Ik wilde een Dylan zijn, of Sartre, maar geen kantoorlul

Vijf keer heb ik al gelezen dat het probleem van de voetballertjes die een grensrechter in elkaar trappen, een opvoedingsprobleem is.

Een opvoedingsprobleem.

Het woord maakt me onrustig. Het suggereert dat als vader en moeder maar strenger zouden zijn, die kinderen minder geweld zouden gebruiken.

Stel dat het waar is, kun je die ouders dan dwingen hun kinderen 'anders' op te voeden? Wie bepaalt trouwens wat een goede opvoeding is? Die ouders, denk ik, willen niets liever dan dat hun kinderen later mooie beroepen uitoefenen. Maar dan?

Ik herinner mij dat mijn vader boos aan mij vroeg: 'Wat wil je worden?' Ik zei hartstochtelijk: 'Ik wil niks worden, dat lijkt mij het mooiste beroep!' Een gewoon beroep vond ik burgerlijk. Ik wilde een Bob Dylan zijn, of een Sartre, of een Lucebert. Maar natuurlijk niet een kantoorlul, zoals mijn vader was.

Toen ik vijftien, zestien jaar was, hebben mijn ouders hun handen van me af getrokken en gedacht: hij zoekt het zelf maar uit.

Ben ik desondanks goed opgevoed? Ik twijfel. Ik had totaal geen respect voor mijn ouders. Ik wilde jazz spelen en oefende op de piano Epitrophy van Thelonious Monk. Mijn vader hoorde dat aan. Toen er een familiebijeenkomst was, zei hij: 'Theodor speelt tegenwoordig Thelonious Bonk!' Ik vond dat zo vernederend dat ik hardop zei: 'Ik wou dat de jappen je keel hadden doorgesneden!' Dat krenkte mijn vader zo diep, dat hij zijn tranen moest terugdringen. Getuigde deze uitspraak van wellevendheid door een goede opvoeding?

Ik weet eigenlijk niet hoe ik ben opgevoed. Ja: streng.

Daarom heb ik mijn eigen dochter nauwelijks opgevoed. Ik liet haar maar. 'Pap, mag ik tv-kijken?' 'Wat vindt mamma?' ''Mamma zegt: vraag maar aan pappa.' 'Oké, zet de tv maar aan.'

Ik denk niet dat er zoiets bestaat als een goede opvoeding. Als ik aan mijn vader denk, zie ik een teleurgestelde man voor me die veel van zijn vrouw hield, maar z'n kinderen niet begreep. Denk ik aan mijn moeder, dan zie ik naïeve schattigheid.

En toch heb ik nooit een grensrechter geslagen.

Als ik eraan terugdenk, heb ik eerder het idee dat scheids- en grensrechter, trainer en medespelers nooit echt hebben geweten dat ik meespeelde.

Ik weet zeker dat ik ben opgevoed door onze hond.