*

parool.nl
Amsterdam,  
Parool.nl mobiel Word vriend van Het Parool op Facebook

Amsterdams lijflied deel 1: de ode

27-07-11   11:00 uur

We gaan het Amsterdams lijflied kiezen. In tien ronden, met elk tien nummers. Twee winnaars per ronde, resulterend in een finale in oktober en een prachtavond in Carré. Vandaag: de odes. Liefdesbetuigingen, met, wat wil je, hier en daar een nuancering. 'Hou van de grachten, de pleinen, de beursmeneren / de junks en de hoeren en het fout parkeren.' (Paul Arnoldussen)

Tol Hansse © kippa
Tol Hansse © kippa
Ramses Shaffy © kippa
Ramses Shaffy © kippa
Danny de Munk © anp
Danny de Munk © anp
Flinke Namen © anp
Flinke Namen © anp

Luisteren? Stemmen? Onderaan de pagina.

'Nog steeds een stad waar 't hart altijd klopt'


1. Amsterdam
Erg sterke titel voor het eerste nummer. Hier doelen we op het lied met de befaamde refreinregel 'Daar is nou niks wat ook maar even aan je tippen kan.' Uit 1935, gemaakt voor een korte documentaire over de stad van Will Tuschinski, zoon van bioscoopgigant Abraham.

Tekst: Alex de Haas, Rotterdammer, een soort huisconferencier van Tuschinski, na de oorlog vooral cabarethistoricus en chagrijnig gestorven doordat Wim Ibo hem in die rol overvleugelde. De muziek: Max Tak, jongen uit de Halvemaansteeg, al bij de opening van de bioscoop in 1921 dirigent van het bioscooporkest, dat één van de grote attracties was van het theater.

Snel na de bezetting kwam Tuschinski in Duitse handen en de jood Tak kon uiteraard vertrekken. Hij kwam in Amerika terecht waar hij bleef wonen. Voor de Avro verzorgde hij een gesproken brief, die steevast eindigde met 'Dit was Max Tak in New York.' Gevleugelde woorden in de jaren vijftig, op school deden we hem na.

Er zijn verschillende uitvoeringen; die van Bob Scholte, die in zijn jeugd voorzanger wilde worden in de synagoge, is het origineel.

2. Big City
'Meneer Hansse, ik wil u even onderhouden over uw zangkunst,' sprak presentator Wim Bosboom van het radioprogramma In de Rode Haan met enige ironie begin 1978. Het ongepolijste van Tol Hansse, zoon van de hoogst controversiële tekstschrijver Jacques van Tol (nogal fout in de oorlog, niet voor niets nam Hans van Tol een pseudoniem aan), was toen nogal opmerkelijk. Het nummer, muziek Clous van Mechelen, werd een hit, de grootste in de wat aflopende carrière van de zanger/muzikant. Hij stierf erg jong, in 2002, op 62-jarige leeftijd. De overeenkomsten met de teksten van zijn vader zijn opvallend: eenvoudige rijmschema's, veel gevoel voor absurditeit.

3. Ik kan blijven kijken naar jou Amsterdam
Onvoorwaardelijke liefdesverklaring met de beeldschone regels: 'Je draagt al je eeuwen met trots en gemak. / Je bent mijn geheugen van steen. / Elke stap die ik zette, / elke vriend die ik sprak, / elke liefde die kwam en verdween.'

Anderhalf jaar gelden geschreven voor de televisieserie A'dam/E.V.A. 'Maar,' zegt Jasper Boeke (muziek), 'we wilden een nummer dat ook buiten de serie bestaansrecht heeft. Ik hoopte heel erg dat het een soort volkslied van Amsterdam zou worden.' Er zijn op één cd verschillende versies van verschenen, van het carillon op de Munttoren tot eentje van de Beemsterfanfare, maar die van Peter Beense en Anneke van Giersbergen werden het bekendst. Boeke: 'Ik zong het voor bij Peter Beense thuis op de bank. Ik zag zijn twijfels: wat veel tekst, iets te poëtisch, muzikaal wat veel akkoorden, maar zijn vrouw vond het een mooi lied. Hij heeft er echt zijn eigen draai aan gegeven, aan het eind doet een heel koor mee, dat had ik nooit gedacht.'

