Pop: The Prodigy - Invaders Must Die **
11-03-09 09:27 uur
recensie
De programmering van
de veertigste Pinkpopeditie spreekt boekdelen: veel rockers, onder wie eentje die er veertig jaar geleden ook had kunnen staan, maar op het hoofdpodium wederom geen danceact van formaat. Het pinksterweekeinde wordt niet langer uitgeleid met de zon die achter de Landgraafse heuvels ondergaat, terwijl opzwepende elektronische beats het murw gerockte publiek in extase brengen. Geen Underworld, Chemical Brothers of The Orb. Zelfs geen Faithless, die toch al vijf keer eerder op het festival geprogrammeerd stonden.
Voorzichtige conclusie: dance is uit. Of beter gezegd: de cross-over tussen rock en dance is goeddeels verleden tijd. Weliswaar is er bijna geen rockband meer te vinden die het groepsgeluid niet met doorgaans subtiele elektronica aanvult, en een enkele dance-act als Justice ziet nog heil in het versmelten van rock en dance. Maar verder lijkt het alsof de afdeling gitaar en de afdeling sampler zich op hun eigen, omheinde eiland hebben teruggetrokken.
Het nieuwe album van The Prodigy klinkt dan ook als een echo uit het verleden. Het laatste officiële groepsalbum, The fat of the land, is twaalf jaar oud. In 2004 verscheen nog het buitengewoon teleurstellende Always outnumbered, never outgunned, maar dat was feitelijk een soloplaat van Prodigyopperhoofd Liam Howlett.
Twaalf jaar is een lange tijd. In 1997 -want daar hebben we het over- maakte Tony Blair een einde aan bijna twee decennia conservatieve overheersing, betaalden we nog met guldens, stonden de Twin Towers nog fier overeind en was meneer Clinton net aan zijn tweede termijn begonnen. Oh ja, en de heren van The Prodigy leken even de eerste echte supersterren van de dance te worden.
Na een valse start als geinig ravebandje, vond het trio zichzelf opnieuw uit als de punks van het digitale tijdperk. 'Zanger' Keith Flint liet zijn lijzige hippiecoupe in een hanenkam knippen, collega Maxim mat zichzelf griezelig ogende contactlenzen aan en de leutige, samplergestuurde deuntjes van Howlett kregen ineens een ongekend grimmige, bijna angstaanjagende ondertoon.
Firestarter, het prijsnummer van The fat of the land, was een revolutionair nummer dat nog een hit werd ook, en dankzij het controversieel getitelde Smack my bitch up en de niet minder controversiële clip die daar bij hoorde, was The Prodigy op slag de beruchtste band ter wereld. De explosieve liveshows onderstreepten het idee dat The Prodigy de eerste dance-act was die de uitstraling en statuur van een grote rockband had.
De vraag is dan: kun je daar twaalf jaar op teren? Afgaande op de snelheid waarmee het Prodigyoptreden van vorige week in de Melkweg uitverkocht was, zou het antwoord daarop volmondig 'ja' moeten zijn. Dat Invaders must die op nummer 1 binnenkwam in de Engelse albumlijst (en op 3 in de Nederlandse) wijst eveneens in die richting. Maar de muziek op Invaders must die vertelt een heel ander verhaal.
Het laat een band horen die zichzelf parodieert en een bijna lachwekkende draai aan zijn eigen oeuvre geeft.
Wat we hier horen is geen huiveringwekkende dancepunk, maar nogal boertige gabberhardrock: lompe breakbeats met overstuurde gitaren uit een doosje, doorsneden met ravemotiefjes die menigeen met een mottig Australiantrainingspak in de kast weemoedig zal stemmen. Met een pilletje en een biertje erbij is het vast goed te doen, maar nuchter maakt de plaat vooral een overbodige indruk.
Na Atari Teenage Riot, T. Raumschmiere en al die anderen die de afgelopen twaalf jaar hebben voortgeborduurd op de ideeën van The Prodigy, klinkt Invaders must die als een forse stap terug. De band ontpopt zich hier tot de Status Quo van de dance. Daar kan het trio vast nog decennia mee vooruit. Sterker: ineens lijkt het idee van een Classic Dancefestival zo absurd nog niet (ideetje voor Jan Smeets wellicht?).
Zo beklemmend en onontkoombaar als The fat of the land was, zo verwaarloosbaar ouderwets is deze plaat. Los van een curieus nummer als Colours, dat klinkt als een Stranglersremix door Paul Elstak, lijkt Invaders must die symbool te staan voor de teloorgang van de generatie dance-acts die aan het einde van de vorige eeuw alle festivalweides in Europa aan het 'housen' kregen. (JERRY GOOSSEN)
(Take Me To The Hospital/V2)
www.theprodigy.comwww.myspace.com/theprodigywww.last.fm/The+Prodigyfacebook.com/The-Prodigy-Invaders-Must-Die