Die maand België werd asielzoeker Mamun fataal
22-09-08 11:25 uur
Het eerste gezin dat in 2007 op grond van de pardonregeling een woning kreeg toegewezen in Amsterdam. 'Grensgevallen' als Enamur voldoen aan alle critera, behalve dat ene criterium: 'een onafgebroken verblijf in Nederland.' Foto ANP
AMSTERDAM - Mamun Enamur, die in 1999 als politiek vluchteling uit Bangladesh naar Nederland kwam, kan zichzelf wel voor zijn kop slaan. Was hij in 2006 maar níét naar België vertrokken. Dan was hij nu in aanmerking gekomen voor het generaal pardon.
Enamur (31) is één van de 'grensgevallen'. Mensen die net buiten de generaalpardonregeling vallen, doordat zij een tijdje in het buitenland zijn geweest. Soms gaat het om slechts twee weken, bij Enamur om een maand.
Vanochtend werd voor de Stopera de aftrap gegeven voor de landelijke campagne die aandacht moet vragen voor deze groep, van circa tweeduizend mensen. Ze voldoen aan alle criteria voor het pardon, behalve aan dat ene criterium: 'een ononderbroken verblijf' in Nederland sinds april 2001. Er werd ontbeten, onder anderen met (oud-)politici.
Maar wat moest hij dan? vraagt Enamur zich af. ''Ik was uitgeprocedeerd, moest weg, had niets. Ik ben naar België gegaan, om dáár asiel aan te vragen.'' Een fatale beslissing. Een maand later werd hij teruggebracht naar Nederland, waar hij vervolgens tien maanden in vreemdelingendetentie zat.
Voor de Stopera staat ook Ibrahim Idris (42) uit Soedan. Hij kwam in 1995 naar Nederland. Hier belandde hij al snel in het ziekenhuis. Hij was erg ziek - werveltuberculose. Maanden lag hij in het ziekenhuis, en ook daarna had hij steeds medicijnen en zorg nodig. ''Maar in 2004 stopte alles. Mijn verzekering, de medicijnen. Ik was uitgeprocedeerd. Ik dacht toen: ik moet weg, ik moet naar een ziekenhuis.''
Hij vertrok naar Frankrijk, waar hij vier maanden verbleef, waaronder een maand in het ziekenhuis. Vervolgens werd hij uitgezet naar Nederland, waarna 'een heel moeilijke tijd' volgde. Die periode in het buitenland maakt dat hij nu buiten de pardonregeling valt.
Idris heeft een tas vol paperassen bij zich. Brieven van artsen, doosjes van de medicijnen die hij slikt - pijnstillers, slaaptabletten - zijn nekwervels zijn zo pijnlijk dat slapen vrijwel onmogelijk is. En dan hebben we het nog niet over zijn geestelijke gezondheid. Hij piekert steeds, woont overal en nergens.
Idris en Enamur hebben al hun hoop op deze campagne gevestigd. Deze week gaan ze met lotgenoten en afgevaardigden van een reeks organisaties in een oude bus het land door. Enamur: ''Ik hoop zo dat het zal helpen.'' (HET PAROOL)