Amsterdam Bewaar

IJburg II kan er toch snel komen

Tram 26 richting IJburg over de Heermabrug. Foto Floris Lok
Tram 26 richting IJburg over de Heermabrug. Foto Floris Lok © UNKNOWN

AMSTERDAM - De uitbreiding van IJburg, in de begroting voor dit jaar naar de prullenbak verwezen, lijkt toch door te gaan. Nieuwe berekeningen, die uitgaan van een duurzaam eilandenrijk, laten zien dat de stad het verlies van vierhonderd miljoen euro al in 25 jaar kan terugverdienen.

De groene ideeën van de in september door de gemeente aangetrokken duurzaamheidgoeroe William Mc­Do­nough moeten een oplossing bieden voor de gevreesde tekorten op de begroting. McDonough is grondlegger van het Cradle to Cradleprincipe. Bouwmaterialen zijn hierbij voor honderd procent herbruikbaar.

De verwachting van het Projectbureau IJburg is dat het terugverdienen het verwachte verlies van vierhonderd miljoen euro op de uitbreiding met McDonoughs oplossing niet vijftig, maar 25 jaar zal duren.

Vorige week legde McDonough de laatste hand aan zeven basisprincipes voor IJburg II. Het wordt aspirational, laat hij weten. ''Als je daar over een paar jaar loopt, zie je een zelfvoorzienende stad waarin alles met alles verbonden is. Net als in het bos kun je de wijk met de seizoenen mee van kleur zien veranderen. En net zoals bomen en planten voor fotosynthese zorgen, zal IJburg II zijn eigen energie opwekken. Die energie moet voor honderd procent  uit niet-fossiele bronnen komen.''

Dat betekent dat Centrum-, Midden-, Strand- en Buiteneiland niet zullen worden aangesloten op het warme koelwater van de Nuoncentrale in Diemen. Een deel hiervan wordt nu geloosd in het IJmeer, een ander deel gaat naar het Zeeburgereiland en het huidige IJburg.  McDonough: ''Bij de opwekking van elektriciteit in een centrale komt altijd CO2 vrij en CO2 hoort niet in de lucht, maar in de grond. Het water kan beter naar wijken die nog niet duurzaam zijn, zoals Noord.''

Wethouder Maarten van Poelgeest (GroenLinks) schat de kans dat de eerste woningen in 2013 zullen worden opgeleverd, op tachtig procent. ''Ze niet bouwen is geen optie, want met de negenduizend woningen van het eerste deel verdienen we investeringen in bijvoorbeeld de IJtram nooit terug. Je moet ook over de crisis heen durven kijken. De laatste woningen op het Buiteneiland zullen in 2019 worden opgeleverd. Dan is deze crisis voorbij.''

'Een duurzaam IJburg II loont'
Normaal gesproken zou het reden voor een feestje zijn: beginnen met een proefeiland voor de tweede fase van IJburg. Landaanwinning werd in 2004 door de Raad van State uit angst voor milieuschade verboden, maar ruim een maand geleden begon het werk geruisloos. Niet door zand op te spuiten, zoals gepland was, maar met slibschermen op de bodem. Die moeten land op het water veroveren zonder driehoeksmosselen te storen.

Niemand sloeg echter symbolisch een eerste paal in de grond, want vlak voor het begin van het werk doemde een onverwacht tekort op van 250 miljoen euro op de algemene reserve. Nu bijvoorbeeld verwacht wordt dat kantoren minder zullen opleveren, ziet de balans er somber uit. In de begroting voor 2010 wordt onder het kopje 'afstel van grote projecten' expliciet de aanleg van IJburg II genoemd.

Maar wethouder Maarten van Poelgeest denkt nu dat IJburg II de stad niet verder de rode cijfers in zal jagen. ''Als we het duurzaam doen, kan het juist geld opleveren.''

Om daar werk van te maken nam hij in september het Amsterdamse McDonough + Partners in de arm. Het bureau, in juli aan de KNSM-laan geopend, is de enige niet-Amerikaanse vestiging van de Amerikaan William McDonough. Hij ontwierp het Europese hoofdkwartier van Nike in Hilversum en was in januari ook betrokken bij het idee Almere buitendijks uit te breiden.

De Amerikaan zegt korte metten te maken met de Amsterdamse ambities in 2015 veertig procent van alle nieuwe woningen geheel en het restant voor de helft klimaatneutraal te bouwen. ''Dat redden we alleen al met isolatie. De innovaties gaan zo  snel. Je hebt nu bijvoorbeeld glas met een microfilmstrip dat zelf aanvoelt wanneer het warmte naar binnen of kou naar buiten moet laten ontsnappen. Dat isoleert net zo goed als muren.''

Voordat de Amerikaan zich verdiepte in IJburg II, onderzocht hij IJburg I op duurzaamheid. Dat viel wat tegen. Het onderdeel 'renewable production' scoorde, net als het hergebruik van water en het opvangen van biologisch afval, nul uit vier punten. Om de sprong te maken naar een zelfvoorzienend IJburg II laat Van Poelgeest daarom nu onderzoeken wat de gevolgen zijn van vijftig procent zelfbouw.

Het idee hierachter is dat mensen eerder voor duurzame oplossingen kiezen als ze zelf nadenken over hun woning. Tijdens de eerste fase van IJburg werd 'slechts' tien procent van de woningen door eigenaren ontwikkeld. Op Steigereiland leidde dit al tot successen. Tachtig procent van 'de zelfbouwers' koos voor koude-warmteopslag, een duurzame manier om energie in de bodem op te slaan. Als uit onderzoek blijkt dat vijftig procent haalbaar is, kan in Nederland alleen Almere Poort zich op dit vlak met IJburg II meten.

Van Poelgeest ziet weinig in subsidie voor wind- en zonne-energie en pleit liever voor een aandelenconstructie met gemeente en bouwers. ''Ik ga ervan uit dat duurzame woningen al over vijf jaar meer energie zullen opwekken dan ze verbruiken. Prima om daaraan mee te betalen, maar dan willen we er ook iets voor terug krijgen.''

Maar voordat een woning zichzelf terugverdient, moet erin geïnvesteerd worden. Dertienduizend euro is gemiddeld nodig om een woning klimaatneutraal te maken. Omdat niet iedereen dat kan betalen, spreekt het klimaatbureau met banken over duurzame hypotheken. Van Poelgeest: ''Dat bedrag kan in zeven jaar worden terugverdiend. Het zou zonde zijn die boot te missen. Als de banken meewerken, kunnen projecten in de hele stad  een impuls krijgen.'' (ALWIN KUIKEN)