Herkenbaar. Ik had niet gedacht dat ik dit woord ooit in een recensie zou gebruiken, want herkenbaarheid is nu niet direct een literair criterium. Maar de stukken die in de nieuwe roman van Herman Koch, Het diner getiteld, in een aanstellerig restaurant spelen - en eerlijk gezegd komen we het hele boek dat restaurant nauwelijks uit - zijn inderdaad bijzonder herkenbaar.

Koch brengt er vier personen aan één tafel: een beroemde Nederlandse politicus, zijn vrouw, de broer van de beroemde Nederlandse politicus - hij vertelt het verhaal - en zíjn vrouw. Ze hebben iets te bespreken. Iets ongemakkelijks. Iets naars. Er moet iets worden opgelost. De herkenbaarheid zit niet zozeer in de inhoud van dat gesprek als wel in de wijze waarop de ambiance van het restaurant en het eigenaardige gedrag van het personeel worden geschetst. Treffende observaties zijn er daarbij volop, zoals deze: 'Alleen in Nederland staan ze om de haverklap aan je tafeltje, ze schenken je niet alleen bij, maar werpen ook nog eens peinzende blikken op de fles wanneer deze leeg dreigt te raken.'

Tijdens het lezen van Het diner wordt bovendien snel duidelijk dat sprake is van een plot, en dat is ook al niet zo'n literaire eigenschap van een roman. We krijgen verwikkelingen te verwerken, toestanden, zaken waarop zeker nog terug zal worden gekomen. Geen handeling zal zonder betekenis blijken te zijn. Staart iemand naar het beeldschermpje van een mobiele telefoon en wordt niet meteen gezegd wat die persoon daar ziet, dan wordt dat, daar kun je op vertrouwen, enkele hoofdstukken later onthuld, en sta je er alsnog behoorlijk van te kijken.

De schrijver zal kortom niets vergeten, nee, hij heeft zijn roman zelfs zo ingericht dat hij kleine dingetjes die schijnbaar terloops in het begin van het boek worden aangestipt, verderop in het boek kan uitwerken en zelfs kan uitbouwen tot betekenisdragende elementen die je volkomen verrassen. Koch is in Het diner een plotbouwer.

Herkenbaarheid en een plot - zal het met dit boek nog goed komen?

Eerst nog iets over die plot. Het diner heeft een dilemma als uitgangspunt, en wel het volgende: je weet dat je kind iets verschrikkelijks heeft gedaan, een ernstig misdrijf heeft gepleegd, maar niemand anders weet dat je kind dat heeft gedaan. Wat besluit je te doen? Ga je naar de politie of niet? In het verlengde daarvan spelen zaken als erfelijkheid - zorgen jóúw genen ervoor dat je kind zo'n boef is geworden? - geweten, opportunisme en loyaliteit een rol. Door zo'n dilemma centraal te stellen krijgt je roman, zou je opgewekt kunnen stellen, als vanzelf een zekere gelaagdheid.

Literairder wordt die daar overigens niet echt van, want met dergelijke keuzes krijgen ook de hoofdpersonen van bekende (al dan niet op boeken gebaseerde) films als Sophie's choice en Indecent proposal te maken; en die herinneren we ons toch voornamelijk als een tikkeltje ordinair vermaak.

Maar één ding moet gelukkig ook worden vastgesteld: Herman Koch is het schrijven niet verleerd. Prachtig vervreemdend zijn bijvoorbeeld de bladzijden waar wordt beschreven dat de verteller buiten het restaurant staat te wachten op zijn op de fiets eraan sprintende zoon: 'Michel kwam langszij. Wat zag hij? Een man die op zijn dooie akkertje door het park slenterde? Met een mobieltje aan zijn oor? Of zag hij zijn vader? Met of zonder mobiel?'
De passages waarin de verteller thuis op de bank ligt te denken, behoren eveneens tot de hoogtepunten van dit boek: 'Iets fluisterde mij in dat ik met denken moest stoppen, dat ik vooral niet te ver door moest denken. Maar dat lukte nooit, ik dacht de dingen altijd door tot aan het eind, tot aan hun uiterste consequentie.'

En ja, zo is Koch op zijn best, schitterend denkend en schrijvend tot aan de uiterste consequentie en niet ingesnoerd door iets wat zo wezenlijk kinderachtig is als een verbazingwekkende plot. (ARIE STORM)

Herman Koch - Het diner Anthos, 19,95.