*

parool.nl
Amsterdam,  
Parool.nl mobiel Word vriend van Het Parool op Facebook

Amsterdams lijflied 7: rond en over het water

07-09-11   11:00 uur

In tien weken kiezen we in tien rondes met elk tien nummers het beste lied van de stad: het Amsterdams Lijflied. Vandaag de zevende ronde: rond en over het water. Onderaan de pagina kunt u luisteren naar de liedjes en stemmen op uw favorieten. De stembus sluit zondagavond 11 september om 11 uur. (PAUL ARNOLDUSSEN)

Martine Bijl, 1966 Foto © anp/kippa
Martine Bijl, 1966 Foto © anp/kippa
Jeroen Zijlstra © anp
Jeroen Zijlstra © anp
Leon Boedels (1865-1930) Foto © Stadsarchief Amsterdam
Leon Boedels (1865-1930) Foto © Stadsarchief Amsterdam

Bestel hier uw kaarten voor Het Amsterdamse Lijflied in Carré.

1. Kom Karline

Sinds 1973 kennen we de melodie van Kiele Kiele Koeweit, het carnavalslied van NCRV-gezelschap Farce Majeure over de oliecrisis die tijd. Maar daarvoor kenden we die van Kom Karline, hoewel die titel niet erg ingeburgerd was. Kiele Kiele Tolhuis heette het toen vooral. Oorspronkelijk Duits, in 1888 geschreven door Adolph Spahn: Komm, Karlineken en daar bekend als Kille, kille Pankow. Pankow was de uitgaanswijk van Berlijn. De vertaling dateert van 1899 of eerder. Algemeen wordt die toegeschreven aan Leon Boedels.

Als 't zondag is en heel mooi weer, en lekker in de lucht/
Dan zegt de man zo tot z'n vrouw: 'Kom, nu de stad ontvlucht./ Naar 't Kalfje of naar Schollenbrug, wat staat je 't meeste aan?/ Of willen we gezelligjes naar het Tolhuis gaan?'/ Ja, Tolhuis, Tolhuis, Tolhuis, kiele, kiele/
Tolhuis, kiele, kiele, hopsasa.

De rest gaat over minder relevante zaken.

Het Tolhuis aan 't IJ staat er nog steeds - en het wordt ook steeds meer een uitspanning; 't Kalfje aan de Amstel werd in 1967 afgebroken en dat lot trof Schollenbrug, een prettige houten zaak aan de Weesperzijde, al in 1931.

De eerste (en mogelijk enige) Nederlandse plaatopname is van de zanger Louis Matla. Die dateert van 1900, is daarmee ook één van de eerste grammofoonplaten in Nederland en dat is te horen ook.


2. Afscheid bij het vertrek naar Indië (Nou... tabé dan)
Lied van Louis Davids en Maggie Morris uit toneelstuk De Jantjes uit 1920, veertien jaar later verfilmd. Davids zelf nam het in 1930 op, zanger/conferencier Henri Wallig (1881-1939) meteen in 1920. Jonge mannen tekenden welhaast onfatsoenlijke contracten als militair, scheepten in, en waren tenminste in Indië onder de pannen.

Ik ga naar Jan Oost voor een jaar of zes/ en ik weet niet, waarom ik het dee./ Dag meiden, dag jongens, hou je maar haaks./ In mijn hart neem ik Mokum mee.


3. Aan 't Amsterdamse IJ
Van het duo Henk Voogt (tekst)/Louis Noiret (muziek) uit 1955, hetzelfde jaar als hun hit Bij ons in de Jordaan. Geschreven voor Willy Alberti die geldt als een ontdekking van Henk Voogt.

Jongeman droomt weg bij 't IJ omdat hij zo graag had willen varen. Als Amsterdamse jongen die van het water houdt, / heb ik het zeemansleven als ideaal beschouwd. / Daarom zou ik gaan varen toen ik de school verliet, / maar vader zei 't is niets voor jou en daarom mocht ik niet.

Zelfs een bikkelhard argument vond geen gehoor: Stel voor Michiel de Ruyter had ook niet mogen gaan,/ dan had ons kleine Nederland misschien niet meer bestaan./ Die doodgewone jongen werd later admiraal./ Wie weet wat ik geworden was...vervlogen ideaal.


