Hubert Möllenkamp (59), de ontslagen directeur van woningcorporatie Rochdale, woont in de 'goudkust' van Lelystad. Een witte villa, met op zijn gazon een riant tuinhuis, uitzicht over de golfbaan, een dubbele garage en tevens een oprijlaan waar de Maserati van de zaak keurig geparkeerd kan staan. Möllenkamp doet weinig moeite de glans van het nieuwe geld te verdoezelen. Integendeel.

De corporatiedirecteur heeft een sterke voorkeur voor duur. Niet zelden luncht hij met zakenrelaties in het Amstel hotel. En zijn bijnaam PC Hooft-bestuurder laat ook weinig te raden over. Dat Möllenkamp het zoekt in het hoge segment, is ook bekend bij iedereen in zijn wereld. Rochdale verhuurt aan de allerarmsten van de stad - zoals in Overtoomse Veld, waar bewoners smeekten om fatsoenlijke woningventilatie - maar dat weerhoudt de directeur er niet van een bolide van de zaak met chauffeur. Poenig of niet, het zat zijn goede reputatie niet in de weg.

In het wereldje zag men ook wel dat Möllenkamp in een dure auto reed, maar dat wilde volgens directeur Jacques Thielen van woningcorporatie Far West niet zeggen dat hij aan zelfverrijking zou doen. Möllenkamp genoot vertrouwen. Ook nadat bekend was geworden dat een bureau van accountantsgroep Deloitte onderzoek naar het reilen en zeilen van Möllenkamp zou doen. ''Mensen zeiden: het zal met dat onderzoek wel goed voor Möllenkamp aflopen. Dat er zulke ferme beschuldigingen zouden worden geuit, hield men niet voor mogelijk.''

Möllenkamp is populair, zoveel is duidelijk. Na het ontslag van zondag weigeren alle directeuren van de grote woningbouwcorporaties iets over Möllenkamp los te laten. Thielen is een uitzondering. ''Het is een gezellige meneer die nooit stilvalt. Een blijmoedig man, nooit onaangenaam gezelschap.'' Een levensgenieter. Een partyganger. Een gewiekst zakenman. Jofel, amicaal en met zijn snelle babbel een geboren verkoper.

Het geslacht Möllenkamp is zo Amsterdams als de Westertoren en de Kinkerstraat. Vader en moeder Johannes en Catharina - die beiden de kost verdienen als suikerwerkers - zijn in Amsterdam geboren. Zij was een dochter van een Amsterdamse stratenmaker, hij van een Amsterdamse voorman. Roots die zich vandaag de dag nog onmiskenbaar manifesteren als Möllenkamp zijn mond opendoet. ''Doe je ogen dicht als Hubert Möllenkamp aan het woord is en je waant je op de Albert Cuypmarkt,'' zegt Willem van Leeuwen, voorzitter van de brancheorganisatie van corporaties Aedes.

Hubert Möllenkamp was de jongste in het gezin met twee dochters en drie zoons. Hij werd vertegenwoordiger in elektronica en trouwde op twintigjarige leeftijd met zijn eerste vrouw - een secretaresse bij de Federatie van Woningcorporaties - met wie hij twee kinderen kreeg, een jongen en een meisje. Zijn vrouw overleed in 2001. Twee jaar later trouwde hij met zijn huidige echtgenote.

Möllenkamp bleek meer ambities te hebben dan het vertegenwoordigen van het Japanse merk Sanyo en later het automatiseringsmerk NCR alleen. In de avonduren deed hij er een opleiding economie naast. Een selfmade man, zoals dat heet. Hij had 'organisatietalent', oordeelde Woningstichting Patrimonium Amsterdam, Rochdales voorganger, die hem in 1982 via een headhunter binnenhaalde.

Na vier jaar werd hij benoemd tot adjunct-directeur. In 1990 volgde hij directeur Roel Otten op. Hij wist van aanpakken en in juni 2003 loodste hij Patrimonium de fusie met Rochdale in. Möllenkamp ontwikkelde daarbij zijn eigen stijl. Hij had een sterke expansiedrang. De Rochdaledirecteur was de eerste uit de Amsterdamse corporatiewereld die ging netwerken op de jaarlijkse vastgoedbeurs Mipim in Cannes, een met champagne, amuses en dure sigaren overspoelde beurs in de chicste hotels.

Een kolfje naar zijn hand. Hij deed steeds meer grote vastgoedtransacties namens Rochdale, waarvan nu blijkt zonder dat zijn medebestuurders dan wel de raad van commissarissen daarvan wisten. Toezicht was er niet. Möllenkamp kon zijn eigen gang gaan, zonder dat hij werd gecorrigeerd.

In de wandelgangen werd hij de Zonnekoning genoemd. Illustratief daarbij is dat Möllenkamp - vergeefs - heeft geprobeerd om voor Rochdale een koninklijke status te verkrijgen. Ook is hij zelf naar het gemeentebestuur van de Engelse plaats Rochdale gestapt met de vraag of de woningcorporatie het wapen van de stad mag gebruiken, want zo zei hij in een interview: ''Dan krijgt het geheel nog iets adellijks.''

Enerzijds was er Möllenkamp, de bobo met de Maserati met een hang naar koninklijke statussen en stadswapens, anderzijds was er die Amsterdamse jongen - de suikerwerkerszoon. ''Hij was aan de ene kant heel joviaal en informeel. Het was altijd Hubert,'' zegt Rochdale-medewerker Eric Kurpershoek in het boek Niet bij steen alleen over de geschiedenis van Patrimonium, ''maar aan de andere kant was het duidelijk dat hij de besluiten nam. Je moest dondersgoed oppassen daar niet tegenin te gaan.''

Een 'mensenmens'. Een directeur die niet te beroerd was hoogstpersoonlijk bij de huurders over de vloer te komen. In een interview zei hij daarover: 'Je bent afhankelijk van je klant, dus je neemt je klant serieus. Je moet als directeur ook niet de 'mysteryman' gaan spelen, maar altijd zichtbaar zijn.'' Een citaat dat nu een wat bittere nasmaak achterlaat.

Toch wist hij lange tijd zijn naam hoog te houden. ''Hij maakt toch deel uit van de categorie belangrijke volkshuisvesters van de afgelopen 25 jaar,'' zegt Thielen.

De keerzijde van de medaille is toch dat iemand die lang aan de top staat, denkt dat hij zich alles kan permitteren en daardoor over de schreef gaat? Dat hoeft niet, zegt Thielen. ''Het gaat er niet om hoelang iemand ergens zit, maar hoe hij toezicht en scherpte houdt. Een goede leider omringt zich met mensen die kritiek leveren. Als je dat goed organiseert, is het niet erg dat je twintig jaar op die positie zit.'' (MALIKA SEVIL)