*

parool.nl
Amsterdam,  
Parool.nl mobiel Word vriend van Het Parool op Facebook

Manon Uphoff - De spelers **

04-11-09   09:07 uur
Hoewel men doorgaans schijnt te denken dat het omgekeerde het geval is, is de meeste hedendaagse Nederlandse literatuur vaak bijzonder maatschappelijk geƫngageerd van karakter, een aard die niet zelden wordt gecombineerd met een persoonlijke inzet, of in elk geval de schijn daarvan. Iets dergelijks speelt ook in de nieuwe roman van Manon Uphoff, De spelers. Het onderwerp ervan is behoorlijk actueel en politiek. De ik-verteller, Manja, wordt verliefd op een in Nederland belande deserteur uit Joegoslaviƫ, of wat van dat land over is. Het verhaal begint in 1992 en loopt door tot in de 21ste eeuw.

Manja is een beginnend schrijver. Dat wil zeggen, ze heeft plannen in die richting, al werkt ze als ze haar Joegoslaaf leert kennen, nog als docent op een school waar buitenlanders Nederlands proberen te leren. Ze wil weliswaar verder als auteur, schrijft ze in het begin van De spelers, 'maar beschikte over niet veel meer dan fragmenten' en 'het dwingend verlangen, de noodzaak het stompzinnige leven te lijf te gaan en in verhalen te persen'.

De komst in het taalklasje van J., die bij haar 'een even plotselinge als redeloze betovering' veroorzaakt, komt dan ook als geroepen, want hij zal wel de nodige stof opleveren. Dat laatste wordt overigens niet zo expliciet geformuleerd door Manja. De schrijver in haar herkennen we vermoedelijk aan het feit dat ze J. consequent met slechts die ene letter aanduidt, waardoor ze zijn identiteit in bescherming neemt en tegelijkertijd suggereert dat dit verhaal echt gebeurd is en persoonlijk van aard is.

Aanvankelijk speelt de liefde de hoofdrol, of misschien is het beter van seksuele passie te spreken. Manja en J. raken in elkaar verstrikt 'als in een web': 'Altijd stond hij klaar, zijn lul, even solide als lood, roodgloeiend als gesmolten en weer afgekoeld koper, zo stijf omhoog alsof hij nooit meer omlaag kon, een totem, een token.' Denk niet te lang na over de beelden van Uphoff, is wel het advies hier; ze zijn er voortdurend, op elke bladzijde en in vrijwel elke zin, en ze kloppen zelden. Dat drukt de pret enigszins, maar niet helemaal; het leesplezier wordt pas later definitief de nek omgedraaid.

Stijl is nooit Uphoffs grote kracht geweest, maar het begin van De spelers is op een bepaalde manier veelbelovend. Dat komt door de wijze waarop ze probeert een nare jeugd glans te verlenen en doordat ze in het ellendige heden vooral oog heeft voor schoonheid, schittering en gloed. 'Ik voelde me thuis in de chaos,' meldt Manja, en haar jeugd, die in enkele zinnen als nogal rampzalig wordt geschetst, ziet ze toch vooral terug in zintuiglijke indrukken als 'knisperende boekenpagina's, de geur van overgekookte melk, een atmosfeer van licht en verwachting als het jaar ten einde liep...'
De gebeurtenissen in het boek lijken hierdoor een uitgesproken literaire aanpak te krijgen, maar die raakt op een gegeven moment volledig op de achtergrond. Dat gebeurt als J. en Manja de in alle opzichten gebutste en ontredderde familie van J. bezoeken in het voormalige Joegoslaviƫ. Het lijkt het verhaal ernstiger te maken, maar juist dan verdwijnt alle literaire spanning als sneeuw voor de zon (om zelf ook maar eens een origineel beeld te gebruiken). Het boek wordt eigenaardig genoeg bijzonder saai om te lezen. Er zit geen stuwende kracht meer in, er is geen enkel verlangen meer bij Manja te bespeuren om er als schrijver iets van te maken; de innerlijke gloed is verdwenen.

'Ik heb mijn notities afgerond,' schrijft Manja bijna aan het einde van De spelers, en zo is het precies - we hebben dan al vele bladzijden saaie notities zitten lezen en geen betoverende roman. De literatuur heeft toch weer verloren. (ARIE STORM)

Manon Uphoff - De spelers
De Bezige Bij, € 17,50.


Alles over

GESPONSORDE LINKS



PAROOL LUNCHNIEUWS

Elke middag gratis de hoogtepunten uit het nieuws in uw mailbox?

U kunt zich voor deze service van Het Parool opgeven via parool.nl/lunchnieuws.
acap enabled   © Het Parool