Hoe moeten we omgaan met robots die straks heel veel dingen beter kunnen dan mensen? vraagt Jan Popma zich af.
In de aanloop naar het Weekend van de Wetenschap organiseren de universiteiten een flink aantal bijeenkomsten met als thema: 'Help de robots komen!' Dat lijkt, door het ontbreken van een komma, een oproep om de opmars van de robot te bespoedigen. Dát de robots aan een opmars bezig zijn, is duidelijk. Industriële toepassingen, zoals las- en assemblagerobots, zijn al decennia gemeengoed. Perfect voor dull, dirty and dangerous werk. Bovendien zijn dergelijke industriële robots een oplossing voor het gebrek aan technisch personeel.
Maar er liggen ook kansen in de dienstensector. De zorgrobot, de serveerrobot, de wegwijsrobot, een hamburgerbakrobot die meer dan 360 hamburgers per uur kan flippen - ze bestaan allemaal al. Ze moeten alleen nog massaal de markt betreden.
Regelgeving
Dat in de Verenigde Staten onlangs nieuwe regelgeving voor collaborative robots is uitgevaardigd, brengt de opmars op de werkvloer een stap dichterbij. Ook op Europees niveau worden, met name op het gebied van machineveiligheid, de juridische belemmeringen voor samenwerking tussen mens en robot op de werkvloer goeddeels geslecht. Dus laat maar komen, die robots.
Ik denk echter dat het thema van de bijeenkomst wel een komma verdient: 'Help, de robots komen!' Waar de robot de dull, dirty and dangerous banen over kan nemen, is zo'n baan voor de meeste werknemers toch echt beter dan géén baan. Want dat is de dreiging op de achtergrond: de robots pikken onze banen in. Reeds op redelijk korte termijn verdwijnt volgens sommige somberaars de helft van de werkgelegenheid.
Het eerste signaal is het fenomeen baanloze groei: ook al groeit de economie, het aantal banen neemt nauwelijks toe. Volgens diverse onderzoekers komt dit door de opmars van de robot. De huidige stagnatie in de werkgelegenheid is echter nog maar het begin: binnen twintig jaar kan de helft van alle banen worden overgenomen door robots of andere intelligente systemen.
Volwaardige collega's
De opmars van de robot zal ook gevolgen hebben voor werknemers die wél blijven werken. In de Zweedse tv-serie Äkta Människor (Echte mensen) werken menselijke robots (hubots) als volwaardige collega's samen met 'echte mensen'.
Het lijkt sciencefiction, maar het is zeker niet ondenkbaar. De vraag is wat de gevolgen zijn voor de verhoudingen op de werkvloer. Wat betekent het dat je samenwerkt met een robot die sterker, onvermoeibaarder, goedkoper, en op termijn ook slimmer is dan mensen? Want dát robots (of andere artificieel intelligente systemen) de mens op termijn zullen overvleugelen, is een scenario waarmee serieus rekening moet worden gehouden. Dient een menselijke werknemer dan te gehoorzamen aan de opdrachten van een superintelligente robot? Wie is binnenkort de baas: mens of machine?
Daarnaast: robots hebben 'ogen' nodig om zich te oriënteren, maar die ogen kunnen ook dienen als camera. Dat roept zorgen op over privacy op de werkplek. Robots die in staat zijn tot gezichtsherkenning of leugendetectie: welke vragen zullen zij stellen aan de menselijke werknemer met een droeve uitstraling? 'Wordt het niet eens tijd voor een bezoekje aan de bedrijfsarts?' Goedbedoeld misschien, maar ook opdringerig. En wat komt de baas te weten? Wat als de baas zélf een robot is?
Bedreiging
Niet alleen de zin 'Help de robots komen!' is ambivalent, ook de opmars van de robot zelf. Het is typisch een voorbeeld van een zogeheten 'dual technology': een kans, maar ook een bedreiging.
Degenen die, vol vuur en vast met goede bedoelingen, de robot bij zijn opmars willen helpen, dienen zich rekenschap te geven van de maatschappelijke gevolgen. Samenwerking tussen hardcore robotonderzoekers en psychologen, juristen, ethici en andere humanware wetenschappers is een vereiste voor een zachte landing van de robot in de 21ste eeuw.
Op 2 oktober is in Crea een bijeenkomst rond het thema Robotica en de arbeidsmarkt.
Wil je reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.