Ineens sta ik twee theekopjes af te rekenen.

Kalverstraat. Ik doe sinterklaasinkopen. Ineens zit mijn moeder in mijn oor.

'Wat wil je hebben, schat?' vraagt ze.

Het is 1966.

Ik weet het niet.

Ik weet het eigenlijk wel, maar dat durf ik niet te vragen.

Toch zet ik me over mijn schaamte heen: 'Ik wil graag de elpee Blonde on blonde van Bob Dylan.'

M'n moeder hoort het niet eens.

'Wil je niet een trui?' vraagt ze.

Nu komen de tranen bijna in m'n ogen, want ik zeg: 'Nee, mam. Echt niet.'

En dan, wanhopig, spreekt ze de zin uit waarvan ik weet dat hij zal komen: 'Maar ik ben net een heel mooie trui voor je aan het breien.'
'Met een trui zal ik erg blij zijn, mam.'

Ik ben dertien, en houd erg van mijn moeder.

Ik veeg haar uit mijn oor en staar naar het lijstje van mijn dochter. Die zit nog in de VS en dus vieren we sinterklaas pas als zij thuis is, half december, maar ik moet toch inkopen doen.

Ik zie een reeks 'zinloze' cadeaus waarvan ik denk: die heeft ze toch helemaal niet nodig? Waarom schrijft ze niet op wat ze nodig heeft? En ineens sta ik twee theekopjes af te rekenen, want toen ik laatst bij haar was, vertoonden alle theekopjes een barst.

Met de theekopjes in een tas loop ik naar huis en de trui doemt op voor mijn geestesoog. Ik had geen trui. Althans, ik had er wel één, maar daar zaten gaten in en mamma wilde dat ik een goede trui voor de winter zou hebben, want anders zou ik het koud krijgen. Dylan hielp niet tegen de kou, een trui wel.

En plotseling besef ik dat mijn goedbedoelde klotetheekopjes de trui van mijn moeder zijn!

Zelfs al plak ik er een snedig rijmpje op.

'Hij kriebelt, mam,' zei ik destijds, om aan de vooravond van de jaren zestig toch al iets van protest te laten horen. Maar mamma was blijer met de trui dan ik: 'Eén keer wassen en dan voel je het niet meer.'

Thuis pak ik de hippe theekopjes uit - het is eigenlijk niet-leuke nepkunst - en wil ik ze kapot gooien van schaamte.

Ik hou ze zelf maar.

Ik kijk op het lijstje wat het Dylancadeau is en koop Een Groot Nutteloos Ding.