De magie van dit boek schuilt in de balans tussen humor en tragiek.  

Ergens halverwege zijn tweede roman, De eenzame polygamist, laat de Amerikaan Brady Udall zijn hoofdpersoon de balans opmaken. 'Dit is hoe hij het grote geheel ziet:

1. De Vader is verliefd op de vrouw van zijn baas.
2. Zijn eigen vrouwen trekken zich van hem terug.
3. Zijn gezin is bezig uit elkaar te vallen.
4. Zijn geld dreigt op te raken.
5. Hij heeft een condoom in zijn portemonnee en een groot brok kauwgom in zijn schaamhaar.
6. Hij heeft geen idee wat hij aan punt 1 tot en met 5 zou moeten doen.'

Welkom in het verwarrende leven Golden Richards, de nogal onwillige pater familias van een gezin in het Utah van de jaren zeventig, dat bestaat uit 28 kinderen en vier echtgenotes, verdeeld over drie chaotische huishoudens. Kortom: bovenstaand lijstje bevat alleen nog maar zijn recentste problemen.

De verlegen Golden wordt volkomen geregeerd door zijn vrouwen - met name door de onbuigzame moederkloek Beverly - die zelfs een onderling schema opstellen van wanneer hij met wie het bed mag delen. Hij kan de namen van zijn kroost alleen onthouden als hij zijn op de wijs van een liedje als mantra blijft herhalen, terwijl hij nog dagelijks wordt geplaagd door de herinnering aan het overlijden van een gehandicapt dochtertje.

Om zijn status binnen een sektarisch mormonengemeenschapje te verhogen, moet hij éigenlijk aan een vijfde huwelijk geloven. En dan is er ook nog zijn geheime project: als aannemer beweert hij te bouwen aan een bejaardentehuis in Nevada, maar stiekem gaat het om de uitbreiding van een bordeel, PussyCat Manor. Waar hij dus als een blok valt voor het Mexicaanse liefje van de bordeelhouder, met alle gangsterrazernij van dien.

Het klinkt als het recept voor een flauwe theater-van-de-lachkomedie, vol draaideurverwikkelingen en karikaturale types met lange baarden en rokken tot hun enkels. Maar gelukkig weet Udall, die eerder uit zijn eigen mormonenjeugd putte in zijn uitstekende debuutroman De buitensporige lotgevallen van Edgar Mint (2001), te goed waar hij over schrijft om in jolige clichés te blijven steken.

Natuurlijk ziet hij het komisch potentieel van een gezin dat een lijkwagen moest verbouwen om fatsoenlijk van A naar B te komen. Van de kleine machtsstrijdjes tussen de vrouwen, de wetten van de kinderjungle en de wanhoop van een sullige hoofdpersoon. Die buit hij in dik 600 pagina's ook ruimschoots uit.

Maar de magie van De eenzame polygamist schuilt vooral in de perfecte balans tussen humor en tragiek, en de verrassende invoelbaarheid van al die honderd dingen waar zijn ogenschijnlijk buitenissige personages mee worstelen.

Naast de innemende Golden heeft hij daarvoor nog twee verteltroeven: diens jongste vrouw Trish en vooral het twaalfjarige zoontje Rush. De één smacht steeds heviger naar de (seksuele) aandacht van haar man, de ander raakt er zo woedend gefrustreerd van dat hij altijd maar alles moet delen - hij krijgt niet eens zijn eigen verjaardagsfeestje! - dat hij zich ontpopt tot een vloekende, tierende, duivelse guerrillero. Een afschuwelijk ventje, dat je toch in je hart sluit. Zoals al die maffe Richards, eigenlijk.

Je verslindt hun (jeugd)verhalen, rouwt soms met ze mee, en gunt ze uiteindelijk van harte het happy end dat ze krijgen.

Een onalledaags happy end, dat spreekt. (DIRK-JAN ARENSMAN)

Brady Udall: De eenzame polygamist ****
Vertaald door Erica Feberwee
Meulenhoff, €22,50