Allard Schröder - Amoy
07-01-09 09:39 uur
recensie
De nieuwe roman van Allard Schröder, Amoy, is niet extreem dik - het boek telt zo'n 185 bladzijden - en toch ben je er behoorlijk lang in aan het lezen; je vliegt er bepaald niet doorheen. Waar dat precies aan ligt, is niet zo eenvoudig te zeggen.
Het verhaal draait om een man, Louis Seghers, die de verdwijning van een andere man onderzoekt. Dat onderzoek speelt zich af in de zomer van 1937 in de Zuid-Chinese havenstad Amoy en op het nabijgelegen eiland Go Long Su.
Net als in de vorige roman van Schröder, De econome, waarin een mysterieuze lifter zich in zekere zin ontpopte als niemand minder dan de meereizende dood, gaat het al met al om een raadselachtig gegeven dat tegelijkertijd vertrouwd aandoet. Ik bedoel, een man die verdwenen is, en een andere man die naar hem op zoek gaat en die tijdens die speurtocht steeds meer op de verdwenen man gaat lijken, dat is iets wat uiteindelijk toch gewoon erg bekend voorkomt. Een dergelijk gegeven is wel vaker uitgewerkt en ook zeker beter; ik denk alleen al aan enkele romans van Willem Brakman.
Bij wat vertrouwd is, hoef je niet te lang stil te staan; in die richting hoeft de oorzaak van het lage leestempo dus niet te worden gezocht.
Misschien wordt die leestraagheid veroorzaakt door de stijl.
En inderdaad: het decor levert meteen vanaf de eerste zinnen weliswaar altijd weer sfeervol, maar tevens een tikkeltje sloom tropenproza op: 'In de weken die Seghers nu op Go Long Su verbleef, was het eiland hem in een steeds bedwelmender omarming gaan houden, die zijn wilskracht uit hem weg leek te zuigen, al kon dat ook inbeelding zijn.'
Schröder is een behoedzaam, zelfs enigszins afstandelijk formulerende stilist, die toch ook slordig is, zoals meteen ook uit het bovenstaande citaatje blijkt. Dat we met eventuele inbeelding te maken hebben, blijkt immers al uit dat eerder gebruikte woordje 'leek'.
Daar komt op stilistisch niveau nog iets bij, namelijk de combinatie van werkelijk fraai schrijven met uitglijers naar mooischrijverij en soms de kop opstekende regelrechte kitsch.
Dat Schröder sterk kan schrijven, vergeet je bijkans door die laatste twee elementen. Vooral wanneer je weer eens een personage zijn ogen tot spleetjes hebt zien knijpen of wanneer je een geestdodende opsomming krijgt als de volgende: 'Batavia was ver weg, Soerabaja verder, Den Haag nog veel verder.'
En toch moet de eventuele kwaliteit van deze roman wel van die stijl komen, want met het verhaal wil het nooit echt iets worden. Seghers neemt zijn intrek in het huis van de verdwenen man, hij draagt zijn kleren, hij wordt verliefd op de vrouw op wie de verdwenen man ook al verliefd was, hij besprenkelt zich met het parfum van de verdwenen man en op een nacht staat het afgehakte hoofd van de verdwenen man in de tuin.
Dat laatste lijkt misschien een wat plotselinge gebeurtenis, maar dat is het toch eigenlijk ook weer niet, want we hebben dan al een tijdje door dat we met een heel licht uitgespeeld thrillerplotje te maken hebben, en in thrillers gebeurt dat soort dingen.
Het maakt overigens niet uit hoeveel afgehakte hoofden nog in die tuin opduiken, want uit Seghers is de wilskracht al enige tijd op al dan niet ingebeelde wijze weggezogen; van hem hoeven we geen actie meer te verwachten.
Maar dat had je in die tijd en in die streken: de lamlendigheid was werkelijk allesoverheersend.
Er huppelt nog wel een zeventienjarig meisje tropisch hitsig in het boek rond, en zij is vanzelfsprekend de dochter van de Nederlandse consul, maar dat wordt verder ook niets.
Wat wil Schröder eigenlijk? vroeg ik me voortdurend af. Wil hij de spot drijven met Couperus? Met iemand anders? Maar waarom dan?
En uiteindelijk was ik eruit: Amoy is helaas toch regelrechte kitsch. Alleen: al lezend wilde ik dat heel lang niet geloven. Daarom ging het zo langzaam. (ARIE STORM)
Allard Schröder - Amoy
De Bezige Bij, 17,90 euro