Opinie Bewaar

Omdat de drang naar roes soms zo groot is

Roos Schlikker
Roos Schlikker © Oof Verschuren

Twee elektrische waxinelichtjes flikkeren bij een kleurenfoto in een lijst. Het is zaterdagmorgen. Als altijd ­wemelt het in de voetbalkantine van de stuiterende kinderen in de weer met ballen, Pokémonkaartjes, flesjes AA, of de vakkundige determinatie van een tosti. Het is rumoerig op dat ene hoekje na. Daar waar de lampjes branden.

Mijn zoon staat stil en kijkt het kind in de ogen. Een knap gezicht onder donkere gelhaartjes. We hebben het de afgelopen weken veelvuldig over hem gehad.

Er is een jongetje doodgegaan, had mijn oudste op een dag verteld. Hij woonde vlakbij. We hadden hem weleens zien voetballen op het pleintje.
"Hoe kan het dat ie dood is?" vroeg mijn zoon.

Even neigde ik me er vanaf te maken en 'Zomaar' te mompelen. Maar het idee dat kinderen zonder reden sterven was misschien beangstigender dan de waarheid. Ik vertelde iets over aanstekergas. Inhaleren. Een hart dat stopte. We zwegen beiden.

Nu staart mijn kind in het boek. Zijn wijsvinger ­beweegt langs de woorden die hij leest, alsof hij ze ­onderstreept. 'Dag goeie jongen. Het is niet jouw schuld. Rust zacht.'

We weten het zelf: mensen doen raar, iedereen verlangt soms naar verdoving, een tijdelijke ontsnappingsroute

Nachten achtereen is mijn zoon geregeld wakker geschrokken. Bezweet stond hij op de gang te hijgen. "Waarom deed hij dat nou?" "Hij wist niet wat de gevolgen waren," suste ik. "Waarom wilde hij het dan?" "Omdat mensen dingen uitproberen. Omdat pubers experimenteren. Volwassenen trouwens ook. Omdat de drang naar roes soms zo groot is." "Wat is roes?"

In de categorie waarschuwen tegen drank, drugs en sigaretten volg ik doorgaans de hardrealistische lijn. Van te veel ga je dood. Punt. Ik geloof er niet in dat we de realiteit voor kinderen moeten overgieten met roze limonade.

Tegelijkertijd zou ik willen dat mijn zoons nog geen idee hebben dat een gezin verderop door een inschattingsfout voorgoed een voetbaljongetje mist. Ik wil ze niet bang maken, maar het realisme bonst keihard op de deur.

Een vader komt naast me staan in de kantine. "Wat zeg je daar nou over, hè?" bromt hij. Ik haal mijn schouders op. "Je wilt ze niet bang maken." "Nee." "Maar je moet wel waarschuwen." "Ja."

Ouderschap is een merkwaardige combinatie van waarschuwen en geruststellen. Van je kinderen, maar ook van jezelf. We vertellen ons kroost dat je heus niet zomaar dood kunt gaan, tegelijkertijd roepen we hard dat ze nooit gekke dingen mogen doen.

En we weten het zelf: mensen doen raar, iedereen verlangt soms naar verdoving, een tijdelijke ontsnappingsroute. Maar ­intussen verdraag ik de gedachte niet dat mijn kind een leven leeft waaruit hij ontsnappen wil.

"Denk je dat zijn moeder verdrietig is?" heeft hij me vannacht gevraagd. "Heel verdrietig, schat." "Heeft zij iets fout gedaan?" "Ik geloof het niet. Soms gaat er domweg iets gruwelijk mis."

We staan nog steeds bij het tafeltje voor de foto. "Wil je iets schrijven? Sterkte ofzo? Dat vindt zijn familie vast fijn." In 7-jarigen-hanenpootjes krabbelt hij: 'Sterk je.' Ik verbeter hem niet.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Lees hier al haar columns terug. Reageren? r.schlikker@parool.nl