Probo Koaladrama duurt voort
13-06-08 11:50 uur
Na de dumping van giftig afval in Abidjan (2006) hoopte het vuilnis zich op omdat vuilnisophalers de stortplaatsen vermijdden. Foto GPD/Ilona Eveleens.
Op 23 juni begint het proces tegen de gemeente Amsterdam wegens de milieuramp in Ivoorkust. In augustus 2006 vielen 16 doden door gif uit de Probo Koala, die uit Amsterdam kwam. De gemeente ontkent alle aansprakelijkheid, maar betaalt mee aan een VN-project.
Laat in Abidjan, de feitelijke hoofdstad van Ivoorkust, de naam Probo Koala vallen en alle deuren sluiten zich. Functionarissen van ministeries, douane, haven en milieu-inspectie houden zich consequent onbereikbaar als een Nederlandse journalist bij hen aanklopt; hieraan gaat niemand zijn handen branden.
Toch zouden ze misschien, in de marge van het gifdrama, een goednieuwsverhaal kunnen vertellen. Want met Nederlands geld, deels uit Amsterdam, wordt hier een project uitgevoerd om herhaling van de ellende van twee jaar geleden te voorkomen.
Het havengebouw in Abidjan is alleen bereikbaar na betaling van duizend CFA (de West-Afrikaanse franc) aan een zwaarbewapende militair bij de ingang. Hij doet geen enkele poging de transactie discreet te houden. Binnen in het gebouw staan op een groot bord de schepen vermeld die aangemeerd zijn: Navires dans le port. Wij noteren de Deborah I, de Krokus, de Tough Trader en Nos Providence.
Op 19 augustus 2006 moet ook de Probo Koala, gecharterd door rederij Trafigura, op dit bord hebben gestaan. Tegen alle voorschriften in gaf de havenmeester die dag toestemming aan het pas opgerichte bedrijfje Tommy om giftig afval uit het schip te dumpen in de stad. Vrachtwagens loosden de rotzooi op de lokale vuilnisbelt Akouédo en op minstens dertien andere locaties, waaronder sloten en riolen. Honderdduizend mensen meldden zich met gezondheidsproblemen in het ziekenhuis, zestien overleefden de ramp niet.
Het VN-milieuagentschap Unep is nu bezig alle betrokken organisaties in Abidjan, inclusief de haven, beter te wapenen tegen de gevaren van gevaarlijk afval. Daarvoor is ruim één miljoen euro beschikbaar, bijna geheel betaald door Nederland. Den Haag nam 700.000 euro voor zijn rekening, Amsterdam 300.000 euro. Niet als erkenning van aansprakelijkheid - dat zou juridische consequenties kunnen hebben - maar als humanitair gebaar.
Aanvankelijk was de gedachte het Nederlandse geld te gebruiken als bescheiden bijdrage in de kosten van het opruimen van het afval, zegt Nasséré Kaba, directrice op het ministerie van Milieu en de enige die namens de Ivoriaanse overheid iets wil zeggen.
Maar nadat president Laurent Gbagbo in februari vorig jaar een akkoord had gesloten met Trafigura (het bedrijf betaalde 159 miljoen euro, zonder de schuld op zich te nemen), was de financiering van de schoonmaak geen probleem meer - of zou dat in elk geval niet meer moeten zijn.
De deal tussen Gbagbo en Trafigura verklaart ook de angst om over de zaak te praten; dit is een politieke kwestie geworden en in Ivoorkust, waar de overgang van burgeroorlog naar vreedzame democratie hortend en stotend verloopt, zijn politieke kwesties altijd riskant. De president heeft de zaak naar zich toe getrokken, alle andere overheidsinstanties - waarvan sommige in handen zijn van voormalige rebellen - staan in feite buitenspel.
Kaba erkent aarzelend dat niet iedereen in Abidjan gelukkig is met de regeling die Gbagbo met Trafigura trof. Sommigen storen zich eraan dat in Ivoorkust alle gerechtelijke stappen tegen het bedrijf zijn stopgezet, anderen vinden het bedrag dat de president in de wacht sleepte te laag.
'Er is nog discussie gaande met Trafigura over extra betalingen," aldus Kaba. "Het verwijderen van het afval is gedekt, maar het herstel van het milieu is een andere kwestie. De vraag is nog altijd wat op lange termijn de kosten voor mens en natuur zullen zijn. Maar hoe het gesprek daarover met Trafigura verloopt, weet ik niet. Dat is een zaak van de president."
Omdat Gbagbo zich ontfermde over de schoonmaak - wat niet betekent dat al het gif ook werd opgeruimd - werd volgens Kaba in overleg met het Unep besloten het Nederlandse geld aan te wenden voor de training en uitrusting van personeel in de haven. Ook wordt het gebruikt voor het inrichten van een speciaal laboratorium voor giftig scheepsafval - al zal daarvoor aanvullende financiering nodig zijn - en voor het opzetten van een waarschuwingssysteem, een early warning system.
De Probo Koala had geprobeerd zijn afval in Amsterdam te lozen, maar toen dat vanwege de hoge toxiciteit duurder werd dan Trafigura had verwacht, voer het schip naar Estland, vervolgens naar Nigeria en ten slotte naar Ivoorkust. En toch wist niemand daar wat er op hen afkwam - niemand behalve de havenmeester, en die ging in zee met het malafide bedrijfje Tommy.
In samenwerking met de experts van de Basel Conventie, een verdrag uit 1992 dat het grensoverschrijdend verkeer van afval regelt, komen nu in West-Afrika twee waarschuwingscentra: één in Senegal, voor de Franstalige landen van de regio, de andere in Nigeria, voor de Engelstalige.
Op de prioriteitenlijst van het Unep staat ook de bouw van een vuilverwerkingsfabriek. Nu beschikt Abidjan slechts over een vuilnisbelt, Akouédo, waar afval wordt gestort, maar niet verwerkt. De Nederlandse handreiking van een miljoen euro zinkt in het niet bij de kosten die daarmee gemoeid zijn.
Naar verluidt wil president Gbagbo de Trafiguragelden hiervoor gebruiken, maar volgens Kaba is de bouw nog steeds niet begonnen. (STEVO AKKERMAN)