Belangrijkste vragen over de AOW-leeftijd
Vicepremier Andre Rouvoet staat vrijdagmiddag in Den Haag de pers te woord over de verhoging van de AOW-leeftijd van 65 naar 67 jaar. Foto ANP
DEN HAAG - Het kabinet heeft besloten de AOW-leeftijd te verhogen naar 67 jaar. Wat betekent dit voor mensen met zware beroepen, ouderen die werkloos worden en mensen die toch eerder willen stoppen? De belangrijkste vragen op een rijtje gezet.
Wat is er nu precies besloten?De AOW-leeftijd gaat in twee stappen omhoog naar 67. In 2020 gaat de leeftijd naar 66; vijf jaar later, in 2025, naar 67 jaar. Dat betekent dat er niets verandert voor mensen die nu 55 zijn of ouder. Die kunnen gewoon op hun 65ste van de AOW gaan genieten. Wie jonger is moet ofwel doorwerken tot zijn 66ste (mensen die nu tussen de 50 en 55 zijn) of tot zijn 67ste (iedereen die op 1 januari 2010 jonger dan 50 is).
Komen er uitzonderingen?Ja. In 2020 kunnen mensen op hun 65ste van de AOW gaan genieten, mits ze de laatste 15 jaar van hun carrière gewerkt hebben. Daarna wordt die eis ieder jaar een jaar hoger, totdat het minimum aantal gewerkte jaren voor een AOW-uitkering op 65-jarige leeftijd in 2047 op 42 uitkomt.
Hoe moet je aantonen dat je hebt gewerkt, en zijn daar dan regels voor?Sinds 2005 wordt goed geregistreerd hoe lang mensen gewerkt hebben. Vandaar dat in 2020 eenvoudig te controleren valt of iemand de laatste 15 jaar van zijn carrière onafgebroken heeft gewerkt. Daarbij geldt een minimum van gemiddeld drie dagen per week. Wie minder dan drie dagen per week heeft gewerkt of een periode werkloos is geweest, krijgt niet de mogelijkheid om al op zijn 65ste AOW te ontvangen, ook geen lagere uitkering.
Wat kost eerder stoppen als de AOW-leeftijd eenmaal verhoogd is?Wie na 2020 toch op zijn 65ste AOW wil ontvangen, moet daarvoor fors inleveren. Een jaar eerder stoppen betekent een korting van de AOW-uitkering van 8 procent per jaar zolang de uitkering loopt. Mensen met lagere inkomens (minder dan anderhalf keer het minimumloon) leveren per jaar iets minder in als ze eerder stoppen, maar hoeveel is nog niet bekend. Iemand die na zijn 65ste nog twintig jaar leeft, levert over de hele looptijd dus 160 procent van een jaaruitkering in; voor een alleenstaande is dat ruim 19.000 euro. Wie, als de AOW-leeftijd eenmaal op 67 staat, toch op zijn 65ste wil stoppen, levert het dubbele, dus 16 procent in.
Wat gebeurt er met ouderen die hun 65ste niet werkend halen, maar die in de laatste fase van hun loopbaan in een uitkering zijn beland?Nu vallen die mensen nog in de IOW-regeling (Inkomensvoorziening voor Oudere Werklozen). Die behelst dat werklozen van 60 jaar en ouder na het aflopen van hun WW-rechten een bijstandsuitkering krijgen zonder dat er naar het inkomen van de partner of het eigen vermogen wordt gekeken. De IOW is een tijdelijke regeling die in 2016 afloopt. Volgens het PvdA-Tweede-Kamerlid Roos Vermeij, die nauw bij het AOW-overleg betrokken was, is afgesproken dat er na 2020 'een IOW-achtige regeling' komt voor mensen die op hun 65ste niet meer (kunnen) werken. Die krijgen dan tussen hun 65ste en het moment waarop ze recht hebben op AOW 'een uitkering rond AOW-niveau'.
Wat gebeurt er om mensen met zware beroepen te ontzien?Werkgevers moeten er in de toekomst voor zorgen dat mensen met zware beroepen na uiterlijk 30 jaar de kans krijgen om minder zwaar werk te gaan doen om te voorkomen dat ze al ver voor de pensioendatum versleten zijn. Als de werkgever zo'n aanbod niet doet, zijn de kosten voor de werkgever als de werknemer door gezondheidsklachten eerder met werken moet stoppen. Minister Donner zei gisteren te denken aan 'een levensloopachtige regeling' voor mensen met zware beroepen, maar laat de uitwerking over aan werkgevers en werknemers.
Volgens cijfers van het UWV lopen mensen die werken in de catering, de horeca, de visserij en de koopvaardij, stukadoors, dakdekkers, en slagers de grootste kans om arbeidsongeschikt te raken. (GPD)
16-10-09 20:47