Opinie Bewaar

'De neiging om in het onderwijs meer te controleren, werkt verlammend'

De demonstrerende studenten en docenten aan de Universiteit van Amsterdam hebben iets aan de kaak gesteld dat veel breder leeft.
De demonstrerende studenten en docenten aan de Universiteit van Amsterdam hebben iets aan de kaak gesteld dat veel breder leeft. © ANP

De neiging om in het onderwijs, maar ook in de zorg steeds meer te controleren, werkt verlammend. Het kan ook anders, schrijft Marcel Wissenburg.

Hoe fijner het net is, hoe meer mazen er zijn

MARCEL WISSENBURG

Hoogleraar politieke theorie, Radboud Universiteit Nijmegen, lid curatorium van de Teldersstichting (wetenschappelijk bureau van de VVD)

De tot ver voorbij het absurde doorgevoerde systemen voor zogenaamde kwaliteitsborging zijn alles behalve uniek voor de universiteit. 'De' zorg - voor jongeren, bejaarden, zieken - klaagt sinds jaar en dag over eenzelfde juk. Maar, zoals scheidend president van de Rekenkamer Saskia Stuiveling laatst nog onderstreepte, eigenlijk heeft ieder die werkt in of met de publieke sector ruime ervaring met de verlammingsverschijnselen die surveiller et punir, controle en disciplinering, veroorzaken.

Conservatief
Het is opmerkelijk, maar niet verrassend, dat er nauwelijks harde cijfers zijn over de uren die aan kwaliteitsborging worden verspild. In de ogen van de vrienden van kwaliteitsborging is het allemaal productieve, inhoudelijke arbeid: onderwijsvoorbereiding of 'onderwijsgerelateerde activiteit' die in onderzoek naar tijdsbesteding dus niet verder gespecificeerd hoeft te worden. Desondanks: een op indirecte indicatoren gebaseerde schatting dat academici, en mutatis mutandis ook zorgers dertig procent van hun werktijd niet aan echt werk maar aan borging besteden, en dat daarbovenop nog een kwart van het niet-academisch personeel uitsluitend met borging bezig is, is vermoedelijk nog zeer conservatief.

ReThink bepleit minder controle en meer vertrouwen. Goed begrepen, hetzelfde advies gaf een werkgroep van de liberale Teldersstichting onlangs in het rapport Verantwoordelijkheid. In de plaats van verantwoording afleggen moeten verantwoordelijkheid nemen en verantwoordelijkheid (kunnen) dragen komen. Maar is dat wijs? En is het haalbaar?

Dood in de pot
Voor wie om de vrijheid en autonomie van de mens geeft, is de roep om ruimte voor verantwoordelijkheid en vertrouwen zeker wijs. Een leven geleid volgens regels en protocollen is het leven niet waard; het is ook de dood in de pot voor elke creativiteit, elk risico, elke dwarse denker, elke innovatie. Maar ja, het blijft publiek geld. De roep om controle is dan ook niet zo vreemd: het alternatief is utopisch vertrouwen op integriteit en zelfbeheersing.

Helaas is controle even verslavend en even schadelijk als heroïne. De instinctieve reactie op elk schandaal, op elk betrappen van een corrupte politicus of een frauderende wetenschapper, is roepen om meer en betere controle - waarmee minstens vier gigantische denkfouten worden gemaakt: (1) Het betrappen van schurken toont meestal aan dat bestaande controlemechanismen prima werken. (2) Meer controle voorkomt geen fouten, maar alleen procedurele missers. Fouten voorkom je juist door op tijd niet aan een automatisme of protocol toe te geven. (3) Meer controle leidt niet noodzakelijk tot het beter, laat staan oprechter, volgen van regels. Hoe fijner het net is, hoe meer mazen er zijn. (4) Controle draagt ook niet noodzakelijk bij aan de kwaliteit van een activiteit - hooguit aan de kwaliteit van de verslaglegging: vorm wint het van inhoud.

Controle-tsunami
Het enige antwoord dat we momenteel hebben op de toenemende resistentie van bacteriën tegen antibiotica is het omkeren van de behandellogica. Vroeger: bij het minste of geringste vermoeden van een infectie de patiënt volpompen met antibiotica. Nu: geen antibiotica tenzij als allerlaatste hulpmiddel. Precies dat is het enige recept tegen de controle-tsunami: geen controle, tenzij in uiterste nood.

Er is een veel eenvoudigere en efficiënteremanier om vertrouwen te geven aan, en toch greep te houden op, de integriteit van de zorg, onderwijs en wetenschap, het openbaar bestuur en de semipublieke sector. Dat alternatief heet openheid, oftewel transparantie. Wat minder retorisch en iets preciezer gezegd: vertrouwen kan weer ruimte krijgen wanneer controle door rapportage vooraf, achteraf en parallel aan werkzaamheden zoveel mogelijk wordt vervangen door de mogelijkheid van observatie, door burgers en collega's die meekijken over de schouder van de ambtsdrager zonder beslag op zijn of haar tijd te leggen.

Meeloopdag
Twee voorbeelden. In plaats van dagelijks tien registers in detail bij te houden, en die eens per week, maand, kwartaal en jaar naast week,- maand-, kwartaal- en jaarverslagen te leggen, kan een collega van een arts of verpleger - of een willekeurige burger - bij wijze van steekproef gewoon een dag meelopen en kijken of een zorger zijn werk goed doet.

En in plaats van elke drie jaar een hele opleiding op de pijnbank te leggen en af te rekenen op nietszeggende, slecht geoperationaliseerde 'kwaliteits'-criteria, kan een beoordeling door collega's en een visite (niet: visitatie) van studenten van elders tien keer meer doen voor de kwaliteit van het academisch onderwijs. Vertrouwen is goed, controle is niet beter, openheid is het best. Marcel Wissenburg Hoogleraar politieke theorie, Radboud Universiteit Nijmegen, lid curatorium van de Teldersstichting (wetenschappelijk bureau VVD).