Jan Siebelink - Het lichaam van Clara****
24-09-10 09:05 uur
recensie
Wederom is Siebelink er, na de in 2008 verschenen intrigerende roman Suezkade, in geslaagd een bijzonder boek te schrijven. Bij iedere andere schrijver zou de voorafgaande zin minder gek zijn dan juist bij Siebelink.
Want met welk boek kwam zijn doorbraak, voor welk boek kreeg hij een grote commerciële prijs? Inderdaad, dat overkwam hem met Knielen op een bed violen uit 2005, bepaald niet zijn sterkste roman. Geen slecht boek, maar eigenlijk helemaal niet typerend voor het échte Siebelinkproza, proza dat onrust bij de lezer veroorzaakt, dat dwars is, dat in strikte zin misschien niet eens mooi kan worden genoemd.
Het was zo verleidelijk geweest voor Siebelink om eindeloos te variëren op Knielen op een bed violen, maar het sterke van dit schrijverschap is dat Siebelink dat nu juist niet heeft gedaan. Alsof hij wil demonstreren dat hij één keer zo'n 'gemakkelijk' boek heeft kunnen schrijven, en nu weer gewoon zijn eigen experimentele kant uit gaat. En ja, dat levert dit fantastische nieuwe boek op, Het lichaam van Clara.
De proloog begint meteen al met zo'n lekkere uitroep: 'Toch zat er vrolijkheid in de lucht die vroege ochtend. De zon!' En het is ook in de rest van de roman niet tevergeefs zoeken naar dat opgeroepen geluk. Bijna aan het einde heet al dat moois zo: 'Het Haagse licht, doorzichtig onder invloed van de zee, dat je nergens anders zo ziet.'
Siebelink roept een letterlijk schitterende wereld op, een Den Haag van vroeger en nu, en dan ook nog tegelijkertijd aangeboden. Het Den Haag, kortom, van Couperus en van - dat kunnen we inmiddels wel stellen - Siebelink zélf. Het gedegenereerde, naturalistische en decadente Den Haag én het postmoderne Den Haag. Het Den Haag dat je uitsluitend in romans lijkt aan te treffen en dat je daarom des te sterker raakt als je het wel degelijk, levend en wel, in het echt ziet: daar laat Siebelink zijn personages ronddwalen.
En dat Clara - de 62-jarige vrouw, hoofdpersoon van deze nieuwe roman - ronddwaalt, is niets te veel gezegd. Haar moeilijkheden beginnen overzichtelijk genoeg, hoe triest dat begin ook is. Het volgende krijgt ze van de dierenarts te horen: 'Jip is bijna twaalf. U heeft veel plezier van hem gehad. Hij is nooit ziek geweest. Het is goed dat wij als redelijke mensen over zijn lot kunnen beslissen.' Haar hond moet worden afgemaakt. Verward verlaat Clara de dierenarts. En loopt dan spoedig de schrijver Oscar Sprenger tegen het lijf.
Het is bepaald een feest een roman te lezen van een echte schrijver, Siebelink, die weet te heersen over zijn materiaal, die er een zekere speelsheid in aanbrengt, die dúrft, en die de lezer weet te pakken met soms hoekig, soms weer fraai, maar altijd boeiend proza.
Met Sprenger worden Couperus én het postmodernisme definitief deze roman ingetrokken. Sprenger wil door Clara worden gefotografeerd voor de deur van het voormalige huis van Couperus. Bovendien heeft hij een roman geschreven met de titel Clara. Onze Clara herkent zichzelf, zo blijkt als ze de roman leest, van begin tot eind in dat boek. Is zij zo'n lezeres die altijd alles zo fijn herkenbaar vindt of is er iets anders aan de hand? Er is de sterke suggestie dat we met de herinneringen die Clara heeft en die uitgebreid worden opgeschreven - herinneringen aan haar ongelukkige jeugd, aan haar eigenaardige ouders, aan haar door soms bizarre seks getekende verleden - eigenlijk het boek van Sprenger lezen. Die overigens al snel niets meer van Clara wil weten.
Siebelink verbaast op intrigerende wijze nog veel meer met deze roman. Met zijn beschrijvingen van de zelfverminking van Clara, met zijn Van Deysseliaanse schetsen van haar masturbatiesessies en met de weergave van haar dwangneurotische gedrag. En dat allemaal in dat Den Haag dat tegelijkertijd wel en niet lijkt te bestaan.
Jan Siebelink: Het lichaam van Clara
De Bezige Bij, € 19,90