4. Weet je nog wel, mijn Amstel
Alle elementen van een chanson, en inderdaad, het is Martine Bijls cover van T'en souviens-tu la Seine van Anne Sylvestre (ook tekst en muziek). Dat nummer dateert van 1964, de Amsterdamse interpretatie verscheen op de elpee met de eenvoudige naam Martine Bijl. Ongedateerd, maar het moet tussen 1968 en '70 zijn geweest. De Nederlandse tekst staat ook op haar naam, en die is niet gering voor een meisje dat toen amper twintig was. De Seine werd de Amstel, en die maakt 'van de pijn een vergeten verdriet'. Niet uitgesloten is dat partner/inspirator Henk van der Molen de helpende hand heeft geboden. Tekst noch uitvoering doen onder voor die van Anne Sylvestre.

Als ik op reis ben, Amstel/ zeggen ze jou dan dat ik jou niet mis,/ dat in mijn leven, Amstel,/ voor jou geen plaats meer is?/ Zeggen ze dat jouw beeld is vervlogen?/

Dacht je heus dat ik jou vergat/ koningin van mijn Amstelstad. / Hoe je stroomt onder bruggen en bogen/ die zich spiegelen in jouw gezicht./ En het beeld van de gevels in 't late avondlicht.


5. Aan de Amsterdamse grachten
 
Bekend geworden door Wim Sonneveld in 1962, opgenomen door Hans en Nan Boskamp in 1956. Tekst van Pieter Goemans (1925-2000). Muziek: ook van hem maar er doen verhalen de ronde dat die eigenlijk van Enrico Neckheim is. Arrangeur Dick Schallies: "Onzin. Ik heb de wordingsgeschiedenis van het lied van nabij meegemaakt. Ik heb de noten genoteerd, want dat kon Goemans amper. Hij had aanvankelijk alleen het refrein, ik hem bijgestaan bij de rest. Laat ik zeggen dat ik daarbij een flinke vinger in de pap had."

Lange tijd is gedacht dat de Boskampversie de oerversie was. Tot 2006, toen draaide Jacques Klöters de Boskampplaat in zijn radioprogramma De sandwich. Daarna werd hij gebeld door de toen 85-jarige Henk Visscher, in 1956 naast Johnny Kraaykamp bassist, gitarist en zanger bij Café de Paris in één van de Leidsedwarsstraten. Klöters: 'Hij kende Pieter Goemans uit het café. Goemans vertelde Henk Visscher dat hij een liedje had geschreven waarvan een demo moest worden gemaakt om te laten horen aan een muziekuitgever. Hij had voor de volgende ochtend een afspraak gemaakt in de studio Sondisko, waar in die jaren - toen bandrecorders nog een zeldzaamheid waren - platen werden opgenomen. De vraag was of Henk Visscher de volgende ochtend, begeleid door de pianist van het Metropole orkest Dick Schallies, Aan de Amsterdamse grachten wilde zingen. 'Waarom vraag je Kraaykamp niet?' antwoordde Visscher. 'Die krijgen we zo vroeg z'n bed niet uit. Jou wel, want jij drinkt niet, antwoordde Goemans.'

Klöters kreeg de demo mee en die is nu dus te horen.


6. Wie aan Amsterdam komt
Lied van Cees Koldijk, de centrale figuur, pardon, kapitein, van de in 1995 opgerichte groep 4Tuoze Matroze. Opa was machinist op de Holland-Amerika Lijn, overgrootvader voer op een vrachtschip van Muiden naar Pampus. Meedeinrock-'n-roll noemde Maartje den Breejen in 2005 het repertoire in Het Parool maar dat is niet de eerste associatie bij dit vroege (1996) lied. Vertrouwd traditioneel: Amsterdam, stad aan het water, Amsterdam stad aan het IJ./ Wie aan Amsterdam komt, die komt ook een beetje aan mij.


7.  Durgerdam slaapt
De Durgerdammer en voormalige kabeljauwvisser Jeroen Zijlstra won met dit lied in 2002 de Annie M.G. Schmidtprijs. Met zijn hese stem zingt hij, zegt hij zelf, 'op een trompetachtige manier'.

Zijlstra woont naast de kerk waar zijn partner dominee was. Paralellen tussen haar en zijn werk: wat diepgang, en het succes komt niet vanzelf. 'Als je bij de bv God gaat werken, moet je natuurlijk niet verwachten dat de tent zomaar volloopt.' (Trouw, 2003) Durgerdam is wel vaker inspiratiebron: 'Durgerdam geeft een randgevoel. Dat past bij me. Ik kom uit een dorpje aan de Waddenzee. Dat is ook de rand van een gemeenschap. Durgerdam heeft dezelfde ambiance.' (Algemeen Dagblad, 2009)

Mist ligt op het weiland, rond de koeien die er grazen/ Nevel op de slootjes die ik als mijn broekzak ken/ Haast te zoet om waar te zijn, m'n dorp als een oase/Niemand heeft gehoord dat ik er ben.


