'Verhoging van AOW-leeftijd heeft geen zin'
19-06-09 11:30 uur
Minister Piet Hein Donner van Sociale Zaken wil de AOW-leeftijd verhogen tot 67 jaar om, onder meer, de vergrijzing het hoofd te bieden en de overheidsschuld terug te brengen. Foto ANP
AMSTERDAM - Het verhogen van de AOW-leeftijd naar 67 jaar is geen oplossing voor de economische crisis. Veel ouderen hebben te veel gebreken om langer door te kunnen werken.
Dit stelt Dorly Deeg, hoogleraar epidemiologie van de veroudering aan de Vrije Universiteit. Zij doet onderzoek naar het dagelijks functioneren van ouderen vanaf 55 jaar. Vandaag ontvangt zij hiervoor een wetenschappelijke prijs ter waarde van vijfduizend euro.
Minister Piet Hein Donner van Sociale Zaken wil de AOW-leeftijd verhogen tot 67 jaar om, onder meer, de vergrijzing het hoofd te bieden en de overheidsschuld terug te brengen. Die staatsschuld loopt verder op door de economische crisis.
Uitgangspunt voor dit voorstel is dat ouderen langer leven en gezond blijven dan in 1957, toen de AOW-leeftijd is vastgesteld op 65. Als ouderen vandaag de dag doorwerken tot hun 67ste hebben ze nog voldoende mooie pensioenjaren voor de boeg. Dit klopt niet, stelt Deeg. Mensen leven weliswaar langer, maar niet omdat ze gezonder zijn dan vroeger. ''Mensen kunnen nu langer blijven leven met een chronische ziekte,'' zegt de VU-hoogleraar.
Het aantal gebreken waarmee 55-plussers kampen daalt niet. Doordat ze langer leven, neemt het aantal zieken in deze leeftijdsgroep toe. Gemiddeld genomen zijn mensen in de leeftijdsgroep 55 tot 65 hierdoor minder sterk dan, pak hem beet, twintig jaar geleden.
Deze mensen kunnen dus niet zonder meer langer doorwerken. ''Velen kampen met beperkingen in hun dagelijkse handelingen, zoals lopen. Zij haken af op de arbeidsmarkt.''
Volgens Deeg heeft één op de zeven 55-plussers een beperking. Onder laagopgeleiden ligt dat nog hoger, ongeveer één op de vijf. Zij hebben zwaarder werk verricht of hebben onder minder gunstige omstandigheden geleefd.
Beleidsmakers, zelf veelal hoogopgeleid, redeneren vanuit hun eigen standpunt en hebben te weinig oog voor de gebreken bij mensen die een lagere opleiding hebben genoten.
''De grote meerderheid van laagopgeleide 55-plussers gaat liever eerder dan later met pensioen,'' aldus Deeg. Dat geldt overigens niet alleen voor laagopgeleiden. ''Laatst kreeg ik een mailtje van een docent die ook toe was aan zijn pensioen. Leraren oefenen eveneens een beroep uit waarbij ze eerder zijn opgebrand.'' (MICHIEL COUZY)