Grote graaien gaat door ondanks crisis
23-09-08 11:17 uur
John Thain. Een typisch gevalletje krokodillentranen. Foto EPA/Jeff Zelevansky
John Thain, topman van Merrill Lynch, had moeite om zijn ogen droog te houden toen hij zijn ondergeschikten vorige week meedeelde dat hun illustere zakenbank was verkocht aan de Bank of America. Hij had op een andere afloop gehoopt toen hij nog geen jaar geleden de leiding kreeg over Merrill Lynch, zei de topman aangedaan. ''Ik heb gedaan wat ik kon.''
De rest van Amerika zal weinig begrip hebben voor de krokodillentranen van Wall Street. Thain hoeft zichzelf weinig zorgen te maken over 'de grootste financiële crisis sinds de jaren dertig'. De topman krijgt voor tien maanden werk, een periode waarin zijn bank naar de rand van de afgrond gleed, een vergoeding van 26 miljoen dollar (17,6 miljoen euro): vijftien miljoen in tekengeld en nog eens elf miljoen in opties.
Thain is daarmee nog bescheiden. Tweede man Thomas Montag werd pas twee maanden geleden aangetrokken door Merrill Lynch. Hij kreeg een tekengeld van 39,4 miljoen dollar (26,7 miljoen euro) en een compensatie voor het mislopen van opties bij zijn ex-werkgever Goldman Sachs van zo'n vijftig miljoen dollar (34 miljoen euro).
Dat geld mag hij gewoon houden. Hetzelfde geldt voor het derde lid van de leidinggevende trojka bij de aan lager wal geraakte zakenbank: Peter Kraus - in dienst sinds mei - krijgt voor zijn kortstondige bijdrage 95 miljoen dollar (64,5 miljoen euro).
Merrill Lynch is geen uitzondering. Zakenbank Lehman Brothers zorgt eveneens goed voor zijn werknemers - tenminste, een deel van hen. De tienduizend Amerikaanse personeelsleden mogen 2,5 miljard dollar (1,7 miljard euro) aan bonussen verdelen. De Britse bank Barclays, die voor 1,2 miljard euro het grootste deel van Lehmans Amerikaanse inboedel heeft opgekocht, wil met het geld voorkomen dat het belangrijkste financiële talent bij de bank wegloopt.
Het geld wordt betaald door Lehman zelf. Vlak voor de surseance haalde het Amerikaanse moederbedrijf acht miljard dollar van de Europese bankrekening van de Britse dochter. Barclays kan met dat geld nu goede sier maken.
Voor de Britse werknemers van Lehman Brothers zit daarentegen niets in het vat. Sterker, zij dreigen hun salaris over september niet eens te krijgen.
Berichten over de voortdurende excessen op Wall Street wakkeren bij veel Amerikanen de weerzin aan tegen het reddingsplan dat hun regering nu overweegt, waarbij circa zevenhonderd miljard dollar (490 miljard euro) in een noodfonds wordt gepompt.
'Cash for trash' luidt inmiddels de bijnaam van het plan, 'geld voor troep', maar volgens president Bush is de interventie nodig om te voorkomen dat de gewone Amerikanen lijden onder de crisis op Wall Street. ''Het prijskaartje is groot, maar het is ook een groot probleem,'' aldus Bush.
Het is de vraag of veel Amerikanen begrip hebben voor die uitleg. Zo'n 42 procent van de bevolking was eerder al tegen de 'nationalisering' van AIG, de grootste verzekeraar ter wereld die voor 85 miljard dollar in handen kwam van de overheid.
Het aantal tegenstanders zal alleen maar zijn opgelopen nu de kosten van alle reddingsplannen tezamen kunnen oplopen tot één triljoen, oftewel duizend miljard dollar.
De houding van Wall Street blijft ondertussen hooghartig. De Democratische meerderheid in het Amerikaanse Congres wil dat alle banken die gebruik maken van het reddingsplan de bonussen en vergoedingen van hun topmanagement naar beneden bijstellen, maar de financiële instellingen willen daar niet aan. Hun beste mensen zouden dan weglopen.
Minister van Financiën Henry Paulson verzet zich eveneens. ''Als we straffen gaan verbinden aan het plan zal het niet werken,'' aldus de minister, zelf een voormalige zakenbankier, ''Dan zullen de banken er geen gebruik van maken.'' (HET PAROOL)