opening. Het Amsterdamse museum, in een verbouwde huiskamer aan de Oudezijds Achterburgwal, is al enkele maanden open. Tot de justitiële actie vond de persofficier van justitie, Leo de Wit, de tentoongestelde foto's en softdrugs vooral een 'ludiek initiatief', maar na de officiële opening blijkt het tij gekeerd. 

De inboedel wordt in beslag genomen, omdat conservator Ed Rosenthal 'het gebruik en de verkoop van softdrugs' heeft bevorderd. De Amerikaan vindt de inval 'belachelijk', maar minister van Justitie Frits Korthals Altes prijst in het NOS Journaal de justitiële actie: "Dit is een goede zaak voor Amsterdam."

Interieur van het Hasjmuseum Beeld anp

De Gouden Eeuw - ook veel singles in de stad

Amsterdam is een stad van singles. Dat was in de Gouden Eeuw niet anders, zo staat in het boek Ja, Ik Wil! van René van Weeren en Tine de Moor. Uit Amsterdamse ondertrouwakten blijkt dat de manier waarop we relaties (niet) aanknopen de afgelopen eeuwen amper is veranderd.

Een vozend paartje ten tijde van de Gouden Eeuw. Beeld Gesina Terborg

21 maart 1974 - De witkar

Irene Vorrink, minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne, opent op 21 maart 1974 op het Amstelveld het eerste witkarstation. De witkar, een ontwerp van provo Luud Schimmelpennink, is een elektrisch voertuig op drie wielen voor collectief gebruik.

Een levenslang lidmaatschap kost 25 gulden, de magnetische sleutel jaarlijks 20 gulden en de ritprijs een dubbeltje per minuut. Er moeten nog vier andere stations worden geopend, maar het beoogde aantal van 25 stations en 125 voertuigen blijkt onhaalbaar. 

De witkar wordt geen succes. Schimmelpennink beschouwt de witkar nu als een 'systeemexperiment uit het verleden' en ziet toekomst voor de Biro als nieuw collectief stadsvoertuig. "Ik ben al twee keer bij ze geweest in Italië: zij willen wel."

Eind jaren zeventig reden de eerste witkarren in Amsterdam Beeld anp

Voorjaar 1994 - De fietstaxi

Amsterdam dankt de fietstaxi aan dertien studenten van de Haarlem Business School, die als afstudeeropdracht een origineel en winstgevend project moesten bedenken. In het voorjaar van 1994 reden ze een week door Amsterdam met vijf in Harderwijk gehuurde riksja's.

Het was niet de eerste keer dat er fietstaxi's reden in Amsterdam, maar in 1941 vond de Duitse bezetter ze 'strijdig met het natuurlijke moraliteitsgevoel van den Noord-eeuropeeschen mensch'. De media springen er nu bovenop, van het Jeugdjournaal tot de Herald Tribune. Tv-programma Nova organiseert een wedstrijd tegen een TCA-taxi, die door de studenten glansrijk wordt gewonnen: de riksja is goedkoper en sneller. De fietstaxi is sindsdien niet meer weggeweest.

Op lijn 1 van het Centraal naar de Stadionweg werd in 1969 de eerste zelfbedienings stempelautomaat in gebruik genomen. Beeld anp

1 maart 1913 - De eerste honkbalclub

Er is bijna geen sportpark in Amsterdam waar honkbalvereniging Quick niet ooit heeft gebivakkeerd. Maar het begon voor de Amsterdamsche Honkbal Club Quick allemaal op 1 maart 1913, op een gehuurd hoekje van het IJsclubterrein, het huidige Museumplein. Daarmee is de Amsterdamse vereniging de oudste honkbalclub van Europa.

Vanaf 1924, toen de landelijke honkbalcompetitie vorm had gekregen, kende Quick grote triomfen op de honkbalvelden en werd de club meerdere malen Nederlands kampioen.Ondanks alle titels moesten de honkballers bijna tien keer hun thuisbasis verhuizen. Van 1951 tot 1960 lag die op het Olympiaplein, maar het jeugdteam werd in 1960 kampioen van Nederland op het sportpark aan de Jan van Galenstraat.

Twintig jaar later vierde het eerste team de promotie naar de hoofdklasse op sportpark Goed Genoeg en tegenwoordig is Quick gevestigd op sportpark Sloten. De club afficheert zich nu vooral als een 'gezelligheidsvereniging, waarbij ervaring niet is vereist'.

11 februari 1920 - Het eerste schooltuincomplex

Op 11 februari 1920 stemde de gemeenteraad in met een subsidie van 9000 gulden voor de Amsterdamsche Vereeniging voor Schoolwerktuinen. Het geld volstond voor de inrichting en exploitatie van een eerste schooltuincomplex in de polder tussen de Petroleum- en de Houthaven. Daar konden 280 schoolkinderen aan de slag, elk op 20 vierkante meter grond.

De economische schaarste na de Eerste Wereldoorlog speelde een rol, maar het tuinieren moest de kinderen ook behoeden voor 'de demoraliserende invloed van de straat'.De tweede tuin kwam in de Watergraafsmeer aan de Ringdijk, achter de voormalige hofstede Klein Dantzig, en de derde aan de Zuidelijke Wandelweg in Zuid.

Eerst werden de lessen gegeven op woensdag- en zaterdagmiddag, in 1934 kregen dertien scholen toestemming om onder schooltijd te gaan tuinieren. Amsterdam telde in 1980 negentien schooltuincomplexen, waarvan er nu nog dertien in gebruik zijn.

Kinderen aan het werk op de schoolwerktuinen aan de Spaarndammerdijk, gezien naar het leslokaal ca 1930 Beeld Stadsarchief Amsterdam

11 februari 1489 - De keizerskroon

Maximiliaan van Oostenrijk, vorst van het Heilige Roomse Rijk, werd in 1489, tijdens zijn verblijf in Den Haag, zo ziek dat voor zijn leven werd gevreesd. Hij beloofde bij genezing op bedevaart te gaan naar Amsterdam.

En zo geschiedde: op 11 februari gaf hij de stad het privilege het stadswapen te sieren 'metter crone van onsen Rijcke, tot eeuwighen daghen'. Tot zover de legende, want Maximiliaan was in 1484 doodziek en ging pas vijf jaar later op bedevaart. Maar Amsterdam was een belangrijke financier van zijn strijd tegen het opstandige Vlaanderen en de Hoekse steden - en voor wat hoort wat.

Overigens was Maximiliaan destijds nog geen keizer. De kroon die wij kennen van het stadswapen en de Westertoren is die van de latere keizer Rudolf II, uit 1602.

29 januari 1766 - Mozart in Amsterdam

De pas 10-jarige Wolfgang Amadeus Mozart en zijn oudere zus Maria Anna kwamen in de winter van 1766 naar Amsterdam. Vader Leopold Mozart en zijn vrouw waren al sinds 1763 op pad om de muzikale kunsten van hun kinderen uit te venten. De familie Mozart vindt onderdak in herberg De Gouden Leeuw in de Warmoesstraat.

Hoogtepunt van het verblijf in Amsterdam zijn de optredens in de zaal van de Hollandsche Manege, hoek Leidsegracht en Lijnbaansgracht. Voor het eerste concert op 29 januari plaatst Leopold annonces in de Amsterdamsche Dinsdagsche Courant en de Opregte Haarlemsche Courant, waarin hij Wolfgang opzettelijk twee jaar jonger maakt. Het optreden is een groot succes, in februari en mei volgen nog twee reprises.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden