Censuur in China vist achter het net
17-08-09 09:48 uur
De Chinese overheid houdt nog altijd vast aan strakke beperkingen op de verspreiding van buitenlandse media. Foto EPA
PEKING - Honderden Chinezen zijn elke dag druk in de weer om de laatste edities van buitenlandse tijdschriften in het Chinees te vertalen. Zo omzeilen ze de censuur.
Vorige maand was de cover van het Britse weekblad The Economist gewijd aan 'Beijing's Nightmare'. Op het omslag stond een foto van een Oeigoerse moslima, die met gebalde vuisten tegenover Chinese soldaten staat. Dat was voor de autoriteiten in Peking reden deze editie van het tijdschrift te verbieden.
Soms is de censuur van buitenlandse tijdschriften minder radicaal, maar niet minder absurd. Dan worden alleen de pagina's die Peking onwelgevallig zijn eruit gescheurd of verlijmd. De officiële censuur bespaart zich geen enkele moeite.
Maar Shi Yi en zijn leger van driehonderd vrijwilligers weten de censuur te omzeilen. Sinds drie jaar vertaalt de groep, die 'bijeenkomt' op internet, alle artikelen uit The Economist in het Chinees. Ook het verhaal over de ethnische onrusten in het islamitische noordwesten van het land, die 'nachtmerrie van Peking'.
''Het kost ons hooguit vier dagen om een editie te vertalen,'' zegt Shi (39). ''Voor elk nummer zijn zo'n vijftig vrijwilligers aan het werk.'' De vertaalde stukken verschijnen direct op de internetsite ecocn.org/bbs, die inmiddels zeventigduizend geregistreerde bezoekers telt. Dat aantal groeit dagelijks met ruim honderd.
Shi: ''We vragen mensen zich te registreren, zodat ze ook de artikelen kunnen lezen over onderwerpen die de Chinese overheid omstreden vindt. Verhalen over Falun Gong, Tibet en het Plein van de Hemelse Vrede, bijvoorbeeld.''
Door die vertalingen achter een wachtwoord te verbergen, zijn ze minder snel te vinden door de automatische zoekmachines van de censuur. Het verkleint de kans dat de autoriteiten de site uit de lucht halen.
Shi begon de website als hobby. ''Twaalf jaar geleden heb ik in Londen gestudeerd. Daar heb ik The Economist leren kennen. Via de site wilde ik in contact komen met andere Chinese lezers van het blad.''
Sinds kort heeft hij de officiële toestemming van de uitgever van The Economist om de vertaalde stukken te publiceren. Zolang Shi er geen geld mee verdient, tenminste.
De Chinese overheid houdt nog altijd vast aan strakke beperkingen op de verspreiding van buitenlandse media. Vorige week werd Peking daarover nog op de vingers getikt door de Wereldhandelsorganisatie. Buitenlandse kranten en tijdschriften zijn maar op enkele plekken te krijgen, vooral in de dure hotels. Per jaar laat Peking ook slechts een handvol buitenlandse films toe in de bioscopen.
Op internet kunnen Chinezen echter steeds meer van het buitenlandse aanbod vinden, en steeds vaker in de eigen taal. Er is nooit één seconde van de serie Prison break uitgezonden op de Chinese televisie, maar toch is hoofdrolspeler Wentworth Miller één van de populairste acteurs in het land, dankzij de miljoenen Chinezen die ondertitelde afleveringen van de serie via internet bekijken.
Zodra een nieuwe aflevering op de Amerikaanse tv is vertoond, gaan groepen als die van Shi Yi aan het werk om het programma te voorzien van ondertiteling in het Chinees. Binnen een dag is de ondertitelde aflevering te vinden op onder meer het Chinese YouTube, youku.com.
Steeds meer entertainment en nieuws uit het buitenland bereiken zo Chinezen in hun eigen taal, buiten de blik van de staatscensuur. Wat Shi Yi doet met The Economist, doet een andere groep voor het Amerikaanse weekblad Time. De Britse krant The Guardian heeft een overeenkomst gesloten met de Chinese site yeeyan.com om zijn artikelen exclusief in het Chinees te mogen vertalen en publiceren.
''Misschien is het in de toekomst mogelijk een tijdschrift als The Economist in China te publiceren,'' zegt Shi. ''Tot die tijd gebruiken we onze vertalingen om meer begrip voor het Westen te kweken onder Chinezen en een brug te slaan tussen de culturen.'' (REMKO TANIS)