Ulbe Bosma - Terug uit de koloniën ***
24-06-09 09:02 uur
recensie
In Nederland wonen ongeveer één miljoen migranten van de eerste en tweede generatie die afkomstig zijn uit onze voormalige koloniën. De grootste groep, ruim een half miljoen, wordt gevormd door mensen die uit Nederlands-Indië kwamen, daarna volgen 330.000 Surinamers en nog eens 130.000 migranten uit de Antillen en Aruba. Per saldo is hun aandeel in de Nederlandse bevolking 6,3 procent, weinig minder dan in Engeland of Frankrijk. Niettemin, stelt Ulbe Bosma in zijn Terug uit de koloniën, is in Nederland, anders dan in die landen, nauwelijks een besef blijven hangen een postkoloniale samenleving te zijn - welk begrip hij overigens niet definieert. Het koloniale verleden lijkt ver weg te zijn, het debat over kolonialisme en slavernij houdt de gemoederen niet bezig.
Bosma voert daarvoor een aantal oorzaken aan: een groot deel van de eerste golf immigranten uit de Oost was blank, migranten uit zowel Oost als West waren voor het overgrote deel al voor hun komst naar het moederland Nederlands staatsburger en bovendien spraken de meesten de taal van de kolonisator. Daardoor waren de schokken van hun komst naar Nederland minder groot dan wanneer ze meer 'vreemdeling' waren geweest.
Anderzijds beëindigde de totale breuk met Indonesië na 1956 abrupt de culturele en intellectuele kruisbestuiving met de vroegere kolonie die zich in andere landen wel afspeelde: het Nederlands werd in Indonesië spoedig niet langer als officiële taal erkend, terwijl ook Indonesiërs anders dan ingezetenen van voormalige Britse en Franse koloniën geen voorkeursrecht verwierven bij vestiging in Nederland.
Belangrijker lijkt Bosma echter dat de postkoloniale migranten, eerst uit de Oost, toen uit de West, in twee golven kwamen die van elkaar worden gescheiden door 'de cesuur van 1968', waardoor ze meer van elkaar lijken te verschillen dan overeen te komen. De eerste golf bestond uit Indo-Europeanen en Europese repatrianten, van zins zo spoedig mogelijk op te gaan in de Nederlandse samenleving; ze trouwden veelal buiten de eigen groep en manifesteerden zich nauwelijks als zodanig. Ze kwamen bovendien aan in een land waar het koloniale verleden nog niet ter discussie stond.
Dat werd pas anders aan het eind van de jaren zestig. In het licht van het heftige verzet tegen de Amerikaanse militaire expeditie in Vietnam en het Portugese kolonialisme werden ook de Nederlandse koloniale prestaties kritisch beschouwd, te beginnen met 'de oorlogsmisdaden' of 'de excessen' van de politionele acties die de Vara-televisie in 1969 onder de loep nam. Er moest nu voorgoed korte metten worden gemaakt met Nederlands kolonialisme; in die stemming werd de onafhankelijkheid van Suriname krachtig bevorderd.
Dat ook de massale vlucht van Surinamers naar Nederland niet tot een sterker besef van het koloniale verleden leidde, komt volgens Bosma doordat deze zich tegelijk voordeed met de komst van andere groepen migranten, vooral Turken en Marokkanen, die in veel opzichten meer 'niet-westers' waren dan de rijksgenoten uit de West en spoedig de meeste aandacht opeisten. In statistieken over immigratie en de daarmee gepaard gaande problemen figureren Surinamers en Antillianen sedertdien met nieuwkomers uit mediterrane landen, zodat het specifieke van hun ervaring en achtergrond verloren gaat. Stemmen uit eigen kring die hun aanpassingsmoeilijkheden toeschreven aan kolonialisme en slavernij, werden niet gehoord of niet serieus genomen.
Bosma is de eerste die de geschiedenis van de postkoloniale immigratie in Nederland in haar samenhang beschrijft: er is meer dat Surinamers met Indo-Europeanen verbindt dan dat hen onderscheidt. Jammer alleen dat hij geen conclusies trekt uit het debat van rond 1900 over de merites van associatie versus assimilatie der koloniale onderdanen: was het beter koloniale onderdanen, zoals met de Javanen gebeurde, in hun eigen sfeer van cultuur, godsdienst en rechtspraak ('adat') te laten, dan wel hen, zoals met de Surinamers gebeurde, op te voeden tot Hollanders in gedachte, woord en daad? Er loopt immers een rechte lijn naar het hedendaagse debat over behoud van identiteit versus volstrekte aanpassing aan 'onze' waarden.
Bosma verwerkte veel research in scherpzinnige analyses, maar deze lezer raakte soms het spoor bijster: wat is eigenlijk de centrale probleemstelling, en wat is zijn slotsom. (JOHN JANSEN VAN GALEN)
Ulbe Bosma - Terug uit de koloniën
Zestig jaar postkoloniale migranten en hun organisaties
Bert Bakker, €19,95.