Amsterdam Bewaar

De lotgenoten van Anne Frank die het overleefden

De verhalen van de onderduikers in 'Andere Achterhuizen' worden geïllustreerd met tekeningen van Marcel van der Drift die op de site bewegen. Deze is van een huiszoeking.
De verhalen van de onderduikers in 'Andere Achterhuizen' worden geïllustreerd met tekeningen van Marcel van der Drift die op de site bewegen. Deze is van een huiszoeking. © UNKNOWN

Het dagboek van Anne Frank kent iedereen. Nu zijn ook de verhalen opgetekend van Joodse onderduikers die het wel haalden. Getuigenissen uit het nieuwe boek Andere Achterhuizen.

'Wie bofte, was meteen welkom in het eerste veilige gezin. Een ander werd steeds weggestuurd, bijna verraden of kreeg geen reden te horen waarom hij of zij niet langer gewenst was.' Zo schetst Judith Herzberg het onzekere bestaan van de onderduiker in Nederland, in het voorwoord van Andere Achterhuizen, een verzameling verhalen van onderduikers waar ook filmpjes van op de website staan.

Onzekerheid, angst voor ouders, familie, voor ontdekking. Facetten die alle aan de orde komen in de vijftien portretten van onderduikers die overleefden. Verhalen die nooit groots de publiciteit haalden, maar daardoor nog niet minder indringend zijn. ''Iedereen is natuurlijk blij met de rijen bezoekers van het Anne Frankhuis'', zei Jacques Grishaver, voorzitter van het Auschwitz Comité vorige week. ''Maar er zijn natuurlijk veel meer verhalen, veel meer geschiedenissen."

Die van de bijna 28.000 andere Joden die in de Tweede Wereldoorlog ondergedoken zaten. Na de oorlog werd daar maar weinig over gesproken. ''Het normale leven moest weer worden opgebouwd en dat was al moeilijk genoeg'', zegt Marcel Prins, die samen met Peter Henk Steenhuis de verhalen bundelde.

Voor Prins begon het bij zijn moeder. Zij vertelde hem hoe ze als jong en ondergedoken meisje helemaal niet blij was toen haar ouders haar na de oorlog kwamen halen. ''Ze had het heel fijn gehad op haar laatste onderduikadres en wilde daar blijven." Dat gebeurde vaker, tijdens de onderduik werden herinneringen aan de eigen ouders niet zelden verdrongen.

Prins' moeder, Rita Prins-Degen, was nauwelijks zes toen ze moest onderduiken. 'In die tijd', vertelde ze haar zoon, 'begon het voor het eerst tot mij door te dringen dat ik Joods was, zonder daar iets van te begrijpen overigens. Bij ons thuis waren we voor de oorlog van alles; vegetariër, aanhangers van allerlei natuurgeneeswijzen, en we waren niet-gelovigen. Ik wist niet wat het betekende Joods te zijn, maar dat er iets mis was, voelde ik.'

Flirt met gereformeerde kerk
Uit angst voor verraad belandde ze vanuit Amsterdam in Hengelo, bij 'ome Kees en tante Marie'. Een echt gezinnetje, zoals ze dat van haar eigen, werkende ouders niet gewend was. Ome Kees en tante Marie Fonds waren gereformeerd en Rietje vond niets heerlijkers dan meegaan naar de kerk. 'Want daar werd zo mooi gezongen.'

Na de bevrijding kwam echter snel een eind aan de flirt met het geloof. Haar ouders kwamen. Maar Rietje wilde niet weg. 'Mijn ouders zeiden me niets. Er was er maar één, zo dacht ik, die de macht en de kracht had om ervoor te zorgen dat ik bij de familie Fonds kon blijven: Onze-Lieve-Heer. 's Avonds had ik eindeloos op mijn knietjes gelegen om te bidden dat mijn ouders niet terug zouden komen - zonder te kunnen beseffen wat die woorden later voor zwaarte zouden krijgen.' Maar bidden hielp niet. Haar ouders arriveerden. 'Ik heb me omgedraaid: 'Dag mevrouw, dag meneer'. Dat was het. Ik heb verder geen enkele herinnering aan deze hereniging.?Heb ik ze nog omhelsd? Een kus gegeven? Een hand? Niets.'

Twee dagen probeerde ze thuis nog te bidden voor het eten. 'Mijn ouders zeiden: 'Dat doen wij niet.' Dan niet, dacht ik, ik geloof er toch niet meer in.'

Voor Jack Eljon, die als jonge jongen de oorlog overleefde, was van een dergelijke kloof geen sprake. Dat hij na de oorlog zijn moeder weer in de armen kon sluiten, had hij onder meer te danken aan de NSB-buren van zijn tante, bij wie hij was ondergebracht. Die belden op een dag aan en zeiden: 'Dat Joodse kind bij jullie in huis moet weg. Morgen komt er een huiszoeking.' Waar hij op zo'n korte termijn terecht kon? Breng hem maar bij ons, zeiden de buren. Zij waren immers lid van de partij? Aan hen zou de huiszoeking dus wel voorbijgaan. Drie, vier dagen bleef hij bij hen, om uiteindelijk ergens in Friesland te belanden. Daar vond hij, op een post van het Rode Kruis in Sneek, in mei 1945 zijn moeder terug. 'Ik sprong bij haar op schoot. Eindelijk, na vier jaar, had ik haar weer bij me. Nooit heb ik me meer zo één met haar gevoeld als in dat lokaal in Sneek.'