8. In de haven van Amsterdam
Met dit lied wond de Zaanse formatie Zänph een wedstrijd voor een nieuwe havenlied waarmee Sail 2010 kon worden opgeluisterd. Tekst van Peter ter Heege, uitbater van café de Figurantenbar in Amsterdam, die het, na een oproep voor zo'n lied in een krant, schreef tijdens een klantloze middag. Die avond vroeg hij Gilles Graafland, leadzanger van de groep, of hij er iets mee kon. Graafland schreef de muziek en twee dagen later was de zaak wel zo ongeveer geklaard.

Lied met een vleugje Brel - een havenlied zonder een vleugje Brel kan eigenlijk niet meer. Groot succes, ook al doordat het gratis op internet te downloaden is.


9. Het monster van de Sloterplas
Lied (2006) van Jan-Paul van Spaendonck en kornuiten (onder wie Jan van der Meij) die zich in vele teksten over Nieuw West heeft ontfermd. Cover van Ghostriders in the sky uit 1948 van Stan Jones. We herinneren ons het refrein dat begon met Jippieajee, jippieajoo. Maar dat heeft Van Spaendonck gemeden. Hij groeide op in Geuzenveld en Slotermeer. Tegen Frenk der Nederlanden in Het Parool (2006): 'Een geweldige jeugd, met alles erop en eraan. We speelden altijd langs de spoordijk, één grote wildernis. Kampvuren, feesten, hutten bouwen: het Verre Westen. Toen mijn kinderen groter werden, heb ik wel eens de aanvechting gehad om terug te gaan, maar ik woon al twintig jaar in Zuid.'

Onze eigen Nessie is vermoedelijk denkbeeldig maar daar was een kleine veertig jaar geleden niet iedereen van overtuigd. Op 18 september 1974 zag bewoner Lodewijk Steeman 'een grote bruine bobbel uit het water opstijgen'. En het was waarachtig niet de eerste keer dat hij het vier meter lange verschijnsel zag. Een week eerder was het ook al raak, en daarom zat hij vanaf toen iedere ochtend aan de plas, met een fototoestel.

En hoe zat het dan met die foto op de 18de september? Helaas was het te donker geweest om een opname te maken. Lodewijk Steeman was, zei hij in Het Parool, vastbesloten het monster 'ooit met zijn lens te vangen'.


10. 't IJ
Het nummer is opgenomen in 2008 door Van Puffelen, een kleine groep rond Chris Bernhart, ook al uit Durgerdam. De laatste, wat snellere versie dateert van augustus 2011. De tekst is ook actueel.

Moeders op bakfietsen,/ kinderen voorop /en ze schelden op Jappen, /die de regels niet snappen./ Ze rijden door rood /en bellen zich rot. / Met bezwete haren / de koters gedropt./ Dan snel met de tram / want de werkdruk is hoog, / verbeten de bekkies,/ strak staat de boog.'

Chris Bernhart, een bewonderaar van Tom Waits, Maarten van Roozendaal en Raymond van het Groenewoud, vindt het wel tijd worden om in het theatercircuit te verschijnen. Dat hij in de marge zal blijven gezien zijn repertoire schrikt hem niet af. 'Op ons kun je niet dansen. We gaan niet voor de grote lach. Maar dit is waar ik goed in ben.'

De narigheid
De zesde ronde van Amsterdams Lijflied, de narigheid, werd met ruime voorsprong (39 procent) gewonnen door D'r is een Amsterdammer dood gegaan. Tweede werd Die ouwe sopraan uit de Jordaan met negentien procent, mede dankzij een lobby van de familie van tekstschrijver Emile Lopez. Beide liedjes gaan door naar de finale.



Bestel hier uw kaarten voor Het Amsterdamse Lijflied in Carré.



Alles over

GESPONSORDE LINKS

PAROOL NIEUWSBRIEF

Elke middag gratis de hoogtepunten uit het nieuws in uw mailbox?

U kunt zich voor deze service van Het Parool opgeven via parool.nl/lunchnieuws.