*

parool.nl
Amsterdam,  
parool.nl op je mobiel Word vriend van Het Parool op Facebook

Dirks poldersprookje spat uiteen

13-10-09   11:16 uur
De meeste mensen kennen Dirk Scheringa Beheer (DSB) van reclamespotjes waarin een lening wordt aangeboden. Foto ANP
update
Dirk Scheringa en zijn echtgenote Baukje. Foto GPD
Dirk Scheringa en zijn echtgenote Baukje. Foto GPD
Dirk Scheringa zag zijn bank in een paar weken teloorgaan. Ondergang van een poldertycoon.

Het blijft lastig hem te zien als de man die 's avonds laat handenwrijvend de kist met gouden munten onder het bed vandaan trekt, om er vergenoegd mee te spelen. De daarbij passende gezichtsuitdrukking, men denke Scrooge, is nauwelijks op hem te projecteren. Dirk, met het glimlachje bevroren in de mondhoeken, is eerder de licht naïeve polderjongen die het hem toch maar geflikt heeft.

''Misschien leef ik elke dag wel in een droomwereld,'' zei hij in februari in KRO's Profiel. Dat leek ook maandag nog het geval. Softspoken en uiterlijk onveranderd maakte hij zich voor de camera boos over een lek dat in enkele uren de hoogstwaarschijnlijke val van het DSB-imperium inluidde. Maar tot dat besef was Scheringa op dat moment beslist nog niet gekomen. Heeft de man die, met twee jaar mulo, als meest irritante adverteerder een miljardenbedrijf wist op te bouwen te lang op zijn droomwolk gezeten?

Op de 97ste plaats in de Quote 500, CEO van het jaar, een privévliegtuig, een eigen voetbalclub, een eigen museum met 1200 werken en een Jan-Peter die, nog in mei van dit jaar, tegen hem zegt: ''Dirk, je speelt een geweldige rol in de financiële sector. Je bent een van ons, we zijn trots op je.''

Dan is het een ruw ontwaken als je hele levenswerk binnen een dag wordt overgenomen door curatoren van De Nederlandsche Bank en jij zelf niets meer te zeggen hebt binnen het bedrijf.

Dat inzicht druppelde maar heel langzaam binnen bij Dirk Scheringa, die dacht de problemen van zijn bank te hebben getackeld met een paar honderd individuele schaderegelingen met wat lastige klanten. Zo'n Pieter Lakeman, met zijn oproep om alle tegoeden bij de DSB-bank weg te halen, wat zou zo'n man nou kunnen bewegen? De harde landing kwam vermoedelijk pas maandagavond, in de beslotenheid van zijn West-Friese stolpboerderij, waar zijn gebreide sokken altijd klaar liggen, zoals iedereen weet.

In de tot voor kort zorgvuldig georkestreerde publiciteit rond zijn eigen persoon is hij er altijd in geslaagd naar voren te komen als een jongen die zo gewoon gebleven is. Elke veertien dagen kaarten en een biertje met zijn oude vrienden, al dertig jaar, 's avonds om zes uur aan de warme hap, daarna even bij zijn schapen kijken, niet te laat naar bed in zijn nachthemd en hard werken, altijd maar hard werken. Hij is zich naar eigen zeggen niet bewust van zijn beeldvorming - zou best eens waar kunnen zijn - en ja, dat andere mensen hem anders zijn gaan bekijken, daar kan hij weinig aan doen.

Zijn 400.000 klanten zullen er inmiddels anders over denken, maar een zekere naturel kleeft onmiskenbaar aan hem. Als bankier - een kleine speler, maar toch - hees hij zich in die diepblauwe pakken met krijtstreep, die ongetwijfeld van de betere kleermaker afkomstig zijn, maar hem nooit als gegoten hebben gezeten. Zijn motoriek is er ook niet geschikt voor; hij voelt zich zichtbaar prettiger in een windjack of een boerenkiel.

Lange tijd was hij ook daarom 'een van ons', zoals Balkenende gevaarlijk laat nog durfde te zeggen, zeker in Noord-Holland. Het was ook een mooi sprookje: een vroegere wachtmeester van de Rijkspolitie, zoon van een kaasmaker, die van zijn hobby, belastingformulieren invullen, zijn werk maakt vanuit een onooglijke hoekwoning in Spanbroek, zichzelf twintig, dertig jaar later terugvindt in een antroposofische burcht in Wognum en neerziet op zestienhonderd medewerkers. Geen wonder dat hij in februari nog dacht dat zijn bank in omvang makkelijk zou kunnen vertwee- of verdrievoudigen; van de kredietcrisis had hij 'helemaal geen last'.

Het was dan ook niet die crisis die zijn vleugels in de zon deed smelten, maar de iets te kiene manier waarop DSB en al die dochters geld wisten te slaan uit ogenschijnlijk goedkope aanbiedingen. De bank heeft altijd gezegd dat negentig procent van de aanvragen terzijde werd geschoven, vanzelfsprekend om de mensen in kwestie niet in de moeilijkheden te brengen, maar die tien procent was nog steeds onderkant van de markt. Als je die het vel over de oren trekt, hoe glimlachend en goedmoedig ook, breng je het sprookje in gevaar. En je eigen droomwereld. (ALBERT DE LANGE)



gerelateerde artikelen

Alles over

Volg Het Parool op Twitter
shop

GESPONSORDE LINKS

PAROOL LUNCHNIEUWS

Elke middag gratis de hoogtepunten uit het nieuws in uw mailbox?

U kunt zich voor deze service van Het Parool opgeven via parool.nl/lunchnieuws.
acap enabled   © Het Parool