Tenslotte: Janwillem van de Wetering (1931 - 2008)
Schrijver Janwillem van de Wetering, schepper van het politieduo Grijpstra & De Gier, had weinig vertrouwen in de mensheid, maar een zuurpruim was hij niet. Op zoek naar de zin van het leven streepte hij de inbreng van grote denkers als Sartre en Heidegger weg; uiteindelijk bood zijn eigen hoofdpersoon, Rinus de Gier, soelaas.
De Gier is onthecht, maar niet onverschillig. ''Hij heeft alleen twee maatpakken, een fiets, maar die wordt gestolen, en geen televisie. Eigenlijk heeft hij alleen zijn poezen, maar hij is totaal niet eenzaam,'' zei Van de Wetering in een portret dat de Boeddhistische Omroepstichting in 2004 uitzond. Daarin was te zien hoe Van de Wetering met zijn Colombiaanse vrouw Juanita en hondje Tilly woonde aan een meer in Maine (VS) in een Japans houten huis op een lap grond van twintig hectare.
Sinds Van de Wetering in de Tweede Wereldoorlog zijn joodse vriendjes weggevoerd zag worden in 'een beestenwagen', kon hij de levensles 'God is liefde' moeilijk geloven. En telkens als hij nadien Rotterdam binnenreed, kreeg hij astma van de nare herinneringen. ''En ik heb niet eens astma; kun je je voorstellen hoe verschrikkelijk ik het er vind.''
Grijpstra & De Gier debuteerden in 1975 in Het lijk in de Haarlemmer Houttuinen, dat later werd verfilmd met Rijk de Gooyer en Rutger Hauer. Het boek verscheen in Amerika in een vertaling van hemzelf.
Hij baseerde zich op zijn verleden als Amsterdamse politieman. Commissaris Gerard Toorenaar nam hem mee naar een autopsie - dat was goed voor de schrijver. ''Ze hadden die dag een Turkse heroïnehandelaar uit de gracht gehaald. Hij had er al een paar dagen in gelegen, dus het stonk vreselijk, maar gelukkig was ik verkouden. Eerst gingen ze met een cirkelzaag dwars door zijn schedel heen, het bloed spatte alle kanten op. Later haalden ze zijn darmen eruit, ook geen prettig gezicht, maar ik hield me groot en heb dat allemaal braaf bekeken. Pas later op de dag kreeg ik het te kwaad. Ik zat aan het diner bij Keijzer. Hoe ik het in mijn hoofd heb kunnen halen weet ik nog niet, maar ik had gestoofde paling besteld. Toen die werd geserveerd, was het net als of ik die darmen van die Turk op mijn bord kreeg.''
Kritiek op de eikenhouten formule van de Grijpstra & de Gierserie deerde hem niet. ''De enige keer dat die me echt raakte, was toen ik een brief van mijn zuster kreeg. Ze vond het maar niks wat ik deed en vroeg of ik niet onder pseudoniem kon publiceren. Nu werd zij ook aangekeken op die rotzooi van mij.''
Behalve misdaadromans schreef Van de Wetering over zijn verblijf in de jaren zestig in een boeddhistisch klooster in Japan. Ook Zen was het niet, concludeerde hij in 1993. ''Die Zenmeesters die rondrijden in dikke Mercedessen bevallen me ook niets. Zen is een gewone godsdienst geworden. Daar wil ik niks mee te maken hebben. Maar de filosofie blijft me boeien.''
Van de Wetering schreef ook verhalen met in de hoofdrol de Japanse politieman Saito en een biografie van Robert van Gulik, sinoloog en auteur van de in het oude China spelende Rechter Tie-detectives.
Na een onderbreking van acht jaar beleefden Grijpstra & De Gier in 1993 in Drijflijk een comeback. Van de Wetering zei toen over Grijpstra & De Gier: ''Ik zal ook nooit afstand van ze doen. Zo lang ik leef, blijven ook die twee bestaan.'' (ROB ROMBOUTS)