Recensie: Willem van Zadelhoff - Vuur stelen
27-11-08 08:06 uur
Willem van Zadelhoff. Foto Peter Elenbaas
Aan het bestaan van Willem van Zadelhoff werd getwijfeld. 'Over deze Van Zadelhoff wil de flaptekstschrijver zó weinig kwijt dat het argwaan wekt,' schreef een recensente van deze krant in de bespreking van zijn debuut, Een stoel (2003). De man die aan een tafeltje in café De Jaren zit, lijkt verdacht veel op de man op de foto die zijn tweede roman, Holle haven (2006), sierde.
Hij bestaat. Voor ons ligt zijn derde roman, Vuur stelen, die speelt in Amsterdam. Willem van Zadelhoff (1958) vertelt wat hij met Amsterdam heeft. ''We woonden in Arnhem, in de wijk Presikhaaf. Eén keer in de twee maanden gingen we naar mijn grootouders in Amsterdam. Echt de grote wereld, want daar zag je beroemdheden zo over straat lopen. Ik weet nog dat ik op een zondag Hans van Willigenburg met zijn bruine hoofd zag. Ik volgde de docentenopleiding aan de Toneelschool in Arnhem. Ik wist al snel dat ik naar Amsterdam wilde. In Arnhem had je van die artistieke cafés, met nooit doorgebroken kunstenaars. Triest, een angstbeeld. Hup, naar Amsterdam, net als de twee vrienden uit Vuur stelen. Dat was in de jaren zeventig. In 1993 verhuisde ik naar Antwerpen. Mijn vriendin kon er een baan krijgen en het leek wel leuk eens in een andere stad te wonen, in een ander land.''
Vuur stelen gaat over een regisseur (Bob Moreno), die na vijftien jaar in de maatschappij terugkeert. Met zijn vriend (Hugo Maris) zouden ze het helemaal maken in de toneelwereld in Amsterdam. Totdat de twee uit elkaar werden gedreven, en Bob een tijd van het toneel (excuus voor de woordspeling) verdween. Nu wil Bob een oud plan ten uitvoer brengen. Vanaf de eerste pagina wil je erachterkomen wat zich vijftien jaar geleden heeft afgepeeld.
In de roman beschrijft Van Zadelhoff ook vrij hilarisch de gedemocratiseerde toneelopleiding van de jaren zeventig. ''Ja, de docentenopleiding van Arnhemse Toneelschool was ook een linkse opleiding. Sterker, je werd alleen toegelaten als je links was, en tijdens je toelatingsgesprek moest je je daarover verantwoorden. Ik had van tevoren zo'n beetje een boekje uit mijn hoofd geleerd over het radencommunisme, een stroming binnen het marxisme, en aan de hand daarvan gaf ik mijn visie op de wereld. Ik werd toegelaten, al vond men mij te veel een salonrevolutionair. Te weinig vlekken op mijn kleren. Anderen moesten erop letten of ik wel voldoende binding met de arbeiders hield, hahaha.''
Nadat hij was afgestudeerd, liep hij regiestages bij toneelgroep Baal (Leonard Frank) en Zuidelijk Toneel Globe (Gerardjan Rijnders), regisseerde hij, schreef hij voor televisie en werkte hij in een galerie. Totdat hij zich helemaal aan het schrijven wijdde.
Hij begon aan een roman, Vuur stelen. Een persoonlijk boek. Maar hij liep vast en debuteerde met een andere roman, Een stoel. Een familiegeschiedenis rond de geboorte van de Freischwinger, de eerste achterpootloze stoel, uit het begin van de vorige eeuw.
Van Zadelhoff plugde zijn eersteling op bijzonder wijze. ''Je moet nu eenmaal opvallen in de literaire wereld. Ik maakte een tekst op een A4'tje, bijna een reclametekst. Die stuurde ik naar uitgeverij Meulenhoff. Daar stond zo ongeveer in, en ik put nu uit mijn geheugen: 'De een beweert dat Marcel Breuer de eerste achterpootloze stoel heeft ontworpen, de ander dat het Mart Stam was. Daarover zijn zelfs jaren rechtszaken gevoerd. Maar misschien hebben ze hem wel samen ontworpen... in 1926... in Arnhem of all places. Daar gaat mijn roman Een stoel over. Als u geïnteresseerd bent, kan ik u het manuscript toezenden.' Per kerende post kreeg ik het verzoek het manuscript op te sturen.''