Tekstschrijver Robert Alberdingk Thijm (hij schreef ook het scenario van de serie): 'Een versie van het Urker Mannenkoor had ik ook eg leuk gevonden, maar de producer van Beense had gelijk toen hij zei dat dat niet kon. 'Het is een echt ik-liedje' vond hij.'

Hij had als doel een lied te schrijven waarvan je de indruk kreeg dat het al decennia bestond. Aanvankelijk bevatte elk couplet een verhaaltje, maar dat heeft hij allemaal geschrapt. Wat rest zijn de beelden en de emoties.
Een voorkeur voor een versie? Beginnen ze niet aan. Boeke: 'Zo'n ode met een zachte g van Anneke van Giersbergen, ook prachtig. Het wachten is op een harde hiphopversie.'

4. Hallelujah Amsterdam
'Daar waait een nieuwe wind over de Dam / over 't Spui en het Rokin. / En zet de tijd niet terug, het heeft geen zin. / Want het gaat verder, het gaat door.'

Ramses Shaffy, die het lied niet alleen zong, maar ook tekst en muziek schreef, voelde de tijdgeest haarfijn aan. Het was 1966, het jaar van de Bouwvakkersopstand, van het heibel opleverende huwelijk van Beatrix en Claus - we spraken van 'hét huwelijk' - en met enig recht kun je de jaren zestig dat jaar laten beginnen.

En Ramses Shaffy, die twee jaar eerder met Joop Admiraal, pianist Polo de Haas, de zangeressen Liesbeth List en Loesje Hamel de groep Shaffy Chantant had opgericht, stond er middenin. Het was ook het jaar van Sammy, dat een grotere hit werd dan Hallelujah Amsterdam.

5. Mooi Amsterdam
De tekst is van Wim van Dam, de muziek is van Ad van der Gein, die we kennen van het Cocktail Trio, dat meer zong over Australië ('Op een kangoeroe-eiland, waar je kangoeroes vindt') dan over Amsterdam. Een lied uit 1968. Ook wel een beetje tijdgeest: 'Er is al met zoveel problemen getobd / en nergens werd ooit zoveel herrie geschopt. / Maar steeds nog een stad waar 't hart altijd klopt. / Amsterdam.

Willy Alberti en Wim Sonneveld zongen het apart maar ook samen. En we kiezen hier geen uitvoering van het nummer, maar die combinatie...

6. Mijn stad
Danny de Munk tien jaar geleden in deze krant: 'In de Staatsliedenbuurt geboren en getogen, zoals ze dat zeggen. In de Van Hallstraat, maar mijn ouders zijn verhuisd toen ik een jaar of elf, twaalf was. De buurt ging heel erg achteruit. Op een gegeven moment kwam ik thuis met een injectienaald, die ik had gevonden in de goot. 'Wat is dat, mamma?' Dan is het wel alarmcode 1 om te vertrekken. We zijn naar Purmerend gegaan en ik moet je eerlijk zeggen dat ik Amsterdam niet meer mis. Ik heb nog heel weinig met die stad. De echte Amsterdammers zijn vertrokken, het is een yuppenstad.'

Gaan we dit de zanger voor de voeten werpen? Nee, dat doen we niet. We zingen mee met Mijn stad, hit in 1985, het jaar na de film Ciske de Rat, waarna het joch - hij was 14 toen - niet meer stuk kon. 'Ik wil niet naar Spanje en ook niet naar Sneek. / Ik wil niet de stad uit nog niet voor een week. / Al geven ze geld toe en dringen ze aan, / ik denk er niet aan om uit Mokum weg te gaan.' Muziek van Herman van Veen, tekst van Karin Loomans.

7. Bedstee aan het IJ
'Een ingewikkeld schouwspel,' noemde de in 1989 overleden cabaretier/tekstschrijver Jaap van de Merwe zijn eigen leven, en dat mag je inderdaad wel zeggen. Veel bonje, veel ketelmuziek, blijkt uit de biografie die Henk van Gelder over hem scheef.

