*

parool.nl
Amsterdam,  
Parool.nl mobiel Word vriend van Het Parool op Facebook

Erik Vlaminck - Suikerspin

11-09-08   09:50 uur
In Suikerspin ontrafelt Erik Vlaminck (1954) de duistere familiegeschiedenis van Arthur van Hooylandt, 'kermisnijveraar van geboorte en van beroep'. De roman is opgebouwd als een brokkelige reconstructie. Getuigenverklaringen, brieven, oude documenten, e-mails en opgetekende gesprekken wisselen elkaar af. Het blijkt te gaan om een kwestie die zich in 1918 heeft afgespeeld rond 'de juffrouwen Froidecoeur', een Siamese tweeling. Joséphine en Anastasia werden destijds op kermissen tentoongesteld door Jean-Baptist van Hooylandt, uitbater van een rariteitenkabinet. Hij was de grootvader van Arthur. De vraag waar het in Suikerspin om draait, is welke rol deze Jean-Baptist heeft gespeeld in hun mysterieuze dood.

Bijna een eeuw later ontmoeten we Arthur, een bittere vijftiger die als kermiskramer in de voetsporen van zijn grootvader en vader is getreden. Het zit hem niet mee. De attributen van zijn kindermolen - paarden, autootjes, vliegtuigjes - zijn onlangs geroofd door criminelen. Sindsdien gaat het bergafwaarts met hem. Van zijn verwende vrouw is hij allang gescheiden; zijn goeiige zoon Tony heeft voor het leraarschap gekozen - hij zal dus wel homo zijn - en leeft samen met een 'geschminkte Hollandse bandietenhoer'. Arthur heeft een doorgeladen geweer klaarstaan en leeft teruggetrokken in een gekraakte hangar. Daar laat hij de kale molen als vanouds rondjes draaien.

Intussen schieten zijn gedachten alle kanten uit. Als een Vlaamse Houellebecq kankert Arthur op de wereld die naar de kloten gaat; op de mensen, en in het bijzonder op de vrouwen: 'Met het geld dat ze uitgeven aan crème en poeder om over hun lijf te smeren zouden alle negers van Afrika en van de ruime omstreken van de hongersnood gered kunnen worden. En met het geld dat ze uitgeven aan flessen parfum zouden die negers dan ook nog kunnen leren lezen en schrijven.'

Dan meldt zich op een dag een schrijver bij zijn molen; de man is op zoek naar informatie over Arthurs beruchte grootvader, Jean-Baptist, die in verband wordt gebracht met de dood van een Siamese tweeling. Stukje bij beetje wordt de huiveringwekkende geschiedenis met Anastasia en Joséphine opgedregd. Vlaminck duikt in de schimmige wereld die zo'n honderd jaar geleden schuilging achter felgekleurde kermisfaçades. Koppen van Jut, fenomenenbarakken en carrousels. Het is een wereld waarin het daglicht nauwelijks doordingt. Geweld, afpersing, bedrog, seksueel misbruik, uitbuiting, stank en hoererij - Vlaminck beschrijft het meesterlijk; de frituurwalm en de pisgeur slaan je vanaf de pagina's in het gezicht.

In Suikerspin krijgen alle betrokkenen uit heden en verleden een stem: niet alleen de lotgevallen van Arthur en zijn zoon Tony worden uit de doeken gedaan, ook de levensverhalen van de tweeling en hun baas worden opgetekend. We gaan terug naar het allereerste begin, toen Jean-Baptist door zijn ouders werd meegestuurd met een hardvochtige kermisnijveraar. We zijn erbij als hij furore maakt met zijn eerste fenomeen, nota bene zijn eigen zwakzinnige broertje. Ingesmeerd met een zwart goedje zit de jongen brullend in een bak met water - 'het zeemonster' is geboren. Na een dwerg ('De kleinste mensch op aarde') en een baardvrouw legt Jean-Baptist de hand op Joséphine en Anastasia.

Uren liggen de meisjes, weggemoffeld achter een tentdoek, te wachten op een volgend 'optreden'. Joséphine is helder en aanspreekbaar, terwijl haar dwaze wederhelft Anastasia niets doet dan grommen en kwijlen. Het toegestroomde publiek vergaapt zich aan de aan elkaar gegroeide zusjes. Hun mensonterende bestaan, de kou die ze lijden, de pijn in hun scheefgegroeide schouders, de machteloosheid en de schaamte - het is van een ontstellende droefenis.

Over de dood van de Siamese tweeling is in de familie Van Hooylandt al die jaren hardnekkig gezwegen, maar ongemerkt heeft de affaire diepe sporen achtergelaten bij het nageslacht van Jean-Baptist. Pas op de laatste pagina's komt de waarheid boven tafel - en de schok dreunt nog lang na.

Eén van de levenswijsheden van Jean-Baptist was: 'Ge moogt een fenomeen nooit in de ogen kijken.' In Suikerspin doet Erik Vlaminck dat wel, en het levert een beeldschone roman op. (KARIN OVERMARS)

Erik Vlaminck - Suikerspin
Wereldbibliotheek, 16,50.


Alles over

GESPONSORDE LINKS



PAROOL LUNCHNIEUWS

Elke middag gratis de hoogtepunten uit het nieuws in uw mailbox?

U kunt zich voor deze service van Het Parool opgeven via parool.nl/lunchnieuws.
acap enabled   © Het Parool