Henri Raczymow: Het Parijs van Marcel Proust hervonden**

Om het verschijnen van een nieuwe vertaling van Du côté de chez Swann van Marcel Proust de nodige luister bij te zetten, kwamen tegelijk met De kant van Swann, Thérèse Cornips' vertaling, twee aan Proust gewijde boeken uit.

Het eerste, Proust verliefd, is van de hand van William C. Carter en is, onver­huld, aan zijn eigen Proust­bio­grafie ontleend. Het is een soort korte samenvat­ting, want ook in Proust: A life speelt het liefdesleven van de hoofdrolspeler een zeer grote rol.

Als het om de liefde ging, beschikte Proust zo ongeveer over alle afwijkingen die je maar kunt bedenken. Biseksueel met een voorkeur voor mannen. Binnen die voorkeur weer een voorkeur voor jongens en mannen uit de arbeidersklasse. Dol op bordeelbezoek. Daar ging het, uiteraard, ook niet gewoon recht op en neer. Volgens de overleve­ring bracht Proust graag foto's mee van zijn deftige vriendin­nen, die de prostituees dan moesten bespugen, terwijl de aanwe­zige jonge­mannen, zoals hun was opgedragen, vroegen: ''Wie is die hoer?'' Verbazingwekkende lectuur.

De vaak exotische bordelen die Proust bezocht, zijn opmer­kelijk afwezig in het tweede boek, Het Parijs van Marcel Proust hervonden, van Henri Raczymow. De rijk geïllus­treerde gids richt zich vooral op het openbare leven van Proust; dat wil zeggen dat we veel te zien en te horen krijgen over de buurt rond het Parc Monceau, de Champs Elysées, de rue du Faubourg-Saint-Honoré, Saint-Ger­main en niet te vergeten het Bois de Boulogne.

Het Parijs van Proust is het saaie Parijs, waar niets te beleven valt (nou ja, in het Bois de Boulogne, maar dan 's nachts) en waar alles duur en deftig is. Geen gidsje om Parijs mee te ontdekken.

En dan de nieuwe vertaling van De kant van Swann. Wie een nieuwe vertaling maakt, heeft te maken met de vorige. Dat is lastig. Je kunt het nu eenmaal niet op dezelfde manier doen als je voorgan­ger. Vaak is het kiezen van een andere titel al een oplossing. A l'ombre des jeunes filles en fleur heette altijd In de schaduw van de bloeiende meisjes. Dat is veranderd in Het lommer van meisjes in bloei, zie ik. Tja.

Bij Combray, het eerste deel van De kant van Swann, is in deze weinig te halen. De eerste zin dan maar. In het Frans staat er: 'Longtemps, je me suis couché de bonne heure.' Bij Lijsen was dat: 'Heel lang ben ik vroeg naar bed gegaan.' Cornips heeft nu: 'Lang ben ik bijtijds gaan slapen.' Nee, denk ik dan. Dat doen kinderen niet. Bejaarden, zoals ik, gaan bijtijds naar bed, maar een jonge­tje?

Bij de madeleinepassage stuit ik vervol­gens op één van de favoriete zinsconstructies van Cor­nips: 'Maar, merkend dat mijn brein zich vruchteloos afmat (...).' Vol twijfel leg ik het boek neer. Ik wil maar al te graag Proust eens in het Neder­lands lezen, maar ik vraag mij af: is dit het moment? Of moet ik toch de nieuwe verta­ling van Rokus Hof­stede, Martin de Haan en Jan Pieter van der Ster­re afwach­ten? (GUUS LUIJTERS)

Henri Raczymow: Het Parijs van Marcel Proust hervonden
Vertaald door Frans de Haan
De Bezige Bij, €29,90

William C. Carter: Proust verliefd
Vertaald door W.Hansen
De Bezige Bij, €19,90