Van alle illusies beroofd
30-07-08 14:38 uur
Erich Maria Remarque: Drie kameraden
Vertaald door Nico Rost,
Vorroux, 24,00 euro
Door financiële nood gedreven schreef oud-frontsoldaat Erich Maria Remarque Im Westen nichts Neues (1929). Het werd een wereldwijd succes en groeide uit tot één van de indrukwekkendste antioorlogsromans ooit. Maar de Duitser schreef meer, waaronder Drie kameraden. Er is nu een nieuwe uitgave van dit grootse boek over onvoorwaardelijke vriendschap en een tragische liefde.
Erich Maria Remarque (1898-1970) schreef Drie kameraden eind jaren dertig in de Verenigde Staten, nadat hij was gevlucht voor de nazi's, die zijn boeken op de brandstapel hadden gegooid en hem zijn Duitse staatsburgerschap hadden ontnomen. Hij was wereldberoemd, maar in Hitler-Duitsland een gehaat man vanwege zijn Im Westen nichts Neues, over de gruwelijke loopgravenoorlog van 1914-1918.
Drie kameraden is een heel ander boek, dat niettemin raakvlakken heeft met zijn klassieker. De roman speelt eind jaren twintig in Berlijn. De wereld is vol crises, dreiging, werkloosheid, geweld en armoede. Drie voormalige frontsoldaten blijven elkaar na de oorlog door dik en dun steunen en gaan daar in hun opofferingsgezindheid heel ver in. De drinkebroers runnen een autowerkplaats en kunnen geweldige sloten drank verstouwen om de zinnen te verzetten en aan de misère te ontsnappen. Als de zaken slecht gaan, werkt verteller Robert Lohkamp (Robby), gewezen student filosofie, als taxichauffeur en barpianist. De oorlogservaringen, waardoor de drie kameraden zijn gevormd, komen terloops ter sprake. Tegen het einde van het boek wordt het politieke straatrumoer beschreven als onheilspellende voorbode van wat Duitsland en de wereld te wachten staan.
De kameraden, beroofd van elke illusie, hebben een ronduit cynische kijk op de mens, of zoals Lohkamps hospita het verwoordt: "Jullie jonge mensen van tegenwoordig zijn toch rare lui. Jullie haten het verleden, verachten het heden, en de toekomst kan jullie niet schelen. Dat kan toch nooit goed aflopen?"
Voor Remarque is de wereld een hel, de mens dodelijk eenzaam voor wie elke dag de strijd om het bestaan opnieuw begint. Maar tegenover die gitzwarte visie zet hij een humanisme van onvoorwaardelijke kameraadschap en liefde.
Remarque is een rasverteller, en daarin herken je de hand van de reclameschrijver en sportverslaggever, twee van de vele ambachten die hij uitoefende. Hij is sterk in dialogen en vertelt op bijna laconieke toon en goed gedoseerd. Dat geldt ook voor zijn voorkeur voor ouderwets lyrische, heldere (natuur)beschrijvingen, die voor aangename variatie zorgen en iets zeggen over de gemoedstoestand van de verteller: "De maan boezemde me angst in. Hij maakte van het kale vertrek een gondel met zwevend licht. Ik was bang dat ik weg zou vliegen. Ik stond dus op om naar de bar te gaan."
Op elke bladzijde is wel een treffende aforistische zin te vinden: 'We leven nu in een wanhopige tijd en dan is humor de enige behoorlijke houding.' "Best mogelijk," antwoordde ik, "maar niet iedere clown heeft humor".' En: 'Wie aan het front geweest is, weet alles en wie alles weet, is oud.'
Drie kameraden is echter méér dan een boek over kameraadschap. Het gaat ook over de tragische liefde van Lohkamp voor de mondaine Patrice (Pat), een ongepolijste schoonheid, die aan tuberculose lijdt. Die passie wordt niet zonder een vleugje kitsch en pathos beschreven, iets waarvan Im Westen nichts Neues evenmin gevrijwaard is.
Daarom gold Remarque vermoedelijk lange tijd wel als een belangrijk, maar niet als groot schrijver. Hij weet in zijn sentiment soms geen maat te houden. Maar iemand die meer dan zeshonderd bladzijden lang weet te boeien, ben je bereid veel te vergeven. Raakt Im Westen nichts Neues als geen ander (anti)oorlogsboek je recht in het hart, je moet wel een hart van steen hebben om onverschillig te blijven voor het tragische liefdesverhaal in Drie kameraden. (NICO DE BOER)