Twee briefjes

Prins, van beroep documentairemaker, liep al geruime tijd rond met het plan een project te ontwikkelen met verhalen van Joodse onderduikers als uitgangspunt. ''Bijna geen verhaal is identiek aan een ander. Daarom wilde ik er zo veel mogelijk vastleggen."

Zoals hij ook de korte documentaire Het misdrijf van Abraham Prins maakte, over zijn eigen familie en het lot van zijn opa Abraham, die door een oplettende politieman werd betrapt tijdens een wandeling door een park. Abraham Prins werd gedeporteerd. Wat rest, zijn twee briefjes die hij op 15 juli 1942 in de trein schreef: 'Wees sterk en lief voor elkaar. Ik ben naar Duitsland. Je Bram.' Wat er allemaal aan zijn geboorte vooraf is gegaan, geeft zijn kleinzoon Marcel het gevoel dat 'de kans op mijn geboorte nul was'. ''Het is toeval."

Samen met vormgever Marcel van der Drift besloot hij tot Andere Achterhuizen. Vijfentwintig overlevenden interviewde hij; een deel van hun herinneringen is te horen op de site andereachterhuizen.nl. Een indringende site, die start met de kaart van Nederland, vol zwarte puntjes, die de plekken aangeven waar de verhalen zich afspelen. Eén klik op zo'n vlekje en de stem van een onderduiker vertelt fragmenten van zijn of haar verhaal, geïllustreerd door met sterke halen neergezette, bewegende, tekeningen.

Dat er ook nog een boek zou komen, kwam door schrijver/journalist Steenhuis, een neef van Prins' vrouw. ''Hij vroeg me: wat doe je met al die interviews, zou daar geen prachtig boek in zitten?" Uiteindelijke bewerkte Steenhuis de interviews tot hoofdstukken voor de bundel.

Vluchten
Zoals het verhaal van Rose-Mary Kahn (1925). Onlangs moest ze een nieuw paspoort aanvragen. Haar hulp zei: 'Ach, neemt u toch zo'n identiteitskaart, dat is goedkoper en jullie gaan toch nooit meer buiten Europa op vakantie. U hebt niets aan zo'n paspoort.' 'Jawel Willy,' antwoordde ze, 'ik moet kunnen vluchten.'

De Franse grootvader van Rose-Mary Kahn richtte in 1882 samen met zijn zwager het later gerenommeerde modemagazijn Hirsch & Cie op. De kleindochter: 'In 1912 openden ze het gezichtsbepalende gebouw aan het Leidseplein.'

Al tijdens de eerste dagen van de oorlog overwoog de familie te vluchten. Maar haar vader wilde Hirsch niet in de steek laten. 'Het komt wel goed,' zei hij. 'Dit komt helemaal niet goed,' antwoordde mijn moeder.' Op de vierde oorlogsdag, met slechts wat kleding, een bontjas en wat geld, probeerden ze via IJmuiden alsnog te vluchten. Te laat. Alle boten waren vol.

Haar vader werd in 1941 opgepakt en op transport gesteld naar Westerbork. Met haar moeder en broer bleef ze thuis achter. tot onderduiken onvermijdelijk werd. Eerst bij een personeelslid van Hirsch, later bij 'ons kinderjuffie'. Maar overal waren een moeder en twee kinderen uiteindelijk te veel.

Het werd het verhaal van inpakken en wegwezen, altijd op de vlucht. In Kahns geval van Amsterdam naar de Veluwe waar haar vader, ontsnapt uit Westerbork, zich later bij hen zou voegen. Ze overleefden.

Harmonica
De terugkeer naar Amsterdam had, zoals voor velen, echter een bittere nasmaak. 'Ons huis in de De Lairessestraat konden we niet in, dat zat vol rijkspolitie, en die was natuurlijk 'verkeerd'. De Nederlanders waren niet zo toeschietelijk, het heeft meer dan een jaar geduurd voordat ons huis ontruimd was. De paar Joden die terugkwamen - men vond dat een heel administratief gedoe.'
Hirsch was leeggeplunderd. Haar vader moest van voren af aan beginnen. 'Eerst in de Kalverstraat. En na een paar jaar keerden we terug naar het Leidseplein. Maar het is nooit meer geworden wat het geweest is.'

Vijfenzestig jaar na de bevrijding staat de geschiedenis van toen de vertellers nog vaak helder voor ogen, aldus Prins. ''Alsof de tijd als een harmonica in elkaar wordt gedrukt en de verhalen zich gisteren afspelen."

Hij heeft er geen wetenschappelijk werk van willen maken. Een pluriform beeld schetsen van de Joodse onderduik in Nederland, dát wilde hij. Met de voelbare emoties die daarbij horen. Dat het Joods Historisch Museum nu bezig is met een educatief programma rond Andere Achterhuizen, dat zich zal afspelen in de Hollandsche Schouwburg, daar is hij best trots op.

''Dat jonge kinderen, ook aan de hand van de filmpjes, er meer betrokken bij raken." (CORRIE VERKERK)

Marcel Prins, Henk Steenhuis: Andere Achterhuizen
Athenaeum-Polak & v Gennep
16,95 euro
ISBN:9789025367398 
andereachterhuizen.nl