Opinie Bewaar

'Bestuursvoorzitters zouden niet meer moeten verdienen dan hoogleraar'

Bestuursvoorzitter Louise Gunning poogt tijdens de bezetting van het Maagdenhuis, eerder deze maand, met studenten te communiceren.
Bestuursvoorzitter Louise Gunning poogt tijdens de bezetting van het Maagdenhuis, eerder deze maand, met studenten te communiceren. © Amaury Miller

Een nieuw college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam zal veel democratischer en opener moeten gaan werken, als voorbeeld voor de rest van het bestuur, schrijven Guy Geltner en Sanli Faez in een opiniestuk in Het Parool.

Guy Geltner

is hoogleraar middeleeuwse geschiedenis aan de UvA
Sanli Faez

is post-doc onderzoeker natuurkunde aan de Universiteit Leiden.

Het vertrek van Louise Gunning als voorzitter van het college van bestuur van de UvA is een goede stap die kan helpen het vertrouwen tussen studenten, docenten en het bestuur van de universiteit te herstellen.

Maar, hoe symbolisch haar ontslag ook moge zijn, Gunning kan niet in haar eentje de verantwoordelijkheid nemen voor alles wat er is gebeurd, noch is haar vertrek op zichzelf een complete remedie. De bestuurders van de UvA zijn over het algemeen ook academici. Maar ondanks hun achtergrond is de kloof tussen hen en de zogeheten werkvloer gegroeid, uitmondend in het tactloze optreden tijdens de recente crisis.

Afgezien van de persoonlijkheden van de bestuurders, kan de paternalistische verhouding verklaard worden door de manier waarop ze carrière hebben gemaakt en de samenstelling van hun werkomgeving. Om een nieuwe bestuurscrisis te voorkomen, moeten we dit ook overdenken. De weg omhoog in de universitaire hiërarchie is lang, waarbij sociale en bureaucratische vereisten mensen ertoe brengen zich aan te passen aan de bestuurscultuur.

Top-downsysteem
In het top-downsysteem dat de UvA recentelijk heeft overgenomen, worden zelfs de meest toegewijde academici gedwongen beslissingen te nemen waarmee ze hun gemeenschap een slechte dienst bewijzen, omdat ze alleen verantwoording afleggen aan hun directe superioren. Zeker als hun ambitie is de ladder verder te beklimmen in plaats van terug te keren op hun positie als wetenschapper.

Het ontwikkelen van nieuwe vormen van het afleggen van verantwoording is een van de belangrijkste opdrachten aan de commissie die onderzoek gaat doen naar de democratisering van de universiteit. Maar in de tussentijd kunnen we van de bestuurders al de naleving van bepaalde gedragsregels verwachten. Om er zeker van te zijn dat de universiteit zijn maatschappelijke rol vervult in het bevorderen van diversiteit en inclusiviteit, vragen we om roulerende managementposities. 

Afkoelingsperiodes
Carrièrepaden waarbij de afstand tussen management en de academische taken van onderwijs en onderzoek toeneemt, moeten worden ontmoedigd. Dat kan bereikt worden door 'afkoelingsperiodes' en het uitgangspunt dat decanen en andere bestuurders onderwijs blijven geven of onderzoek doen. Daarnaast moeten besluiten worden genomen in bredere kring, waarbij de belangen van de grootste, maar slechtst vertegenwoordigde delen van de universitaire gemeenschap worden betrokken.

Een bestuurder moet een dienaar van de universiteit zijn. Maar de verwijdering tussen bestuurders en de rest van de universiteit is in het verleden gestimuleerd door de exorbitante beloning van de leden van het college van bestuur. Ze zouden niet meer moeten verdienen dan een hoogleraar met vergelijkbare ervaring. (Op dit moment verdienen de bestuurders drie tot vier keer dat bedrag).

Formele bijeenkomst
Ook in andere opzichten moeten ze afzien van de parafernalia van managers uit het bedrijfsleven. Om een democratische cultuur te bevorderen moet het college van bestuur jaarlijks in een openbare vergadering verslag uitbrengen van zijn activiteiten. Die vergadering moet een bindende en formele bijeenkomst zijn waarin het vertrouwen in het college kan worden bevestigd of ingetrokken. We zien dit als een manier waarop leiderschap als voorbeeld kan dienen, waardoor hoogleraren, decanen en faculteitsbestuurders aangemoedigd worden regelmatig en direct feedback van hun omgeving te zoeken.

Last but not least: het vervangen van het college van bestuur is geen doel op zich, maar een middel om problemen op te lossen die tot ver buiten de UvA strekken. Een nieuw college moet de zorgen van de universitaire gemeenschap actief over het nationale voetlicht brengen en met andere Nederlandse universiteiten pleiten voor beleid waarin decentralisatie wordt bevorderd, de giftige trend van de scheiding van onderwijs en onderzoek wordt tegengegaan, het materiële en intellectuele welzijn van studenten wordt bevorderd en een vruchtbaar werkklimaat wordt geschapen voor alle leden van de universitaire gemeenschap. Alleen in zo'n omgeving kan de universiteit de hoogste kwaliteit van onderwijs beiden aan toekomstige generaties en de waarde van een kennisrijke samenleving bevorderen.

Deze voorstellen zijn ongetwijfeld onvoldoende om een democratisch en duurzaam academisch milieu te scheppen. Daarvoor is meer betrokkenheid nodig van studenten, docenten en de bestuurders nodig. Maar als de top van de universiteit een egalitaire en inclusieve bedrijfscultuur krijgt, is het minder waarschijnlijk dat er een gevoelloos bestuur komt dat de universiteit ziet en bestuurt als een bedrijf.

Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.