Amsterdam Bewaar

'Luister: alle politici liegen en bedriegen'

Eva Hoeke
Eva Hoeke © Floris Lok

Omdat Gerrie Hiddema, de vrouw van strafpleiter Theo, op het Boekenbal tegen me had gezegd dat ik echt een keer naar café De Poort op de Haarlemmerdijk moest gaan - een geweldige kroeg, zelf kwam ze er ook graag, lekker ongedwongen en als Maastrichtse hield ze ook wel van het 'Mien waar is mijn feestneus'-achtig repertoire, wat goed uit kwam want de eigenaar had neuskanker, hetgeen kennelijk met de nodige relativering werd verwerkt - zat ik afgelopen zaterdagmiddag ineens naast stamgast Dries, oud-directeur, zelfverklaard anti-theïst en Groninger van huis uit.

Dat kon je merken.
Ik: 'Vanmorgen dacht ik nog: ik drink nooit meer. Da's nu tien uur geleden.'
Dries: 'En toen werd je wakker.'

Naast hem zat Sara, een vrouw met vier zilveren ringen aan elke hand, lerares in het dagelijks leven, en dat zag je haar wel doen ook, want hoewel afkomstig uit een hippienest had ze de daadkracht van een kleine generaal; een even zonderlinge als begerenswaardige combinatie.

Ook zij kwam uit Groningen, uit een dorp vlak bij het rode Beerta, de enige gemeente in Nederland die in de jaren tachtig een communistische burgemeester had. En zo kwam het gesprek al snel op de aankomende gemeenteraadsverkiezingen, een dankbaar onderwerp aan elke toog.

Dries: 'Ik stem niet. Ik ben veertig jaar lid geweest van de PvdA, maar ik geloof er niet meer in.'
Sara: 'Ik vind dat je altijd moet stemmen. Zo ben ik opgevoed: het is een recht dat je niet mag verkwanselen.'
Dries: 'Dat doen zij wel voor je. Ze pakken je stem en trekken vervolgens hun eigen plan. Het gaat om macht en ego's, meer niet.'
Sara: 'Ik stemde altijd GroenLinks. Maar na Kunduz voelde ik me zó beduveld dat ik dacht: dat nooit meer.'
Dries: 'Luister: alle politici liegen en bedriegen. Dat doe ik ook, maar ik maak er tenminste mijn vak niet van.'

Ondertussen ging barvrouw Gerda (73) rond met een schaal ossenworst.
Dries: 'Zeg, als je toch niks te doen hebt: mogen wij nog een rondje?'

'Je bent tweedst, ik moet eerst naar mijn verloofdes,' riep Gerda, waarna ze een groep studenten bediende.

Sara en Dries pakten inmiddels uit over de hachelijkheid van de Noord/Zuidlijn ('de prestigeklus van Geert Dales'), het absurdisme van de deelraden ('Het enige wat die hebben opgeleverd is concurrentiestrijd'), en de 25 miljoen die de gemeente ooit aan Dikke Charles betaalde voor zijn panden op de Wallen. Dries: 'Die man lacht zich de ballen uit z'n broek.'

Nee, de lokale politiek was aan hen niet besteed.

Liever hadden ze het over Parijs, over Ulysses en de studie in zwart en grijs van James Abbott McNeill Whistler. Over puntjes whisky, over oesters bij Nam Kee, over grote glazen Irish Coffee.

En over het Wolgalied, dat Dries placht aan te heffen als het écht gezellig werd. 'Er zit geen melodie in maar ik zing het graag als ik total loss ben.'
Ik: 'Dat duurt zeker wel even?'
Dries: 'Ja. Dan zijn er meestal geen gasten meer.'

Gerrie had gelijk.