Zwarte Maandag voor General Motors
02-06-09 11:15 uur
Het was Zwarte Maandag voor de 92.000 Amerikaanse werknemers van General Motors, de autogigant die nu 'Government Motors' wordt genoemd. Het bedrijf dat in 1980 nog een marktaandeel van 45 procent had in de VS, is in surseance.
Alleen een kapitaalinjectie van in totaal vijftig miljard dollar gemeenschapsgeld maakt het mogelijk dat een drastisch afgeslankt, 'nieuw GM' over een paar maanden een doorstart kan maken met de staat als meerderheidsaandeelhouder. Zo'n 21.000 werknemers verliezen hun baan, bijna de helft van alle 6200 dealers in Amerika verdwijnt.
De stemming gisteren bij een autodealer iets buiten Washington was illustratief voor de rest van het land: er was geen klant te bekennen. Autoverkopers hingen gedeprimeerd onderuit op hun stoelen. Wie wil er nu nog een Chevrolet, Cadillac, Buick, Pontiac of GMC kopen? In de showroom bleef iedereen het antwoord op die vraag schuldig. Het merk Pontiac bestaat straks niet eens meer, andere GM-merken als Saturn, Hummer en Saab wacht hoogstwaarschijnlijk hetzelfde lot.
De ondergang van GM maakte Amerika nostalgisch. ''Dit is niet zomaar een bedrijf,'' zei president Obama gisteren. ''Dit is GM.'' Hele steden en dorpen kwamen op de kaart te staan dankzij de fabrieken waar 'dé Amerikaan' van de band rolde: grote, krachtige, luxe auto's.
Miljoenen arbeiders klommen op tot de middenklasse dankzij de riante arbeidsvoorwaarden bij GM en de bestuurders van het bedrijf waanden zich ongekroonde koningen. ''Wat goed is voor GM, is goed voor Amerika,'' luidde het adagium in Detroit.
Maar zelfvertrouwen was in Detroit omgeslagen in zelfgenoegzaamheid. De kwaliteit holde achteruit in de jaren tachtig en negentig en Amerikaanse consumenten keerden het bedrijf massaal de rug toe. In 2008 was het marktaandeel van GM nog slechts 22 procent, terwijl de totale autoverkopen door de crisis met veertig procent daalden. Ondertussen moest GM onverminderd opdraaien voor de pensioen- en ziektekosten van de miljoenen arbeiders de sinds de hoogtijdagen zijn afgezwaaid.
In het dagelijkse leven viel er niets meer te merken van trots op het bedrijf. Zelfs de autoverhuurbedrijven in Detroit stapten over op Japanse merken. Een buitenlander die een Chevrolet wilde kopen, werd ontmoedigd door zijn bezorgde buren: ''Zou je dat nu wel doen?''
De vraag is of de Amerikaanse producent een tweede kans krijgt van de consument.
GM schrok in het verleden terug voor surseance van betaling, omdat de imagoschade te groot zou zijn. De regering kan alleen maar hopen dat die angst nu ongegrond blijkt. Het bedrijf moet zich ook nog eens gaan richten op kleinere en zuinigere auto's, een marktsegment waar het 'oude GM' telkens weer faalde. (FRANK HENDRICKX)