Drie jaar later, in 2006, verscheen de roman Holle haven, over twee architecten en een vrouw die zijn getekend door de Tweede Wereldoorlog en die dat verleden willen afschudden. De twee mooie, zorgvuldig geschreven romans maken deel uit van een trilogie over de opkomst en ondergang van de modernistische architectuur en de maakbaarheid van de mens, waarvan het laatste deel, Berlijnse strofen, nog moet verschijnen.
''Een stoel gaat over het modernisme van voor de Tweede Wereldoorlog, Holle haven beschrijft wat daarvan na de oorlog terecht is gekomen. Ik was helemaal niet van plan nog een roman over modernistische architectuur te schrijven, maar van diverse kanten hoorde ik dat op voltooiing van de trilogie wordt gewacht. Ik heb het nooit over een trilogie gehad.''
Vuur stelen is zijn persoonlijkste boek, zegt Van Zadelhoff. ''Achteraf kan ik stellen dat mijn debuut, Een stoel, mijn minst persoonlijke boek is. Holle haven is al heel wat persoonlijker. Misschien beheers ik inmiddels meer de techniek van het schrijven en lukt het me daardoor beter meer persoonlijke thema's in mijn proza te verwerken. Toch heb ik bij het schrijven van mijn eerste twee boeken mijn thematiek ontdekt. Ik merk dat steeds de kloof tussen het hogere en het lagere bij de personages speelt: de jongen uit de lage middenstand of uit de arbeidersklasse die in contact komt met de hogere klasse. Bij Hugo Maris uit Vuur stelen was dit een belangrijke drijfveer. Misschien is dat ook wel typisch voor onze generatie. Als je je best deed, kon je hogerop komen.''
Ook Vuur stelen kenmerkt zich door de mooie stijl van schrijven. Vrij droog, niet al te lange zinnen. Het ziet er natuurlijk uit. Met zijn suggestieve manier van vertellen is hier een zeer behendige schrijver aan het werk.
''Jan Elemans, mijn leraar Nederlands heeft me destijds op een spoor gezet. Ik dacht dat opstellen schrijven mijn fort was. Ik schreef lange, wollige zinnen, dacht dat dat zo hoorde. Voor mijn eerste opstel dat ik bij hem inleverde, kreeg in een 3. Maar hij noteerde die 3 niet. Hij gaf me Bint, van Bordewijk en zei: 'Lees het en schrijf dan opnieuw dat opstel. Maar geen zin mag langer zijn dan één regel.''
''Ik werk hard aan mijn stijl. Maar dat mag je er nooit aan afzien. Het moet lijken alsof het gewoon in één keer zo is opgeschreven. Alles wat overbodig is, schrap ik. Geen woordkakkerij. Als je iets in één zin kunt zeggen, waarom zou je er dan meer zinnen aan wijden? Verder denk ik dat het persoonlijk is. Als ik lange zinnen schrijf en bloemrijke taal gebruik, klopt het niet. Ik streef mijn droge taal niet bewust na; ik werk er net zo lang aan totdat ik het gevoel heb dat het klopt.''
Nog even over Amsterdam. Het was voor Van Zadelhoff van begin af aan een uitgemaakte zaak dat de roman zich in Amsterdam zou afspelen. ''Een andere stad zou niet hebben geklopt. Ik heb lang in die stad gewoond. Misschien is het daarom ook een persoonlijk boek. Bob Moreno maakt wandelingen door de stad en veel plekken herinneren hem aan voorvallen uit zijn verleden. In die zin is de stad ook een personage, de stad Amsterdam. Maar misschien moet je wel in een andere stad, in een ander land, wonen om dat op die manier te doen. In België vragen ze me wel eens wanneer ik nu eens een boek schrijf dat zich in Antwerpen afspeelt. 'Als ik weer in Amsterdam woon,' zeg ik dan.'' (MAARTEN MOLL)
Willem van Zadelhoff: Vuur stelen
Meulenhoff/Manteau, 22,50.