Amsterdam Bewaar

'Plasterk, wilt u mij horen, alstublieft?'

Roos Schlikker.
Roos Schlikker. © Floris Lok

Tachtigduizend mensen tekenden de petitie voor registratie van doodgeboren kinderen. Maar de minister geeft niet thuis.

Lenny. Jacob. Sara. Minke. Elvie. Basje. Fien.

Een week geleden wist ik niet wie ze zijn. Inmiddels ken ik hun verhaal en dat van vele anderen. Nadat ik een stukje in PS van de Week had geschreven over mijn doodgeboren dochter die tot mijn verbijstering nergens geregistreerd staat, liep mijn mailbox vol namen. Namen van kinderen, verhalen van geboortes, tranen over hun sterven. Nog maar net rouwende ouders mailden, maar ook broers, zussen, echtparen van diep in de tachtig, die vijftig jaar geleden een dood dochtertje kregen en nu zo bang zijn dat als zij er niet meer zijn, niemand ooit van hun kind zal weten.

Dat zit er dik in, want het staat niet geregistreerd. Net als alle doodgeboren baby's. Baby's die allemaal een verhaal hebben. Baby's die allemaal een verhaal zíjn.

Ik lees ze deze week, elke dag, met dichtgeknepen strot. En ik probeer ieder­een te antwoorden maar raak overstelpt. Net als de petitie Ikwilook- inhetbrp. Veertigduizend handtekeningen. Vijftigduizend. Vijfen­zeventig-duizend. Ik bel veel met Natasja Geyteman, initiatiefnemer van de petitie, en Jeannette Rietberg, schrijver over babysterfte. We zijn opgetogen. Zo veel support! Zo veel stemmen!

Ik blijf roepen: zo veel mensen steunen ons, waar blijft Den Haag? Stilte.

Maar één stem is stil. Minister Ronald Plasterk laat zich niet horen. Ik nodig hem in de media uit voor een gesprek. Geen reactie. Ik stuur tweets. 'Koffie drinken?' Stilte. Ik blijf roepen: zo veel mensen steunen ons, waar blijft Den Haag? Niets. Ik voel me als een kind dat aan de broekspijp van een familielid om aandacht jengelt. "Ome Roon, wilt u mij horen, alstublieft?" 

Dan krijgen Jeannette en Natasja een uitnodiging van een ambtenaar van Plasterk. Mooi, denk ik. Als hij om mij heen wil bewegen, best, zolang hij maar luistert. Enkele uren later stuurt hij via zijn woordvoerder een verklaring naar Het Parool. 'Volgens Plasterk is de Basisregistratie Personen bedoeld om gegevens te verstrekken aan overheidsorganen die nodig zijn om taken uit te voeren. Gegevens die niet nodig zijn, ­zoals in het geval van een doodgeboren kindje, worden niet opgeslagen omdat dat niet doelmatig is en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer kan schaden.' 

Ja, hij heeft eindelijk gesproken. Maar nog altijd niets gezegd

Dus doodgeboren kinderen kunnen niet worden geregistreerd, omdat dat niet doelmatig is. Maar zijn archieven er alleen voor doelmatigheid? Of is er ook ruimte voor emotie? En wat die privacy betreft: als je kind één ademteug heeft genomen en sterft, komt het wél in het BRP, of je wilt of niet. En hoe zit het met de argumentatie van Jaap Doek, emeritus hoogleraar familie- en jeugdrecht, die stelt dat wat Nederland doet in strijd is met het kinderrechtenverdrag van de VN? Geen woord namens Plasterk. 

Ja, hij heeft eindelijk gesproken. Maar nog altijd niets gezegd. En iets vertelt me dat zijn ambtenaar dat ook niet gaat doen. Maar hoe moeilijk kan het zijn? Simpelweg een register voor doodgeboren kindjes aanleggen? Zodat de ouders weten dat hun verhaal er mag zijn. Zodat de ouders niet worden weggezet als jengelende kinderen. 

De ouders van Lenny, Jacob, Sara, Minke, Elvie, Basje, Fien. 

Ome Roon, wilt u die eindelijk eens horen?