Wie ooit een optreden van Van de Merwe heeft meegemaakt, zal zich vooral zijn bijtende teksten herinneren, zeer bevlogen maar eerlijk gezegd nogal humorloos. De nuance was zijn sterke punt niet, voor een vergelijking tussen Amsterdams burgemeester Gijs van Hall en een Duitse oorlogsmisdadiger draaide hij zijn hand niet om.

Ook Bedstee aan het IJ, waarvan hij tekst en muziek schreef en dat gezongen werd door Jenny Arean, zoekt het niet uitsluitend in de verfijning. 'Als ik zeg 'Amsterdam', zie ik geen burgemeester / maar wel ouwe zeurpieten in een café. / En ook niet al die stinkende industriëlen / die spoel ik met groot plezier door de wc.'

Maar deze regels mogen er zijn: 'Als ik Amsterdam ruik, is 't het grachtenaroma. / Daar rollen de tranen van langs m'n gezicht. / Als ik van Amsterdam droom, zie 'k een gracht in de regen / en geen Bijlmermeer en ook geen nieuw stadhuis / Amsterdam is voor mij een gezellige bedstee.'

8. De geur van azijn
Maarten van Roozendaal, bijna vijftig alweer, grossiert in prijzen, van de Gouden Mus tot de Zilveren Krekel en de Zilveren Harp. Voor Red mij niet, het lied met de onvergetelijke regel 'Laat mij in mijn zeven sloten', kreeg hij de Annie Schmidtprijs. De geur van azijn (1999), zoals bijna al zijn werk van eigen hand, zingt hij vrijwel avond aan avond en hij krijgt er geen genoeg van. 'Hou van de grachten, de pleinen, de beursmeneren / de junks en de hoeren en het fout parkeren.'

9. Oh, Amsterdam wat ben je mooi
Geniaal? Mwah. Er is sprake van een hart dat verloren is, van grachten, van torenklokken die steeds zeggen 'jofel Amsterdam, ik blijf bij jou zolang ik leef'. Maar wie zal het tegenspreken? En we hebben het hier wel over Manke Nelis, die deze tekst van Nico van Duin (muziek Coen van Orsouw) in 1977 opnam. Voor Cornelis Pieters, die zijn pseudoniem ontleende aan een lied dat volgende week ter sprake komt, hebben we niet voor niets een standbeeld opgericht. Begeleiding: de beste jazzaccordeonist ter wereld: Johnny Meyer, saffie in de mondhoek. Kreeg mot met Nelis, jammer, maar kreeg ook een standbeeld. En ze zijn nu voor altijd verbonden met elkaar op de Elandsgracht.

10. Deze stad
De rappers worden ook een dagje ouder en dan komt de weemoed al gauw om de hoek kijken. 'Ik pak me spullen want ik heb het gehad.' Maar dan zie je allemaal plekken in de stad waar je ook zo graag wil zijn. 'Noordside, Zuidside, Westside, Eastside' Aan het woord: Flinke Namen, hoogst succesvolle groep, opgetreden op Lowlands, hun Superstuntwerk haalde in 2009 de Album Top 50. Flinke Namen bestaat uit MC Fit, Murth The Man-o-Script, Sef en The Flexican. Voor dit nummer, ook daterend uit 2009, versterkten ze zich met Mehdi Chafi, beter bekend als Sjaak, die in 2008 het album Sjaakmat presenteerde. Zinnetje uit het lied: 'Dus pak je CJP, ik ben je VVV.'
CJP, dat is toch het Cultureel Jongeren Paspoort? Braafheid dreigt.

U kunt stemmen van woensdag 27 juli 12.00 tot zondagavond 23.00 uur.



Alles over

GESPONSORDE LINKS

PAROOL NIEUWSBRIEF

Elke middag gratis de hoogtepunten uit het nieuws in uw mailbox?

U kunt zich voor deze service van Het Parool opgeven via parool.nl/lunchnieuws.