Frederike Doppenberg - De Arbeiderspers moest blijven marcheren. *****
08-07-09 09:07 uur
Kort na de bezetting van Nederland in mei 1940 eisten de nazi's De Arbeiderspers op. Meinoud Rost van Tonningen kreeg opdracht de socialistische uitgeverij tot een nationaalsocialistisch bolwerk om te smeden. Het getuigt van de liberale geest van de huidige leiding dat zij het tachtigjarige bestaan luister bijzet met een studie over de oorlogsjaren.
Het was vanuit nationaalsocialistisch oogpunt slim dit bedrijf in te nemen, maar tegelijkertijd was deze actie tot mislukken gedoemd. Hoe moesten de duizenden socialistische klanten behouden blijven als de uitgaven zo radicaal van signatuur veranderden? En waarom kozen de nazi's uitgerekend een socialistisch bedrijf om hun ideologie te propageren? De uitgeverij die in de jaren dertig nota bene Die Freie Presse had uitgegeven, het weekblad tégen het nationaalsocialisme.
Hitler zag in de arbeidersklasse de nieuwe politieke elite, die onmisbaar was om zijn programma uit te voeren. Het is gegoochel met woorden, maar dat is de achtergrond van het gebruik van socialistisch in het begrip nationaalsocialisme.
Frederike Doppenberg, redacteur van uitgeverij Querido, legt in haar boek nu uit dat het geen toeval was dat de nazi's hun oog lieten vallen op De Arbeiderspers. Behalve boeken gaf De Arbeiderspers Het Volk uit, na De Telegraaf het grootste dagblad van Nederland.
Dat de geschiedenis van De Arbeiderspers tijdens de Tweede Wereldoorlog niets met collaboratie te maken had, blijkt alleen al uit het feit dat de directeur, Y.G. van der Veen, zich na de overname ophing. Rost van Tonningen zette H.J. Kerkmeester aan het hoofd van het moederbedrijf, die het vak had geleerd bij de nationaalsocialistische uitgeverij Nenasu. De leiding van het boekbedrijf kwam in handen van de onversneden sociaaldemocraat Piet Schuhmacher, die voor de oorlog al aan De Arbeiderspers verbonden was geweest. Velen verlieten het bedrijf. Zij wilden niets met de Nieuwe Orde te maken hebben. De blijvers dachten nog iets van het oude ideaal in stand te houden.
Het aantal abonnees van Het Volk liep binnen een halfjaar terug van ruim 200.000 tot minder dan 100.000, maar vanaf 1943 kwam de krant uit de rode cijfers om een jaar later met 325.000 abonnees het vooroorlogse niveau te overtreffen. Ook het boekenbedrijf begon na 1941 weer te groeien. De eerste twee jaar van de bezetting gaf De Arbeiderspers ongeveer twintig titels (de herdrukken niet meegerekend) per jaar uit, in 1943 waren dat er zestien en daarna weer twintig. Maar in 1944 werden slechts 100.000 boeken verkocht.
Ondanks het instellen van de Kultuurkamer, de censuur via papiertoewijzing en andere regelingen bleven boeken verschijnen die niet in de nazi-ideologie pasten. Zo verscheen in 1941 nog het door de Joodse socialistische grafica Fré Cohen geïllustreerde liedboek Ic sie des meyen schijn. Ook in de winkels van De Arbeiderspers werden nog uitgaven verkocht die de Nieuwe Orde onwelgevallig waren, zelfs een portret van SDAP-leider Pieter Jelles Troelstra. Dat dit kon gebeuren, was een gevolg van de chaotische reorganisatie van het boekenvak; er was wel veel verboden, maar onduidelijk was wie waar moest ingrijpen.
Ook de vele streekromans in de Arbo-serie, waarin de glorie van de natie werd bezongen, vielen in de smaak, omdat er een afkeer van de Duitse bezetter in werd gezien, terwijl die bezetter dergelijke romans toejuichte omdat 'het bloed- en bodemgehalte' van streekromans uitstekend in de nazi-ideologie paste.
Dat nam niet weg dat wel degelijk boeken van de schappen werden gehaald, zoals het door De Arbeiderspers uitgegeven Asfalt en horizon (1940) van de Joodse schrijver Em. van Loggem.
Doppenberg heeft in een prettig leesbaar boek deze heikele fase uit de geschiedenis van De Arbeiderspers tot klaarheid gebracht, inclusief de verwarring die op de werkvloer moet hebben geheerst. 'Het is best mogelijk dat een werknemer van De Arbeiderspers zich tegelijkertijd bezighield met het zetten van de antisemitische folder De Beestmensch en het zetten van een gebruiksaanwijzing voor een machinegeweer voor het verzet.'
Directeur Schumacher werd door de zuiveringscommissie drie jaar geschorst. Na protest van werknemers werd die straf ingetrokken. Hij werd wel ontslagen. Onder leiding van zijn opvolger, Reinold Kuipers, begon De Arbeiderspers aan een zegetocht die tot op heden duurt. (HANS RENDERS)
Frederike Doppenberg - De Arbeiderspers moest blijven marcheren.
Een uitgeverij in oorlogstijd
De Arbeiderspers, €19,95.