Amsterdam Bewaar

'De vraag is of we de politie altijd wel nodig hebben'

VU-criminoloog Marc Schuilenburg.
VU-criminoloog Marc Schuilenburg. © Mats van Soolingen

De criminaliteitscijfers dalen al jaren, maar voelen we ons ook veiliger? Volgens VU-criminoloog Marc Schuilenburg valt dat tegen en is het tijd om op een positievere manier naar het begrip veiligheid te kijken.

Marc Schuilenburg

1998 rechten en filosofie, Erasmus Universiteit

2004 docent criminologie, Vrije Universiteit

2012 promotie sociale wetenschappen, Vrije Universiteit

2014 Willem Nagelprijs, voor beste dissertatie in de criminologie van de afgelopen drie jaar in België en Nederland

2014 publicatie Positive criminology. Reflections on care, belonging and security, ­geschreven met Ronald van Steden en Brenda Oude Breuil

U vindt dat veiligheid te veel wordt gezien in termen van criminaliteit en angst. Waar blijkt dat uit?
'In de laatste dertig jaar is de negatieve benadering van veiligheid heel sterk opgekomen. Als we het over veiligheid hebben, bedoelen we vaak onveiligheid. Op zich is dat ook niet zo vreemd; sinds de jaren tachtig is de criminaliteit gestaag toegenomen. Met een piek in 2001, toen we maar liefst 1,2 miljoen geregistreerde strafbare feiten telden. Maar sindsdien neemt het af.'

Dus moeten we op een minder negatieve manier over veiligheid praten?
'Wat we nog steeds veel horen is wat ik wel punitief populisme noem. Het is de taal waar bijvoorbeeld minister Opstelten zich van bedient. 'We gaan criminelen stoppen' of 'we gaan misstanden bestrijden'. Dat is een taal van bevechten die heel negatief is. Dat zie je in de politiek, maar ook in de media.'

Maar veiligheid is toch ook een thema dat mensen bezighoudt?
'Dat is zo, maar het gaat erom dat dat negatieve discours niet erg effectief blijkt te zijn. Meer en hardere straffen, collectieve horecaverboden en ruimere bevoegdheden voor politie en justitie. Daar zijn wij ons niet veiliger door gaan voelen en we hebben ook geen groter vertrouwen in de politie gekregen. En wat als je al tweehonderd camera's in de openbare ruimte hebt hangen, wat is dan het effect van nog eens honderd extra? Die aanpak loopt tegen zijn grenzen aan en dat hoor ik ook van beleidsmakers en politiemensen.'

U pleit voor een meer positieve benadering van veiligheid. Wat bedoelt u daarmee?
'In de oorsprong van het woord veiligheid komen begrippen als 'trouw', 'dierbaar' en 'ergens toe behoren' terug. Het gaat er dus om niet alleen onveiligheid te bevechten, maar ook om veiligheid te laten ontstaan. Dat is een fundamenteel andere benadering. Het zou goed zijn als we meer van onderop onze eigen veilige samenleving maken.'

Hoe bedoelt u dat precies?
'Iedereen praat over de participatiesamenleving. Maar dan gaat het altijd over de zorg, over het wassen van de oude buurman bijvoorbeeld. Veiligheid komt in die hele discussie niet aan de orde, terwijl ik vind dat we veel kritischer moeten kijken naar de vraag of we de politie altijd wel nodig hebben. Wat dat betreft kunnen we veel van de anarchisten leren, niet in de betekenis van anti-systeemdenkers zoals zij vaak worden gezien, maar als pleitbezorgers van het bouwen van gemeenschappen die voor mensen betekenis hebben.'

Hoe kunnen die veilige gemeenschappen vorm krijgen?
'In Rotterdam loopt in de wijk Hillesluis het project Buurt Bestuurt. Hillesluis is een buurt met veel problemen. Om bewoners meer te betrekken bij een betere leefomgeving, maakt de politie tijd vrij om hun belangrijkste ergernissen en problemen aan te pakken. Opvallend is dat veel mensen daar de handel in drugs bij de grote stad vinden horen, en te hard rijden in de straat een veel groter probleem vinden.'

'Los van de vraag welke prioriteiten je zou moeten stellen is meteen duidelijk dat politie en bewoners andere dingen belangrijk vinden. En in de Bijlmer loopt het project Netwerk Amsterdamse Helden, waarbij rolmodellen zoals muzikanten en sporters een positieve invloed moeten hebben op de jeugd. In beide projecten is het laten ontstaan van veiligheid het uitgangspunt en draait het niet om negatieve retoriek van bevechten en bestrijden.'