Aangifte van aanranding pas na dagen mogelijk
04-08-10 11:34 uur
Foto ANP
AMSTERDAM - Een 22-jarige Amsterdamse studente werd aangerand na de WK-finale. Tot haar verbazing kon ze pas dagen later aangifte doen. 'Ik dacht de hele tijd, niemand weet ervan en die vent loopt gewoon rond.'
Ze fietste in de nacht van zondag 11 juli in haar eentje naar huis toen ter hoogte van het Spui een man achterop sprong. ''Hij zei: mag ik een lift?'' Néé, zei de VU-studente, maar de man, ze schat hem rond de 25, bleef gewoon zitten. Iets verderop zei ze: ''Ik wil dat je er nu af gaat, en mijn vriendje woont hier.'' Niet dat ze een vriendje heeft; ze wilde vooral niet dichterbij haar huis komen - straks zou hij haar naar binnen duwen.
''Ik was toen al heel bang, hij zat ook aan me, aan mijn billen.'' Ze was nog wel zo alert te bedenken dat ze op een drukke plek moest stoppen. Het werd de Herengracht, hoek Wolvenstraat. ''Ik zei dat hij weg moest, toen werd hij heel kwaad. ''Wat doe je nou moeilijk, zei hij, ik wil alleen even praten.''
Hij drukte haar tegen een muur. ''Hij duwde zijn tong in mijn mond.'' De man, hij had lang rastahaar, probeerde met zijn hand in haar onderbroek te komen. ''Mijn broek zat gelukkig heel strak waardoor hij hem niet open kreeg. Hij duwde ook zijn erectie tegen me aan.''
Toen ze twee mensen zag langs fietsen, schreeuwde ze 'deze man wil me iets aandoen!' De fietsers stopten, waarop de man wegrende. Hij riep nog: ''Ze lult!'' De twee brachten haar naar huis. ''Ik moest erg huilen, hyperventileerde.'' Ze wilde bellen, maar haar telefoon was weg - gejat door die man, denkt ze. Thuis bedacht ze dat ze aangifte moest doen. Op bureau Nieuwezijds Voorburgwal deed ze haar verhaal.
''Ze konden alleen geen aangifte opnemen, zeiden ze, dat moest bij de zedenpolitie. Ze gaven me een nummer en brachten me thuis.'' De ochtend erop, maandag, belde ze de zedenpolitie, maar de eerste mogelijkheid voor een afspraak was pas op vrijdagavond, de 16de. (KAMILLA LEUPEN)