Het nieuwe kraken, geen verharde strijd
08-01-10 11:43 uur
AMSTERDAM - De kraker anno 2010 heeft een baan of volgt een studie - en heeft wat minder tijd voor actie dan zijn voorgangers uit de roerige jaren tachtig. In Amsterdam zijn naar schatting vele honderden krakers actief in twee- tot driehonderd panden.
Dat concludeert een groep criminologen van de VU. De honderden krakers die zij nog tellen, krijgen als het erop aankomt hulp van vaste sympathisanten, waardoor hun groep uitgroeit tot 'vermoedelijk niet meer dan 1500 man'.
Minder dan vroeger is sprake van een kraakbeweging die als enigszins homogeen beschouwd kan worden. Figuren 'van allerlei pluimage' werken binnen de kraakscene los-vast samen. Met het geweld tegen de politie valt het reuze mee.
Het onderzoek dat de criminologen onder leiding van antropoloog Frank van Gemert en hoogleraar criminologie Dina Siegel hebben gedaan naar de hedendaagse kraakbeweging in Amsterdam, verschijnt vandaag als rapport onder de titel: Kraken in Amsterdam anno 2009. Vrijblijvend is het kraken niet, zo stellen de onderzoekers vast. Een beetje kraker wordt geacht zo nu en dan een tegenprestatie te leveren voor de hulp die hij of zij zelf krijgt via de kraakspreekuren her en der in de stad, waar het kraken doorgaans volgens een vast stramien wordt georganiseerd - compleet met een kraakhandleiding.
Poolse krakersDe plicht tot tegenprestaties maakt dat parallel aan de wat meer gereguleerde kraakscene nog een tweede, ongebonden groep krakers bestaat, van buitenlandse komaf. Polen, veelal. Die kraken gewoon hun eigen pandjes; om gratis te wonen en verder niets.
''De groep Polen kenmerkt zich door zelfredzaamheid en een sterk arbeidsethos,'' schrijven de onderzoekers. ''Ze komen om te werken en opereren deels los van de kraakspreekuren, waardoor de verlangde participatie voor hen geen beletsel is om te kraken.''
Andere buitenlandse krakers die de onderzoekers gedurende hun veldwerk aantroffen, waren vooral van Italiaanse en Spaanse origine. Voor zover zij de kraakwereld in hun eigen land kennen, zijn zij veel meer gewend aan harde actie, en aan nauwe banden van krakers met de lokale drugshandelaars. ''Deze krakers zijn gewend aan een hard politieoptreden en hebben een heel ander beeld van deze partij dan de Nederlandse krakers.''
De gewone Amsterdamse kraker, namelijk, vecht veel minder met de politie dan wel verondersteld wordt. Het rapport: ''Van verharding kan niet worden gesproken.''
KnokploegenHet kraken gebeurt volgens de criminologen vele tientallen keren per jaar, meestal zonder veel ophef. De krakers hebben hooguit wat te duchten van knokploegen die de eigenaar van het pand inschakelt.
Tijdens de ontruiming, vooral als het zogeheten principepanden betreft waarmee de krakers 'aandacht vragen voor hun zaak', worden andere krakers en sympathisanten opgetrommeld. De panden worden gebarricadeerd. Dan kan het tot een heftig treffen komen, melden de onderzoekers.
'Als het gaat om aandacht vragen voor hun zaak, zijn ontruimingen voor krakers belangrijker dan kraakacties,' schrijven de onderzoekers.
Juist bij die ontruimingen maken ze zich overigens ook vaak impopulair. 'De kosten die gemaakt moeten worden als een grote politiemacht op de been wordt gebracht, de vernielingen aan panden en de soms gevaarlijke situaties leiden ertoe dat ontruimingen juist afkeuring van andere partijen genereren.'
De onderzoekers nuanceren die vaststelling meteen: 'Tegelijkertijd moet worden opgemerkt dat zulke confrontaties nu veel minder voorkomen dan de afgelopen decennia, en dat ook het geweld dat wordt gebruikt sterk is teruggelopen. Dat is deels toe te schrijven aan de de-escalerende manier van optreden van de politie. In dat licht bezien kan van een verharding van de kraakscene niet worden gesproken.'¿ (PAUL VUGTS)