Mohamed Mrabet - Manaraf ****
28-10-09 09:12 uur
De Marokkaanse verhalenverteller Mohammed Mrabet werd begin jaren zestig door Paul Bowles (1910-1999) ontdekt als een analfabeet met een magische verbeeldingskracht. De Amerikaanse schrijver, die sinds 1946 in vrijwillige ballingschap in Tanger leefde, was zo enthousiast over de vertelkunst van zijn chauffeur en manusje-van-alles dat hij diens verhalen met een bandrecorder opnam en in het Engels vertaalde. Die samenwerking leidde tot een twaalftal novellen, romans en verhalenbundels, waarmee Mrabet (1940) internationaal enige faam verwierf. Na de dood van Bowles leek het lot van de verhalenverteller Mrabet bezegeld te zijn.
De laatste jaren heeft hij evenwel een nieuwe bezorger van zijn literaire talent gevonden in de persoon van een Franse boekhandelaar in Tanger, Simon-Pierre Hamelin. De kleine roman Manaraf werd door hem 'opgetekend en uitgewerkt'. Dat Mrabet hier Mohamed met één m heet en in 1936 geboren zou zijn, doet er weinig toe. Ik herken hem onmiddellijk als de verteller die in een eenvoudige, onopgesmukte stijl een magisch universum weet te creëren.
De stem van de ik-verteller, Mrabet geheten, geeft het verhaal van meet af aan een overrompelende directheid. We zitten meteen in de rauwe werkelijkheid van een kif rokende visser uit Tanger, die op een avond op duivelse wijze wordt verleid door 'Lola', de vrouw van een Franse politieman, die in de nachtelijke uren een losbandig tweede leven leidt in de medina. Nadat hij uit haar omhelzing is gevlucht, droomt hij dat ze een vloek over hem heeft uitgesproken. De volgende dag verweert hij zich op gewelddadige wijze tegen de Franse politieman. Op de vlucht voor de autoriteiten en de vloek van Lola duikt hij onder in een grot aan zee, door zijn beste vriend voorzien van proviand en het laatste nieuws uit Tanger, waar halverwege de jaren vijftig de onafhankelijkheid gloort.
Het verhaal van zijn tijdelijke ballingschap vormt het hart van de roman. Hier toont Mrabet in verschillende registers een staalkaart van zijn kunnen als verteller. Zo ontmoet hij op het strand een nomadische Afghaanse prins met in een juwelenkistje zijn tot kikker omgetoverde gemaal, die na het eten van het verse vlees van een zee-egel weer even haar oorspronkelijke staat hervindt. Ze zingt voor hem 'het meest betoverende lied' dat hij ooit hoorde: 'Haar stem steeg op naar zulke hoogten en klonk zo loepzuiver, de muziek voerde ons zo ver mee, dat in de wijde omgeving mens noch dier zich nog durfde te verroeren. De wind was gaan liggen, de zee maakte geen geluid meer. De tijd stond volgens mij stil.' Mrabet weet hier het sprookjesachtige zo lyrisch te verbeelden dat je er als lezer helemaal in meegaat.
En vervolgens zet hij je weer met je benen op de grond door de komst van een oude reus, een man die in de jaren twintig met Mrabets grootvader heeft gestreden voor een onafhankelijke Rifrepubliek. Hier voert Mrabet een verteller op die getuige is geweest van een onvoorstelbaar gruwelijke episode uit de Marokkaanse geschiedenis en daar even onomwonden als gedetailleerd verslag van doet. Tegelijkertijd is het een ode aan zijn grootvader en diens onverzettelijke geest.
Van diezelfde onverzettelijkheid getuigt de kleinzoon tegen een hysterische Amerikaanse, voor wie hij een weekendhuisje heeft gebouwd aan het strand. Tijdens het inwijdingsfeest blijkt dat ze met 'de knapste man van Tanger' wil trouwen. Ongezouten dient hij de vrouw, die vanwege haar geld denkt te kunnen beschikken over deze nobele wilde, van repliek. De beschrijving van het feest is even hilarisch als vlijmscherp. De decadente scene van expats die zich overgeven aan een orgie van je welste, wordt genadeloos op de hak genomen.
Langs sprookjesachtige weg voltrekt zich vervolgens de loutering die Mrabet herboren doet terugkeren in de straten van Tanger. In het bestek van iets meer dan honderd bladzijden heeft hij je meegenomen op een betoverende reis. (ALLE LANSU)
Mohamed Mrabet - Manaraf
Vertaald door Irene Deckers, Nieuw Amsterdam, €14,95.