Javier Mariás - Gif en schaduw en afscheid *****
15-04-09 07:12 uur
recensie
Op driekwart van het schrijven aan zijn roman Jouw gezicht morgen moest Javier Mariás eind 2005 het werk onderbreken. Zijn vader was overleden. Maanden schreef hij niet. ''Fictie schrijven is moeilijk als de werkelijkheid zo wreed is,'' zei hij later. Zijn vader, Julián Mariás, was één van de belangrijkste inspiratiebronnen geweest voor de roman, die Javier in 2007 zou voltooien.
De vertaling is er nu. Dat wil zeggen van het derde deel van Jouw gezicht morgen: Gif en schaduw en afscheid. De twee eerdere delen, Koorts en lans en Dans en droom, verschenen de laatste jaren al. Mariás noemt het uitdrukkelijk geen trilogie, maar één roman, van samen ruim duizend pagina's.
Het is zaak er goed voor te gaan zitten. Aan te raden is zelfs eerst de twee eerdere delen te (her)lezen. Om in de stemming te geraken en wat nog belangrijker is: in het ritme. Hier zijn ze weer, de zoekende, maar toch precieze, meanderende volzinnen die een hedendaagse lezer wellicht niet meer gewend is. Maar zo moeten ze zijn, dit is - behalve beeldschoon voor wie de cadans heeft gevonden - noodzaak. Mariás onderzoekt de manieren van denken en redeneren van zijn personages. Dat lukt het best door dicht tegen the stream of consciousness aan te kruipen, de mooiste overlevering uit het modernisme van vorige eeuw. Zo kan hij in één zin alle nuances binnen één redenering aanstippen, uitleggen en analyseren. Dat werkt wonderwel.
Niemand schrijft mooier dan Javier Mariás. Jezelf traag laten meesleuren in zijn rivier van taal is een onbeschrijflijk genoegen.
Om het verhaal gaat het sowieso al niet. De centrale gebeurtenis in deel twee was een scène in een invalidentoilet van een Engelse discotheek waarin een man bijna wordt onthoofd. De episode werkt nog heel lang na in het nieuwe deel. Die scene heeft veel indruk gemaakt op verteller en hoofdpersoon Jaime Deza (enkelen noemen hem Jack, anderen Juan).
Hij heeft zijn vrouw Luisa en hun Madrileense woning moeten verlaten. In Oxford werd hij als spion gerekruteerd door een stokoude hoogleraar. Deza kan namelijk menselijk gedrag voorspellen aan de hand van eerder gedrag, lichaamstaal en taalgebruik. Hij kan door maskers heenkijken, wat hem toegang verschaft tot een schimmige wereld van trouw en wantrouwen, achterklap en halve waarheden, verleidingen en geweld in hogere kringen. De wereld van de Oxfordspionnen staat echter niet zo ver af van de gewone wereld. Deza is allesbehalve alwetend. Reden waarom de scène in het toilet op hem zo'n indruk heeft gemaakt, is dat de man met het zwaard, die op het punt stond iemand te onthoofden, zijn baas is en die dacht hij toch door en door te kennen.
Hoe logisch of onlogisch is dit soort redeloos geweld eigenlijk? Om deze actuele vraag draait het in het fenomenale slotdeel van de roman. Deza beseft meer en meer dat zijn gave hem weinig verder helpt. Verraad blijkt een basale menselijke eigenschap te zijn. Verraad zit in iedereen.
Mariás (1951) is diep in de spelonken van de menselijke ziel afgedaald. Zoals we niet meer gewend zijn aan dit soort lange zinnen, zo is ook een auteur die zo'n grote greep durft te doen een zeldzaamheid geworden.
Verraden werd ook zijn vader ooit, in de Spaanse burgeroorlog. Door een vriend. Het bracht de zoon tot het inzicht dat we zelfs van mensen die we denken te kennen, nooit hun gezicht van morgen kennen. (THEO HAKKERT)
Javier Mariás - Gif en schaduw en afscheid. Jouw gezicht morgen III
Vertaald door Aline Glastra van Loon
Meulenhoff, 35,00 euro