Amsterdam Bewaar

Hoe gevaarlijk is de Amsterdamse rat?

Hoe gevaarlijk is de Amsterdamse rat?
© Shutterstock

De GGD Amsterdam doet onderzoek naar zwarte en bruine ratten in de stad. De GGD wil weten hoe groot het risico is dat de knaagdieren ziektes op de inwoners van de stad overbrengen.

Ratten beginnen inmiddels resistent te worden tegen gif en het gebruik daarvan is controversieel bij dieren- en natuurvrienden.

Amsterdam is één van de weinige havensteden die er openlijk voor uitkomen zwarte ratten in de haven te hebben. Het beest heeft geen beste naam, liever houden havenbedrijven zijn aanwezigheid onder de pet. Want hoewel deze rattensoort er best schattig uitziet - net een grote muis met ronde flaporen - is hij onlosmakelijk verbonden met de verspreiding van de pest in Europa. Daarnaast kan hij mogelijk nog een hele serie andere griezelziektes overbrengen, zoals de ziekte van Weil en Q-koorts.

Sinds vorig jaar wordt het dier, net als zijn bruine soortgenoot, gevangen voor onderzoek. De GGD wil weten hoe groot nu werkelijk het risico op verspreiding van ziektes is door beide rattensoorten. De zwarte rat vormt een extra risico omdat het beest hier gekomen is uit verre, ontraceerbare landen. 'Weten waar en hoe ziekteoverdracht zou kunnen plaatsvinden is vooral voor havenmedewerkers belangrijk, maar ook voor bijvoorbeeld zwemmers,' zegt Jan Buijs, ecoloog en onderzoeker bij de GGD Amsterdam.

Risico
De timing van het onderzoek heeft nog een andere reden. Doordat er steeds meer natuur in de stad te vinden is, neemt mogelijk ook het risico op ziektes die door beesten worden verspreid toe. Naast het rattenonderzoek doet de GGD in dat kader ook onderzoek naar teken en is er een muggenonderzoek in aantocht.

Voor het onderzoek naar de ratten zijn levende dieren nodig. Buijs vangt beide soorten in de haven en alleen bruine ratten in het aangrenzende stadsdeel West. Tot nu toe is er in de stad nog geen zwarte rat in Buijs' vallen gelopen, een teken dat het dier de haven niet uitkomt. De havenbedrijven bestrijden daar actief en daardoor is het aantal locaties waar ze voorkomen inmiddels afgenomen van vijf naar drie. Bovendien zijn ze meer aan gebouwen gebonden dan hun bruine soortgenoten, die zich gemakkelijk over straat en in het water voortbewegen.

Het vangen van een rat zonder het dier te doden, is nog niet zo makkelijk. Het vergt kennis van hun leefomgeving, hun gedrag en hun voedselvoorkeuren. 'Het is een soort sport, je moet er een bepaalde slimheid in ontwikkelen,' zegt Buijs.

Tutti frutti
Eerst staan de vallen open zodat de ratten vrij in en uit kunnen lopen. Een appel in de vangkooi is het voorgerecht, om te weten te komen of er überhaupt wat te vangen is. Zijn de tandafdrukken duidelijk te zien of is de appel verdwenen, dan zitten er hoogstwaarschijnlijk ratten. Kaas, een klassieker, werkt goed. 'Bruine ratten eten eigenlijk bijna alles. Zwarte ratten houden meer van fruit omdat het van oorsprong bomenklimmers zijn.' Tutti frutti is dus een beproefde hap in de kooien in de haven.

Als Buijs er één vangt, wordt het dier naar het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in Bilthoven gebracht. Pas daar wordt het beest doodgemaakt en onderzocht op zeven verschillende ziektes, onder andere op pest en Q-koorts. En passant kijkt Buijs ook of zijn vangkooien effectief zijn als bestrijdingsmethode. Ratten beginnen inmiddels resistent te worden tegen gif en het gebruik daarvan is controversieel bij dieren- en natuurvrienden.

Het Amsterdamse rattenonderzoek maakt deel uit van een in 2007 begonnen landelijk onderzoek van het RIVM naar ziektes die door dieren worden overgedragen.