Slap bal
11-03-09 09:51 uur
column
THEODOR HOLMAN
Ik ben een slap mens. Mijn dochter had een kaartje voor het boekenbal voor mij en dus ben ik gegaan. Slap van mij - ik moet er niet meer heen.
En ik nam mij voor om niet te drinken. Maar ik ben nog niet binnen of ik zit aan de champagne, en even later zit ik al met mijn eerste biertje in mijn hand. En dan sta ik te staan.
Als slapjanus. En ik kijk naar schrijvers. Vroeger zou ik in dit stuk dan een rij van schrijvers hebben genoemd die ik had gezien: Gerard Reve, Simon Carmiggelt, Ischa Meijer, Theo van Gogh, Annie M.G. Schmidt, Karel van het Reve, Martin van Amerongen, Hanny Michaelis - ik zag ze ook nu weer op het bal, maar ze hadden andere namen en die ken ik niet.
Ik wist vroeger ook altijd een leuke kwinkslag te maken als ik een bekende zag, maar nu kwam ik niet verder dan: "Toch een opmerkelijke uitspraak, vind je niet, van de Hoge Raad?''
"Wat? Waar heb je het over?''
"Hoge Raad! Uitspraak! Islam!''
"Het is boekenbal, Theodor!''
"Opmerkelijke uitspraak, vind ik... ik bedoel... die tik die ze uitdelen aan het Amsterdamse hof! Dat is nogal wat! Het Amsterdamse hof is dus enorm in zijn hemd gezet!''
"Weet niet waar je het over hebt, Theodor.''
En dan kijk ik weer naar mijn vakbroeders. Wat zijn schrijvers eigenlijk laffe, vervelende mensen. Saai ook. Ik val daar ook onder, vrees ik. Maar iedereen loopt hier maar gedwee rond, kijkt wat naar elkaar, groet, of groet niet - en dat is het dan.
Waar zijn de bohemiens? Waar is de dichter over de dood die afgevoerd wordt na een vechtpartij omdat hij de vriendin van iemand anders in haar hals gebeten had? Waar is de te bloot geklede schrijfster-starlet die zich opdringt bij de oudere columnist?
Waar is de onbekende schrijver die een bekende recensent bespuugt, en waar zijn de jonge honden die achter zijn rug een beroemde schrijver beschimpen?
Ik zag ze niet. Het was allemaal slap. Slappe thee.
Ik had ook geen vriendinnetje meegenomen, en daarom voelde ik me ook eenzaam.