Afwikkeling faillissement DSB kan jaren duren
19-10-09 11:57 uur
DEN HAAG - Het faillissement van DSB Bank is een feit. Maar depositospaarders, gedupeerden en schuldeisers moeten een lange adem hebben. De afwikkeling van het faillissement van de bank duurt volgens deskundigen vijf tot tien jaar.
De situatie is uiterst complex, omdat DSB Bank verbonden is met zoveel bedrijven en hobby's van Dirk Scheringa. Daarnaast loopt er een reeks aan juridische claims van advocaten, stichtingen en andere belanghebbenden die jaren in beslag kunnen nemen.
Hoe verloopt de afwikkeling van het faillissement van DSB precies?
De rechter verklaart de bank failliet en benoemt direct curatoren die belast zijn met de afwikkeling. Op het moment dat het faillissement is uitgesproken, gaat de depositogarantieregeling in. De Nederlandsche Bank (DNB) mag vanaf die tijd de rekeninghouders tot een bedrag van honderdduizend euro compenseren, het streven is dat de DSB-klanten voor Kerstmis hun spaargeld terug hebben. Voor het bedrag boven de honderdduizend euro komen de spaarders in de wachtrij van overige schuldeisers terecht, net als klanten met een achtergesteld deposito.
De eerste taak van de curatoren is de ontslagaanvraag bij uitkeringsinstantie UWV voor de kleine tweeduizend werknemers van DSB. Voor het ontslag geldt de wettelijke opzegtermijn, meestal zo'n zes weken. Dat betekent dat de werknemers deze termijn doorbetaald krijgen. Daarnaast hebben zij recht op het nog uitstaande vakantiegeld en eventuele vastgestelde periodieke uitkeringen. Anders dan bij een normale ontslagprocedure of reorganisatie krijgt het personeel bij een faillissement geen ontslagvergoeding.
Als het ontslag van het personeel is aangevraagd, gaan de curatoren aan de slag met de boedel. Zij maken een inventarisatie van alle bezittingen. Uitstaande hypotheken worden gebundeld en worden verkocht aan andere banken.
De boedelverkoop van een bank is bij een faillissement anders dan bij een gewoon bedrijf. Een gewoon bedrijf heeft de boedel vaak geleend, waardoor er bij verkoop vaak niet veel overblijft. Bij een bank is bezit ook werkelijk bezit, waardoor er veel meer geld overblijft. In het geval van DSB Bank ziet het er echter niet zo rooskleurig uit. De bank is onderdeel van het hele netwerk van de beheergroep van Dirk Scheringa, maar staat niet op zichzelf. De bank is verweven met allerlei onderdelen, van voetbalclub AZ en de schaatsploeg tot het museum van Scheringa en het pand waarin de bank huist .
Als de boedel, zoals hypotheken en ook het pand, is verkocht maken de curatoren de balans op en starten ze met de uitkering van het geld. Waarbij de gezamenlijke Nederlandse banken als eerste recht hebben op hun geld. Zij zijn schuldeiser, omdat zij de spaargarantie aan DSB-klanten hebben uitgekeerd. Daarna volgen achterstallige belasting en eventuele schuld aan werknemers. Als er nog geld rest, volgen de (achtergestelde) depositohouders en overige schuldeisers. (HET PAROOL)