Debutant Henk van Straten schreef met 'Ik ben de regen' een geestige roman over een privédetective die niet voor zijn zoon kan zorgen. Met een autobiografisch tintje.

Hij neemt een slok van zijn Duvel. Om de randjes van de kater te drinken. ''Gisteren was de presentatie. Mijn vader bleef slapen, en die had me een fles whisky cadeau gedaan. Nee, de dop bleef er niet op.''

Henk van Straten. Eindhovenaar. Debutant uit 1980. De man die het woord huispak in zijn roman verwerkte. Het lelijkste woord dat er bestaat. Hulde! Hij schreef met Ik ben de regen verreweg het leukste en meest leesbare debuut sinds tijden. Over een cynische privédetective met én een drankprobleem, én een ex-vrouw, én een zoontje. Met verder een norse barman, een hotel, een femme fatale, veel regen, een verdwenen iemand, en een buurman die als een soort Watson de speurneus assisteert.

Inderdaad, de clichématige structuur van een hardboiled detectiveverhaal steekt opzichtig door Ik ben de regen heen. Maar de roman is zo geestig, dat dat niet hindert. ''Ik wist nog voor ik een verhaal had verzonnen, dat de roman die mal zou krijgen. Gevoel, want het is niet eens een genre waar ik heel gek op ben. Ik heb me eerder laten inspireren door de absurde, grappige detectives van Kinky Friedman, en door de roman Pulp van Bukowski.''

Toch is Ik ben de regen niet alleen een detective. Dat komt door de rol van Gijs, het acht maanden oude zoontje van hoofdpersoon Chris Hoop en zijn ex, Lisa. Die verhaallijn tilt de vertelling boven het pure amusement uit, en geeft de roman een andere lading. Hoop moet de vrouw van een man terugvinden, en ook de parelketting van zijn opdrachtgeefster. Dat loopt vaak spaak doordat hij tussendoor voor zijn zoontje moet zorgen. Wat ook niet goed gaat, omdat Chris niet van de drank kan afblijven en voortdurend rouwt om zijn stukgelopen relatie met Lisa.

''Ik wilde de absurde, slapstickachtige scènes afwisselen met ontroerende stukken. Dat was pittig om te schrijven, want de lezer moet dat wel toelaten.'' Dat lukt, tussen het bijna volstrekt ongeloofwaardige, uit de bocht gierende verhaal met veel bloed en lijken, is die lijn een welkome afwisseling. De rust die een dergelijk verhaal nodig heeft. Misschien is het daarom dat Van Straten die, zo lijkt het, een mannenboek schreef, veel complimenten krijgt van lezeressen.

Een grote rol is weggelegd voor de dikke, met tatoeages volgekliederde bovenbuurman. Dave Mulsich heet hij, een knipoog naar de Nederlandse literatuur. Een wereld die vreemd is voor Henk van Straten. ''Ik las vroeger nooit, was een ontzettende puber. Ik heb geen opleiding afgemaakt en was alleen met muziek bezig. Ik zong in Maypole, een hardcore punkband. Met een busje door Europa toeren, dat was wat ik wilde. Maar ja, op een gegeven moment wisten wij ook dat wij het niet zouden worden, en zijn we gestopt. Toen had ik geen doel meer, al klinkt dat pathetisch. De passie ontbrak, en ik wist verder totaal niet wat ik verder wilde.''

Tot hij begon met schrijven. Hij was al in aanraking met literatuur gekomen, zei het pas op zijn twintigste. Van zijn moeder kreeg hij een dichtbundel van Bukowski, de man die met lef en onverbloemd over zuipen en neuken schreef. De schellen vielen hem van de ogen. Dat er ook zo literatuur gemaakt kon worden! Die stem, dat cynisme.

''Dat zo iemand, een schrijver, zei dat hij moest kotsen van Tolstoi. Geweldig! Ik ben toen zelf gaan schrijven. Heb schaamteloos Bukowski gekopieerd. In het Engels. Ben lang in het Engels blijven schrijven, omdat het me in het Nederlands niet lukte. Die stijl van schrijven kreeg ik niet vertaald. Deed ik dat wel, dan leek het of ik een script voor Sesamstraat aan het schrijven was.''

Hij was naïef, zegt hij nu. Dacht dat hij met het succes van zijn eerste roman zijn baan zou kunnen opzeggen, en lekker hele dagen zou kunnen gaan schrijven. ''Wist ik veel hoe het allemaal werkt. Dat romantische idee ben ik nu wel kwijt. Maar niet de ambitie. Ik heb nu iets gevonden dat ik het liefste doe. Heb een geweldige drang, ben op de helft van mijn tweede roman. Eindelijk weet ik wat ik goed kan, voordien ging ik vrij nihilistisch door het leven. Nu lijkt het erop dat ik een carrièrejager ben. Maar ik blijf vier dagen bij cultureel centrum de Effenaar werken, waar ik bedrijfsleider en horecaplanner ben.''

Henk van Straten is, en dat is de debutant niet vreemd, in zijn eerste roman dicht bij zichzelf gebleven. De neuroses van de hoofdpersoon zijn die van hem. Op zijn wesite staat: 'Ik ben licht tot middelmatig neurotisch te noemen, en ook nog enigszins paranoïde.' Na een laatste slok Duvel zegt hij: ''Ik heb ook, net als Chris Hoop, de dwang om inktzwarte scenario's te verzinnen waarin het door mijn toedoen akelig afloopt met mijn zoontje. Soms verbeeld ik me dat ik mijn zoontje in een klikobak gooi en dat ik daar heel erg hard om moet huilen. Ik kan me ook al druk maken over het lawaai dat mijn buren nog moeten gaan maken. Nu, deze periode waarin ik druk ben met het promoten van mijn boek, schrijf ik weinig, en ben ik voortdurend bang dat ik het kwijtraak. Als het leven even van de geplande paden afwijkt, als ik merk dat ik niet twee keer per week kan sporten bijvoorbeeld, raak ik al in de war.''

Maar zo helder was Henk van Straten, die in het Amsterdamse eetcafé een rustige indruk maakt, wel, dat hij iets verzon om zijn roman onder de aandacht te brengen. Samen met zijn uitgever bood hij de kans om, middels een veiling op ebay, te figureren in Ik ben de regen. Voor 946 euro staat iemand met naam en toenaam in de roman. Aan de lezer te raden om welk personage het gaat.

''Ik heb mijn oude, aftandse Panda, die ook in de roman voorkomt, naar de sloop gebracht. Voor het geld van de veiling, en nog wat erbij, rijd ik nu in een Citroën ZX uit 1998. Dat heb ik in ieder geval al aan het schrijven overgehouden.'' (MAARTEN MOLL)

Henk van Straten: Ik ben de regen
Lebowski, 16,90